Elke Kamer van Beroep bestaat uit een voorzitter en twee werkende leden, een ondervoorzitter en zes plaatsvervangende leden.
Het aantal plaatsvervangende leden werd uitgebreid tot zes sedert de verkiezingen van 2003. Het koninklijk besluit van 12 augustus 2000 waarbij het aantal plaatsvervangende leden werd gewijzigd verscheen in het Belgisch Staatsblad op 30 augustus 2000.
De Kamer van beroep wordt voorgezeten door een werkend of een eremagistraat of door een advocaat die sedert ten minste tien jaar is ingeschreven op een tableau van de Orde door de Koning benoemd voor een termijn van zes jaar.
Het artikel 64 van het Koninklijk besluit van 27 november 1985 tot bepaling van de regels inzake organisatie en werking van de beroepsinstituten die voor de dienstverlenende beroepen zijn opgericht, bepaalt dat Nationale Raad een secretaris aanwijst onder de leden van het personeel van het Instituut.
Het koninklijk besluit van 17 mei 2006 betreffende de benoeming van de voorzitter bij de Kamer van Beroep voor een periode van zes jaar vanaf 16 juni 2006, verscheen in het Belgisch Staatsblad van 12 juni 2006.
Het koninklijk besluit van 29 april 2001 betreffende de benoeming van de ondervoorzitter bij de Kamer van Beroep, dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2001, verscheen in het Belgisch Staatsblad van 19 mei 2001.
De verkiezing van de leden werd gepubliceerd in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 27 maart 2007.
De Nationale Raad heeft de secretaris van de Kamer van Beroep aangewezen op 26 april 2002 en de plaatsvervangende secretarissen op 25 juni 2010.