De kaderwet van 1 maart 1976 heeft aan de Nationale Raad de opdracht gegeven "maatregelen te nemen inzake beroepsvervolmaking en bijscholing van de leden". Deze opdracht werd in de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen nog duidelijker omschreven : "Het BIBF heeft als opdracht toe te zien op de opleiding van de erkende boekhouders" (art. 44).
Volgens art. 15 van het Reglement van plichtenleer moet de boekhouder en boekhouder-fiscalist de "nodige zorg besteden aan zijn beroepsvervolmaking. De Raad bepaalt het minimum aantal uren dat jaarlijks aan de beroepsvervolmaking moet worden besteed en kan ook onderwerpen inzake beroepsvervolmaking aanduiden".
De Nationale Raad heeft op 19 mei 2006 een nieuwe richtlijn inzake permanente vorming goedgekeurd. Deze richtlijn gaat nader in op de vraag welke vorming in aanmerking komt om aan de deontologische verplichtingen te voldoen. Nieuw is dat de Nationale Raad ook de vormingsverstrekkers bijkomende voorwaarden oplegt teneinde het niveau van de vormingsprogramma's te garanderen en dat persoonlijke vormingsinitiatieven, zoals publiceren, lesgeven of e-learning ook voor een gedeelte in aanmerking komen.
De volledige richtlijn Permanente Vorming kan hier gedownload worden