Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
De revalorisatiecoëfficiënt voor de berekening van de huurvoordelen van bedrijfsleiders voor 2020 is gekend.

Wanneer een bedrijfsleider (bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar) een gebouwd onroerend goed (waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is) verhuurt aan de vennootschap of vereniging waar hij zijn activiteiten uitvoert, dan wordt het positieve verschil tussen de huur en 5/3 van het gerevaloriseerde kadastrale inkomen aangemerkt als beroepsinkomsten.

De revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens is vastgesteld op 4,60 voor het inkomstenjaar 2020 (4,57 voor het inkomstenjaar 2019).

Op het gedeelte dat wordt aangemerkt als beroepsinkomsten moet bedrijfsvoorheffing worden berekend. Indien de huur maandelijks wordt betaald, dan moet het gedeelte van het huurinkomen dat als beroepsinkomen wordt geherkwalificeerd, worden behandeld als een periodiek loon; dit wordt eventueel geteld bij het loon van diezelfde maand en er wordt bedrijfsvoorheffing op ingehouden, net zoals voor het periodieke loon. Het geherkwalificeerde bedrag moet ook op de fiscale fiche van de bedrijfsleider (fiche 281.20) worden vermeld.

Bron: Koninklijk Besluit van 15 maart 2020 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens, B.S. 23 maart 2020.


Laatst gewijzigd op 25/03/2020 17:47:41
Navigatie
  • TERUG