Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nieuwe stage

Wanneer de stagiair er niet in slaagt om met goed gevolg een praktisch bekwaamheidsexamen af te leggen en de maximum stageperiode voorzien in artikel 51 van de Wet van 22 april 1999 is bereikt, wordt het dossier automatisch overgemaakt aan de bevoegde Uitvoerende Kamer.

Artikel 51 van de wet van 22 april 1999 voorziet dat een stagiair die aan het einde van de zesjarige stageperiode niet geslaagd is in het praktisch bekwaamheidsexamen, wordt weggelaten van de lijst van de stagiairs en kan voor het verstrijken van een termijn van drie jaar niet meer een nieuwe aanvraag voor een inschrijving voor de stage van boekhouder of boekhouder-fiscalist indienen

De Nationale Raad van het Instituut heeft in een richtlijn van 28 juni 2013 beslist dat een stagiair die een nieuwe stageperiode aanvat onderworpen is aan volgende verplichtingen:

  • hij dient een volledige bijdrage te betalen zoals een gewoon lid en kan niet langer genieten
  • van de vermindering zoals voorzien in artikel 10 van het huishoudelijk reglement.
  • hij dient een nieuw inschrijvingsrecht te betalen.
  • hij dient elke commerciële of ambachtelijke activiteit stop te zetten.
  • de Uitvoerende Kamer kan hem een nieuwe stagemeester opleggen.
  • de Uitvoerende Kamer kan hem opleggen om een tussentijds interview af te leggen voor de stagecommissie in de helft van zijn stage
  • de kandidaat externe stagiair dientzich in persoonlijke naam verplicht te verzekeren voor zijn burgerlijke beroepsaansprakelijkheid.

Zie Richtlijn 2013/6 – Nationale Raad – 28/06/2013


Laatst gewijzigd op 18/09/2017 12:08:01