Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Ernstige fiscale fraude

Begin 2013 kondigde de staatssecretaris voor de bestrijding van de sociale en fiscale fraude J. Crombez een nieuw pakket van anti-fraudemaatregelen aan. Een deel van dit pakket vinden we terug in de Wet van 15 juli 2013 houdende dringende bepalingen inzake fraudebestrijding (Belgisch Staatsblad 19.07.2013).

Hierna volgt een kort overzicht van de voornaamste bepalingen ervan.

1. Een nieuw begrip : “ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd”

In o.a. de Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme maar ook in het Wetboek vennootschappen en het Strafwetboek wordt de notie “ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd” ingevoerd.

In de Wet van 11 januari 1993 wordt enerzijds deze notie “ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd” toegevoegd aan artikel 5 §3, zijnde de opsomming van de misdrijven ten aanzien waarvan de meldingsplicht (art 26 van wet van 11.01.1993) van toepassing is als men vermoedt of vaststelt dat er gelden afkomstig uit één of meerdere van deze misdrijven worden witgewassen (zie ook Pacioli, 2010, nr.301).

Deze notie wordt ook opgenomen in de bijzondere meldingsplicht van artikel 28 van de Wet van 11 januari 1993 en dit ter vervanging van ”ernstige en georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of procedés van internationale omvang worden aangewend”.

De notie “ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd” wordt in de Wet van 15 juli 2013 zelf niet nader omschreven. In de loop van de parlementaire werkzaamheden werd door staatssecretaris Crombez o.a. verwezen naar eerdere parlementaire werkzaamheden. Een bespreking hiervan kunnen we terugvinden in een voor de cijferberoepen bestemde nota van 08 maart 2010 van de CFI.

Daarin vinden we in punt 5.4 het volgende terug betreffende het begrip “ernstig” : “de aanmaak en of het gebruik van valse stukken, het omvangrijke bedrag van de verrichting en het abnormaal karakter van dit bedrag gelet op de activiteiten of het eigen vermogen van de cliënt”.

Dergelijke definitie roept natuurlijk een aantal vragen op en verdient een diepgaandere analyse dan hier thans mogelijk is. We kunnen echter nu al onthouden dat het niet meer vereist dat de fraude georganiseerd is om te spreken van ernstige fraude en dat dus de situaties die aanleiding kunnen zijn tot een melding mogelijks zullen toenemen.

Een grondigere analyse van de inhoud van deze nieuwe notie, de relatie ervan met andere wetteksten en de concrete toepassing ervan binnen het kader van de Wet van 11 januari 1993 volgt later.

2. Verdere beperkingen op betalingen in contanten.

Handelaars in edele metalen die voor een bedrag van 5.000 € of meer goederen aankopen, en dit ongeacht of dit van een handelaar of particulier is,mogen deze aankopen nog in contanten betalen voor een bedrag dat niet hoger dan 10 % van de aankoopprijs en voor zover dit bedrag niet hoger is dan 5.000 €.

Aankopen van gerecycleerde koperkabels mogen door ondernemingen die actief zijn in het hergebruik, recuperatie of handel in oude metalen niet meer in contanten worden afgehandeld.

3. Nieuwe verplichtingen op het vlak van identificatie.

Handelaars in edele metalen en ondernemingen die actief zijn in het hergebruik, recuperatie of handel in oude metalen dienen bij aankopen die voor meer dan 500,00 in contanten betaald worden € de naam, voornaam en geboortedatum van de koper te registreren. Dit geldt voor alle metalen met uitzondering van afgewerkte sieraden en horloges vervaardigd in edele metalen.

4. Strijd tegen de slapende vennootschappen.

Vennootschappen die gedurende ten minsten drie opeenvolgende boekjaren niet hebben voldaan aan de verplichtingen betreffende de neerlegging van de jaarrekening kunnen door de beheersdienst van de KBO ambtshalve doorgehaald worden.

Ook voor de niet-neerleggingsplichtige vennootschappen zal wanneer uit bepaalde criteria de niet-activiteit van de vennootschap blijkt tot ambtshalve doorhaling kunnen worden overgegaan.

De doorhaling kan ingetrokken worden door neerlegging van de jaarrekeningen en voor andere vennootschappen door aan te tonen dat niet meer aan één van de doorhalingscriteria voldaan werd

De ambtshalve doorhalingen en de intrekkingen worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.


Laatst gewijzigd op 09/08/2013 10:45:50