Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Wet continuïteit der ondernemingen (WCO)

Zoals aangekondigd in Pacioli, 2012, nr. 353 werd er gewerkt aan een aanpassing van de Wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (hierna “WCO”).
Deze aanpassingen vinden we nu terug in de Wet van 27 mei 2013 tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake continuïteit van de ondernemingen (Belgisch Staatsblad 22.07.2013).

Op basis van de goede en minder goede ervaringen met de WCO werd besloten de Wet van 31 januari 2009 en andere wetten die er mee verband houden op een aantal punten aan te passen.

Het is niet bedoeling hier de Wet van 27 mei 2013 in detail te bespreken. Wij willen u wel al attent maken op het gegeven dat de erkende externe boekhouders, accountants, belastingconsulenten en bedrijfsrevisoren een nog belangrijkere rol zullen hebben dan voorheen het geval was en dit zowel vooraf als tijdens.

Vanaf 16 maart 2016, datum van goedkeuring door de Hoge Raad voor de Economische Beroepen, is de aanbeveling van het interinstitutencomité betreffende de WCO, zoals eerder goedgekeurd door de Nationale Raad van het BIBF op 26 februari 2016, in werking getreden!

In toepassing van artikel 54, § 1, 4de alinea van de Wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen werd de ontwerptekst door de drie instituten voor advies overgemaakt aan de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de eerste ontwerpteksten, sinds juni 2014, grondig geanalyseerd en heeft tevens een aantal ontmoetingen georganiseerd met de vertegenwoordigers van de instituten. Deze constructieve gedachtewisselingen hebben geleid tot een aantal aanpassingen betreffende deze “sui generis” opdrachten voor de beroepsbeoefenaars.

Deze aanbeveling behandelt de opdrachten van de externe beroepsbeoefenaars van de drie instituten in het kader van artikel 10 alinea 5, artikel 12, §1, alinea 5 en artikel 17, §2, 5° en 6° van de Wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen. Deze opdrachten situeren zich zowel in de preventieve sfeer als betreffende de bijstand aan de door de WCO geviseerde ondernemingen.

Rekening houdend met artikel 2 van de plichtenleer van het BIBF (KB 22/10/2013) betreffende de naleving van alle wettelijke en reglementaire bepalingen van toepassing op het beroep, met inbegrip van de richtlijnen van de Raad, dient deze aanbeveling dan ook te worden beschouwd als een richtlijn. Zij is dan ook bindend.

De Voorzitter van de Hoge Raad maakt in het gunstig advies bovendienvan de gelegenheid gebruik om te wijzen op het belang van een duidelijke communicatie naar onze leden omtrent deze definitief goedgekeurdeaanbeveling. U kan deze hier consulteren.

1. Informatieplicht

De nieuwe tekst van artikel 10 van de WCO voorziet thans dat de cijferberoepen die in de uitoefening van hun opdracht “gewichtige en overeenstemmende feiten vaststellen die de continuïteit van de onderneming van de schuldenaar in het gedrang kunnen brengen, lichten [de cijferberoepen] deze laatste hiervan op een omstandige wijze in”.

Ter herinnering, artikel 23 §2 WCO voorziet dat voor een rechtspersoon de continuïteit “…in elk geval geacht [wordt] bedreigd te zijn wanneer de verliezen het nettoactief hebben herleid tot minder dan de helft van het maatschappelijk kapitaal.”

In dit kader stelden wij U, via een artikel in Pacioli 404, een niet exhaustieve checklist voor van knipperlichten die U kan helpen bij een vroegtijdige en proactieve opsporing van ‘knipperlichten” waar elke beroepsbeoefenaar de nodige aandacht aan moet besteden.

Hij /zij zal zijn cliënt op de hoogte stellen via een schrijven met de nodige bewijskracht:

- Ofwel laat de beroepsbeoefenaar de listing dateren en ondertekenen na deze samen te hebben doorlopen met zijn cliënt en waar de betreffende knipperlichten werden toegelicht.

-Ofwel, indien hij de cliënt niet persoonlijk kan ontmoeten, zal hij hem aangetekend een omstandige brief (waarvan kopie in bijlage) toesturen evenals een mail.

2. Melding aan de rechtbank

Artikel 10 voorziet tevens dat, wanneer deze schuldenaar nalaat om binnen de maand vanaf de kennisgeving maatregelen te treffen om de continuïteit gedurende ten minste 12 maanden te waarborgen de externe accountants, belastingconsulenten en bedrijfsrevisoren de voorzitter van de rechtbank van koophandel hiervan in kennis kunnen stellen. De wetgever heeft er uitdrukkelijk voor gekozen om de erkende boekhouders(-fiscalisten) niet een dergelijke opdracht te geven. De externe leden van het BIBF dienen dus niet tot dergelijke kennisgeving over te gaan.

3. Aanbevelingen formuleren

Het inlichten van de schuldenaar is echter niet beperkt tot de loutere mededeling dat de continuïteit in het gevaar is. Het nieuwe artikel 12 van de WCO voorziet dat : “De rechter mag bij de erkende externe boekhouders, accountants, belastingconsulenten en bedrijfsrevisoren van de schuldenaar, inlichtingen inwinnen nopens de aanbevelingen die zij gedaan hebben aan de schuldenaar …”.

Dus gelijktijdig met het grondig informeren over de bedreigde continuïteit dient de cijferberoeper tevens aanbevelingen te doen om de continuïteit te waarborgen.

In toepassing van artikel 10 WCO en in het bijzonder van artikel 12WCO zal het dus niet meer volstaan om telefonisch de ondernemer te informeren over de staat van de onderneming doch dient dient de cijferberoeper in elk geval erop toe te zien dat hij/zij later kan aantonen dat hij de onderneming in kwestie heeft op omstandige wijze heeft gewaarschuwd alsook welke zijn/haar aanbevelingen waren. Een schriftelijk verslag zal dus meer dan nuttig zijn.

4. Het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie

In het bijzonder werden terzake artikel 17, §2, 5° en 6° WCO grondig herschreven en werd een belangrijke nieuwe rol gegeven aan de erkende externe boekhouder(-fiscalist), accountant of bedrijfsrevisor.

Zo wordt nu door het nieuwe artikel 17, §2, 5° WCO vereist dat aan het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie een boekhoudkundige staat wordt toegevoegd die werd opgesteld onder toezicht van een erkend externe boekhouder(-fiscalist), accountant of bedrijfsrevisor.

Ook de in artikel 17, §2, 6° WCO vereiste begroting met een schatting van inkomsten en uitgaven voor de duur van de opschorting dient opgesteld te worden met bijstand van een erkend externe boekhouder(-fiscalist), accountant of bedrijfsrevisor. De Koning kan op advies van Commissie Boekhoudkundige Normen een model van geraamde begroting opleggen.

Conclusie

De wet van 27 mei 2013 zal ongetwijfeld nog de grondige analyse krijgen die ze verdient maar wij vonden het absoluut noodzakelijk u reeds in kennis te stellen van deze nieuwe taken van de erkende externe boekhouders en boekhouders-fiscalisten.


Laatst gewijzigd op 01/08/2016 11:57:20