Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Praktisch bekwaamheidsexamen

Hoe verloopt het praktisch bekwaamheidsexamen ?

De stagiair die minstens 200 stagedagen (1000 uren) heeft gepresteerd en minstens 12 maanden stage heeft gelopen alsook heeft deelgenomen aan de verplichte seminaries, kan zich inschrijven voor het praktisch bekwaamheidsexamen. Dit examen bestaat uit een schriftelijke en mondelinge proef.

Voorstelling van de te kennen leerstof voor het praktisch bekwaamheidsexamen

De schriftelijke proef

heeft betrekking op :

  • boekhouding en jaarrekening
  • directe en indirecte belastingen
  • vennootschaps- en sociaal recht
  • de deontologie

Teneinde toegelaten te worden tot het mondeling deel voor de titel van erkende boekhouder-fiscalist moet de stagiair minstens :

  • 50 % van het totaal aantal punten behalen
  • en 60 % op de boekhoudkundige vakken
  • en 50 % op deontologie
  • en 60 % op de fiscale vakken

Dit is ook zo voor de titel van erkend boekhouder doch hier moet geen 60 % gehaald worden op de fiscale vakken.

De mondelinge proef :

De mondelinge proef bestaat uit een bespreking van de schriftelijke proef en een ondervraging over de praktijk, de opdrachten en de aansprakelijkheid van de boekhouder-fiscalist en over de materies van het schriftelijk deel. De stagiair, die minstens 60 % haalt op de mondelinge proef, wordt door de Uitvoerende Kamer op het tableau van de titularissen van het beroep ingeschreven. De niet-geslaagde stagiair kan de examenprocedure overdoen op voorwaarde dat de driejarige stageperiode nog niet verstreken is.


Laatst gewijzigd op 27/02/2015 17:02:28
Navigatie
  • TERUG