Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Andere opdrachten
Naast de klassieke opdrachten van een erkend boekhouder (-fiscalist) BIBF, oefent hij/zij tevens volgende andere opdrachten uit:

Syndicus

De Wet van 30 juni 1994 betreffende de gedwongen mede-eigendom van onroerende goederen (momenteel artikel 577 van het Burgerlijk Wetboek) bepaalt dat wanneer de syndicus niet wordt aangeduid bij het ’Reglement van mede-eigendom’, hij benoemd wordt door de eerste algemene vergadering of, bij ontstentenis, bij beslissing van de vrederechter op verzoek van een mede-eigenaar.

Naast de hem krachtens het Reglement van mede-eigendom verleende bevoegdheden, is de syndicus in ieder geval belast met het samenroepen van de algemene vergaderingen, de uitvoering van de genomen beslissingen, het nemen van bewarende maatregelen en de voorlopige beheersdaden, het beheer van de fondsen van de vereniging van mede-eigenaars, het opstellen van een overzicht van de schulden en de uitgaven van bewaring, herstel en vernieuwing. De syndicus is als enige aansprakelijk voor zijn beheer en kan zijn bevoegdheden niet overdragen zonder het akkoord van de algemene vergadering.

Een erkend boekhouder(-fiscalist) is wettelijk gerechtigd deze functie uit te oefenen.

Vereffenaar van vennootschappenDe vereffenaars van vennootschappen kunnen voor de vennootschap in vereffening elke rechtsvordering instellen en opvolgen, alle betalingen ontvangen, handlichting verlenen met of zonder kwijting, alle roerende waarden te gelde maken, elk handelspapier endosseren, elke betwisting beslechten of onderwerpen aan een scheidsrechterlijke uitspraak en de onroerende goederen openbaar laten verkopen indien nodig voor de betaling van de schulden van de vennootschap.

Voorlopige bewindvoerderIn het kader van een faillissement kan de rechtbank een erkend boekhouder als "voorlopig bewindvoerder" aanstellen (Art.8. van de faillissementswet van 8 augustus 1997 - BS 28.10.97, err. BS 07.02.01). Hij moet beantwoorden aan dezelfde vereisten als voor een commissaris inzake opschorting.

Rechter in handelszakenArtikel 205 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat om benoemd te kunnen worden als rechter in handelszaken, men een werknemers- of een werkgeversorganisatie dient te vertegenwoordigen ofwel actief te zijn in het reilen en zeilen van ondernemingen. Aldus komen ook personen die "vertrouwd zijn met het bestuur van een onderneming of met boekhouden" in aanmerking om rechter in handelszaken te worden.

Het artikel vermeldt verder dat worden geacht "vertrouwd te zijn met het bestuur van een onderneming en met boekhouden":
1° de bedrijfsrevisoren ingeschreven op de lijst van het Instituut der Bedrijfsrevisoren.
2° de accountants ingeschreven op de lijst van het Instituut de Accountants
3° de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten ingeschreven op het tableau van het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten.

Meer info:

  • Wettelijke voorwaarden om rechter in handelszaken te worden
  • Hoe zich kandiaat stellen? Adviserende opdracht
  • Bij de vestiging als zelfstandig ondernemer of bij de oprichting van een vennootschap
  • Bij opstellen van een financieel plan
  • Bij evaluatie van een onderneming en haar aandelen
  • Inzake vennootschapsrecht
  • Inzake fiscale aangelegenheden
  • Inzake sociale aangelegenheden
  • Inzake bedrijfsbeheer of bij een bedrijf in moeilijkheden
  • Inzake milieuwetgeving
  • Inzake het juridisch statuut van de onderneming en de opvolging
  • Op het vlak van het bekomen van premies, subsidies of tegemoetkomingen

    Eerstelijns adviesArt. 51, derde lid, van de wet 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen bepaalt dat de "Nationale Raad tevens de regels kan bepalen volgens dewelke de leden gratis eerstelijns advies verstrekken aan ondernemingen die erom verzoeken, in de loop van hun eerste activiteitenjaar".
    De Nationale Raad van het BIBF heeft de basiscriteria voor deze eerstelijns service vastgelegd op 8 juni 2001 en nader omschreven op welke manier deze kan georganiseerd worden.

    1. Het advies wordt gegeven door erkende boekhouders(-fiscalisten) (m.a.w. niet door stagiair boekhouders)

    2. Dit gratis advies kan onder twee vormen verleend worden :

    • informeel mondeling advies zonder ereloonnota.
    • schriftelijk advies zonder ereloonnota.

      Het advies heeft als doel het boekhoudkundig, fiscaal en juridisch kader waarbinnen de startende ondernemer zijn commerciële activiteit zal ontplooien nader toe te lichten.

      OPGELET - Het gratis eerstelijns advies omvat dus niet het voeren van de boekhouding, het verwerken van de fiscale aangiftes, het opmaken van een businessplan voor de onderneming of een financieel plan voor een vennootschap, e.a.

      Het opmaken van een financiëel plan, ten kostenloze titel door een stagiair-boekhouder onder toezicht van zijn/haar stagemeester, voor een vennootschap in het kader van de eerste vestiging van de onderneming [zoals vermeld in art. 51, tweede lid, van de wet van 22 april 1999], valt niet onder het eerstelijns advies.

    3. Het verzoek om advies moet rechtstreeks van de ondernemer uitgaan en niet van een andere tussenpersoon.

    4. Dit gratis advies kan slechts verstrekt worden in de loop van het eerste activiteitenjaar van de aanvrager. Dit initiatief is dus enkel gericht naar personen die nooit eerder zelfstandig geweest zijn (starters).

    ZIJN UITGESLOTEN :
    - de zelfstandige die een nieuwe bijkomende activiteit start of die van activiteitendomein verandert.
    - de zelfstandige die zijn activiteit voordien als natuurlijke persoon uitoefende en die beslist om over te schakelen naar een vennootschap



  • Laatst gewijzigd op 11/02/2013 15:55:58
    Navigatie
    • TERUG