Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Inschrijving examen
A. Wettelijke basis

1. WET 22 APRIL 1999 BETREFFENDE DE BOEKHOUDKUNDIGE EN FISCALE BEROEPEN :

Art.51 (…)Een stagiair kan ten vroegste deelnemen aan dit praktisch bekwaamheidsexamen nadat hij minstens één jaar stage heeft doorlopen. Daarna kan hij zijn inschrijving vragen voor elk volgend praktisch bekwaamheidsexamen dat het Beroepsinstituut organiseert en een laatste maal aan het eerstvolgende examen dat plaatsvindt nadat zijn maximale stageperiode van zes jaar beëindigd is en op voorwaarde dat zijn aanvraag tot deelname gebeurt uiterlijk voor het verstrijken van de zesjarige stageperiode. (…)

2. KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE HET PROGRAMMA, DE VOORWAARDEN EN DE EXAMENJURY VOOR HET PRAKTISCH BEKWAAMHEIDSEXAMEN VAN DE ERKENDE BOEKHOUDERS EN ERKENDE BOEKHOUDERS-FISCALISTEN (KB VAN 27 SEPTEMBER 2015)

Art. 6.

De stagiair wordt toegelaten tot het praktisch bekwaamheidsexamen van zodra hij zijn stage heeft volbracht overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende het beroep en de stage. Hieronder wordt met name verstaan zijn bijdrageverplichtingen, zijn inschrijvingsrecht ter dekking van de kosten van het praktisch bekwaamheidsexamen, zijn verplichting inzake permanente vorming en de verzekering van zijn burgerlijke beroepsaansprakelijkeid, alsook de uitgevaardigde richtlijnen, heeft gerespecteerd, die de stagiair-boekhouder of stagiair boekhouder-fiscalist dient na te leven tijdens zijn stage.

De stagiair die wenst deel te nemen aan het schriftelijk gedeelte van het praktisch bekwaamheidsexamen, richt hiertoe een aanvraag tot de Stagecommissie en dit volgens de praktische regels vastgelegd in een daartoe bestemde richtlijn.

Deze aanvraag tot inschrijving moet, op straffe van onontvankelijkheid, uiterlijk gebeuren 30 kalenderdagen voorafgaand aan de datum waarop het schriftelijk gedeelte van het praktisch bekwaamheidsexamen plaatsvindt en in elk geval voor het verstrijken van de wettelijke stagetermijn zoals bedoeld in artikel 51 van de wet.

Bij gebreke aan aanvraag tot inschrijving voor de schriftelijke proef binnen de wettelijke stagetermijn wordt de stagiair van de lijst van stagiairs weggelaten.

Art. 17.

Er wordt een Stagecommissie opgericht binnen het Instituut. Deze Stagecommissie treedt op als examenjury, zoals bedoeld in artikel 51 van de wet, en is belast met het afnemen van het praktisch bekwaamheidsexamen dat georganiseerd wordt door het Instituut.

Art. 18.

De Stagecommissie beschikt in de uitoefening van haar opdracht over de ruimste middelen inzake toezicht en controle. Zij kan de haar toevertrouwde opdrachten aan één of meerdere van haar leden opdragen.

Art. 21.

§ 1. De Stagecommissie vergadert op uitnodiging van haar voorzitter of, bij diens afwezigheid, van haar ondervoorzitter. Het lid dat verhinderd is, verwittigt tijdig de voorzitter.

§ 2. De vergaderingen van de Stagecommissie worden voorgezeten door de voorzitter of, bij zijn afwezigheid, door de ondervoorzitter. Indien beiden afwezig zijn, wordt de vergadering voorgezeten door het oudste aanwezige lid. De dienstdoende voorzitter beschikt over dezelfde bevoegdheden als de voorzitter.

B. Inschrijving

-De stagiair moet uiterlijk 30 kalenderdagen voordat het schriftelijk examen plaatsvindt de inschrijving vragen. Deze uiterste inschrijvingsdatum zal steeds bekendgemaakt worden samen met de datum waarop het schriftelijk examen zal plaatsvinden.

In elk geval moet de inschrijving tot de proef plaatsvinden binnen de wettelijke termijn van de stage. Bvb.: Een stagiair die de stage beëindigt op 15 maart 2017 dient zich in te schrijven voor de proef van 07 mei 2017 ten laatste op 15 maart 2017. Dus als X min 30 dagen, later is dan einddatum stage is de einddatum stage de uiterste inschrijvingsdatum.

-De stagiair vraagt zijn inschrijving voor het eerstvolgende praktisch bekwaamheidsexamen (met inbegrip van de taal waarin hij dit examen wenst af te leggen) uitsluitend aan via het elektronisch stageverslag en dit door het invullen van zijn auto-evaluatie. Deze aanvraag wordt vervolledigd door de evaluatie van de stage door zijn stagemeester(s) . Elke aanvraag tot inschrijving via een andere weg zal als niet geldig worden beschouwd.

-Na ontvangst van de aanvraag tot inschrijving, wordt door de stagedienst een ontvangstmelding verstuurd (per e-mail), met daarin de bevestiging van de inschrijving op een lijst van kandidaat-examinandi. Desgevallend wordt de kandidaat attent gemaakt via e- mail op de vaststelling dat niet wordt voldaan aan één of meerdere van de in het KB van 27 september 2015 en/of deze richtlijn opgenomen criteria. In dat geval wordt desgevallend tevens aangegeven hoe en tegen wanneer dit kan geregulariseerd worden.

-De Stagecommissie alsook de stagedienst kan van de stagiair eisen dat deze zijn/haar aanvraag vervolledigt door overlegging van alle stukken of gegevens die nodig zijn om zich over de aanvraag tot inschrijving tot het schriftelijk examen te kunnen uitspreken.

-Enkel de Voorzitter of de Ondervoorzitter van het Instituut, bij delegatie van de Stagecommissie in toepassing van artikel 18 van het K.B. van 27 september 2015, kan beslissen dat de stagiair die de inschrijving heeft gevraagd voor de schriftelijke proef, al dan niet beantwoordt aan de voorwaarden zoals vastgelegd door dit KB of deze richtlijn.

-De voorzitter of ondervoorzitter zal de beslissing over de aanvraag tot inschrijving schriftelijk meedelen en dit per aangetekend schrijven, ten laatste 23 kalenderdagen voor het examen. Indien beslist wordt tot niet-inschrijving, wordt tevens aangegeven aan welke criteria niet is beantwoord alsook de modaliteiten om tegen deze beslissing een bezwaar aan te tekenen.

C. Bezwaar tegen een beslissing tot niet-inschrijving

-De stagiair die niet akkoord gaat met de beslissing om hem/haar niet toe te laten tot de schriftelijke proef kan per gemotiveerd aangetekend schrijven bezwaar indienen. Het aangetekend schrijven moet ten laatste 15 kalenderdagen na ontvangst van de weigering tot inschrijving verstuurd worden. Een bezwaar dat niet binnen deze termijn is verstuurd en/of niet gemotiveerd is, is onontvankelijk.

-De stagiair moet opgeroepen worden om gehoord te worden. Het bezwaar en het volledige aanvraagdossier wordt door de Voorzitter of de Ondervoorzitter overgemaakt aan 3 leden van de Stagecommissie, in toepassing van artikel 18 van het K.B. van 27 september 2015. De voorzitter of ondervoorzitter van het Instituut neemt niet deel aan de behandeling van en de beraadslaging over het bezwaar. De drie gedelegeerde leden van de Stagecommissie onderzoeken het dossier, horen de stagiair en beslissen vervolgens over het bezwaar.

-De beslissing van de Stagecommissie wordt per e-mail en per aangetekend schrijven medegedeeld aan de stagiair uiterlijk binnen de drie werkdagen volgend op de beslissing. Deze beslissing is definitief.

Zie Richtlijnen Stage BIBF


Laatst gewijzigd op 02/03/2018 10:01:26
Navigatie
  • TERUG