Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Consultatieve Commissie

De verantwoordelijken van het BIBF hebben het nuttig geacht om het contact tussen het Instituut (BIBF) en de lokale beroepsverenigingen te verzekeren.
Alhoewel er hiervoor geen wettelijke basis bestaat, werd er een "Consultatieve Commissie Beroepsverenigingen" opgericht. Er werd op die manier een forum gecreëerd voor permanent en gestructureerd overleg tussen het BIBF en al de erkende boekhouders (-fiscalisten) in de verschillende regio’s van het land.

Deze Commissie stelt zich tot doel:

  • advies in te winnen over een aantal problemen, die het beroep van boekhouder (-fiscalist) aanbelangen, en waartoe het BIBF een bijdrage kan leveren, zoals de permanente vorming, de opvang van stagiairs, problemen i.v.m. de honoraria, enz.
  • de erkende beroepsverenigingen te informeren over de werking en de beleidsprioriteiten van het BIBF.

De deelname van de beroepsverenigingen aan de werkzaamheden van deze commissie impliceert het lidmaatschap van de betrokken beroepsvereniging dat onderworpen is aan de volgende erkenningsvoorwaarden.

Voorwaarden om als beroepsvereniging erkend te worden

  1. de hoedanigheid van "erkend boekhouder (-fiscalist)" of "stagiair-boekhouder (-fiscalist)" moet volstaan om aanvaard te worden als lid van de vereniging, zonder dat bijkomende voorwaarden opgelegd worden. De beroepsvereniging moet bovendien 50 erkende boekhouders en/of erkende boekhouders-fiscalisten onder haar leden tellen. Met de notie "leden" wordt in deze tekst de som van de effectieve en toetredende leden bedoeld.
  2. de beroepsvereniging moet elk jaar voldoende seminaries organiseren over onderwerpen die de erkende boekhouders(fiscalisten) aanbelangen, zoals de boekhoudkundige praktijk, het boekhoudrecht, de fiscaliteit, het vennootschapsrecht, het sociaal recht, ...
  3. de seminaries moeten tegen een redelijke prijs toegankelijk zijn, m.a.w. georganiseerd worden met het oog op de vorming van de erkende boekhouders (-fiscalisten) en niet met het oog op het maken van winst. Het jaarlijks lidgeld alsook de prijs per seminarie/cyclus van seminaries wordt bij de aanvraag gevoegd.
  4. De erkenning van de beroepsvereniging kan slechts in aanmerking worden genomen indien minstens één erkende boekhouders of erkende boekhouders-fiscalisten deel uitmaakt van haar bestuursorgaan
  5. Het lidmaatschap van de vereniging waarborgt bovendien een minimale representativiteit binnen het beroepsveld van de economische beroepsbeoefenaars. Met name wordt erover gewaakt dat de leden niet uitsluitend of in hoofdzaak verbonden zijn aan één of enkele kantoren of rechtspersonen.
  6. De aanvraag tot erkenning dient vergezeld te zijn van de gecoördineerde versie van de statuten en het reglement van inwendige orde/huishoudelijk reglement van de beroepsvereniging alsook de bewijsstukken waaruit blijkt dat voldaan is aan de gestelde erkenningvoorwaarden.
  7. Elke beroepsvereniging kan één afgevaardigde (en één plaatsvervanger) voor deze commissie aanduiden na de definitieve aanvaarding.De afgevaardigde moet lid zijn van het BIBF (boekhouder of boekhouder-fiscalist)
    Deze mag geen effectief mandaat uitoefenen binnen de Nationale Raad, de Uitvoerende Kamer of de Kamer van Beroep van het Instituut.
  8. De Nationale Raad beslist over de al of niet erkenning van de beroepsvereniging. Zij heeft een appreciatiebevoegdheid met betrekking tot de criteria opgenomen in punt 4 (indien hieraan niet wordt voldaan) indien er specifieke geografische omstandigheden dit verantwoorden (vb. beroepsvereniging in de Duitstalige gemeenschap).
  9. Een negatieve beslissing dient steeds gemotiveerd te zijn en kan slechts genomen worden nadat de betrokken beroepsvereniging werd gehoord.

    De Nationale Raad kan tevens de erkenning intrekken na gemotiveerde beslissing en na de betrokken vereniging te hebben gehoord.


Laatst gewijzigd op 31/01/2013 12:52:26
Navigatie
  • TERUG