Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Meldingsplicht

De Wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen reglementeert niet enkel de beroepstitels van "erkend boekhouder", "erkend boekhouder-fiscalist" en "belastingconsulent", maar heeft ondermeer ook tot gevolg dat de boekhouders(-fiscalisten) en belastingconsulenten onderworpen worden aan het toezicht van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen (vroeger: Hoge Raad voor het Bedrijfsrevisoraat en de Accountancy) en dat de witwaswetgeving (zie artikel 57) op hen van toepassing wordt. Dit was in het verleden reeds het geval voor de accountants en de bedrijfsrevisoren.

De boekhouder(-fiscalisten) zijn eveneens wettelijk verplicht bij te dragen (via de ledenbijdrage BIBF) in de werkingskosten van de Hoge Raad en van de Cel voor Financiële Informatieverwerking.

De wet van 11 januari 1993 (1) tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld zet de Europese richtlijn 91/308/EEG van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld om in Belgisch recht. Deze wet voorziet in een reeks preventieve en administratief gesanctioneerde maatregelen, en voert in hoofde van bepaalde ondernemingen en personen, naast een samenwerkingsverplichting voor het opsporen van verrichtingen die mogelijk in verband staan met witwassen van geld, een verplichting in deze gegevens te melden aan een daartoe speciaal in het leven geroepen overheid, namelijk de Cel voor Financiële Informatieverwerking (C.F.I.).

Meldingsplicht versus beroepsgeheim

Enerzijds heeft artikel 57 van de wet van 22 april 1999 met betrekking tot boekhoudkundige en fiscale beroepen de meldingsplicht aan de CFI ingevoerd, anderzijds bepaalt artikel 58 van dezelfde wet dat de erkende boekhouders(-fiscalisten) de verplichting hebben tot eerbiediging van het beroepsgeheim gesanctioneerd door artikel 458 van het Strafwetboek. Daardoor zijn de boekhouders(-fiscalisten) slechts onderworpen aan bepaalde voorschriften van de wet van 11 januari 1993.

Hierover verscheen een uitvoerig artikel in Pacioli nr 64 van 15 november 1999 en Pacioli nr 301 van 16 augustus 2010.

Verplichting om de C.F.I. op de hoogte te brengen (art. 26 van de wet van 11 janauri 1993)

Wanneer de boekhouder(-fiscalist) in de uitoefening van zijn beroep feiten vaststelt waarvan hij weet dat ze verband houden met witwassen van geld of die bewijsmateriaal voor het witwassen van geld kunnen vormen, dan moet hij daarvan, krachtens artikel 26 van de wet, onmiddellijk de C.F.I. op de hoogte brengen.

Te volgen werkwijze bij de melding aan de C.F.I.

Om de naleving van hun verplichtingen te vergemakkelijken vinden melders, zoals boekhouders en boekhouders-fiscalisten, op de website van de CFI Richtsnoeren bestemd voor de personen en instellingen onderworpen aan de wet van 11 januari 1993 . Deze Richtsnoeren bevatten ook een model meldingformulier. Dit model is ook terug te vinden in het model Handleiding interne procedure .

Deze richtsnoeren vullen de wettelijke bepalingen aan (de wet van 11 januari 1993 en haar uitvoeringsbesluiten) en de reglementen, zoals het Reglement goedgekeurd door de Nationale Raad van het BIBF op 28 januari 2011, die eventueel door de controle- of tuchtoverheden van de onderworpen personen en instellingen werden genomen overeenkomstig de wet van 11 januari 1993 en vervangen de informatienota van 08 maart 2010.

Zonder daarom formeel opgelegd, wordt het gebruik van dit formulier sterk aanbevolen. Voor de rubrieken waarover de informatieverstrekker over geen inlichtingen beschikt, volstaat het de vermelding "niet beschikbaar" te gebruiken.

In dringende gevallen kan de melding telefonisch gebeuren. Deze moet evenwel onmiddellijk bevestigd worden via telefax of, bij gebreke hieraan, op enige andere schriftelijke wijze, op het volgende adres:

Cel voor Financiële Informatieverwerking
Gulden Vlieslaan 55, bus 1
1060 Brussel
Tel.: 02/533 72 11
Fax: 02/533 72 00
E-mail: info@ctif-cfi.be
URL: www.ctif-cfi.be

De Cel is telefonisch bereikbaar van 9 uur tot 18 uur van maandag tot vrijdag.

Administratieve en disciplinaire sancties Wanneer de boekhouder(-fiscalist) de wettelijke verplichtingen niet naleeft, kan het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten BIBF in uitvoering van de wet van 11 januari 1993, en dit onverminderd de bij andere wetten of reglementen bepaalde maatregelen, na de boekhouder(-fiscalist) in zijn verweer te hebben gehoord of minstens behoorlijk te hebben opgeroepen, een administratieve geldboete opleggen waarvan de som niet minder dan 250 EUR en niet méér dan 1.250.000 EUR mag bedragen. Zij kan ook overgaan tot het openbaar maken, volgens de regels die zij bepaalt, van de door haar genomen beslissingen en maatregelen.

Voor de toepassing hiervan kan de C.F.I., krachtens artikel 35, § 2 van de wet, alle nuttige gegevens mededelen aan het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten.


1. Aldus gewijzigd door de koninklijke besluiten van 22 april 1994 (B.S. van 4 juni 1994, p. 15428) en van 24 maart 1995 (B.S. van 13 april 1995, p. 9393) en door de wetten van 11 juli 1994 tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik van stoffen met hormonale of anti-hormonale werking bij dieren (B.S. van 4 oktober 1994, p. 25080), van 7 april 1995 (B.S. van 10 mei 1995, p. 12378) en de twee wetten van 10 augustus 1998 (B.S. van 25 oktober 1998, p. 34267) en laatst gewijzigd door de wet van 18 januari 2010 (B.S. van 26 januari 2010, p. 3135).

2. Senaat, n° 1323/1, G.Z. 1994-1995, p. 5 en Senaat, n° 1335/1 en 1336/1, G.Z., 1997-1998, p. 18


Laatst gewijzigd op 07/01/2014 11:02:36