Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Financieel plan

Opstellen van een financieel plan

> Voorbeeld financieel plan

De oprichters van vennootschappen (NV, B.V.B.A. en CVBA) zijn gehouden om aan de instrumenterende notaris een financieel plan te overhandigen, waarin zij het bedrag van het maatschappelijk kapitaal van de op te richten vennootschap verantwoorden. (Art. 215 van de wet van 7 mei 1999 betreffende het Wetboek van vennootschappen - voorheen art.120ter Venn W).

Dit plan bestaat idealiter uit een gedetailleerde resultatenrekening, het te voeren financieel beleid, een voorlopig geraamde balans, en dit over twee of drie jaren. Het financieel plan is gebaseerd op verscheidene gegevens zoals de vooropgestelde doelstellingen, het organigram van de onderneming, de kenmerken van de markt en de bestaande concurrentie, de voor- en nadelen van de gekozen producten en diensten alsook de te verwachten personeelsbehoeften.

In 2006 heeft een gemengde commissie BIBF-IAB een technische nota inzake een financieel plan uitgewerkt
* U kan deze technische nota hier downloaden
* een vereenvoudigde praktische toepassing hier downloaden

Alhoewel de inhoud van het financieel plan niet bij wet is vastgelegd, aanvaarden de rechtbanken geen summier financieel plan met willekeurige cijfers. Hierover bestaat reeds jurisprudentie.

De Rechtbank van Koophandel te Brussel stelde: "Het financieel plan is een budgettair plan opgesteld op basis van een actieprogramma van de oprichters. Het moet de financiŽle middelen aanwijzen die de oprichters hebben voorzien om de levensvatbaarheid van de vennootschap te waarborgen gedurende de twee eerste jaren van haar bestaan. (Wetboek Vennootschappen - Uitgave "die keure", pag. 127.)

De Rechtbank te Luik was van oordeel dat "het financieel plan zodanig moet worden opgesteld, dat kan worden nagegaan wat de voorgenomen activiteit is van de vennootschap bij de oprichting, en op welke wijze ze gedurende de eerstvolgende twee jaar zal worden gefinancierd. Ten dien einde dient het plan bij voorkeur te vermelden:
1. een beschrijving van de voorgenomen activiteit;
2. een schatting van het zakencijfer dat kan verwacht worden;
3. een berekening van de te verwachten rendabiliteit;
4. de wijze van financiering (kapitaal, leningen, andere inkomsten).
Tot de financieringsbehoeften kunnen ook de voorgenomen voorschotten door de vennoten worden gerekend. Dit zijn eveneens wijzen van financiering van de activiteit." (Wetboek Vennootschappen - Uitgave "die keure", pag .127).

De rechtbank te Gent stelde dat "het financieel plan de weergave is van de financiŽle middelen waarover de vennootschap zal beschikken voor de normale uitoefening van de voorgenomen bedrijvigheid gedurende ten minste twee jaar. Het financieel plan is daarentegen geen budgettaire norm voor deze bedrijvigheid. Wanneer de bedrijvigheid van de vennootschap, door het gevoerde bestuur, hoger blijkt te liggen dan wat werd voorzien in het financieel plan, zijn de oprichters niet aansprakelijk voor het uit de hand lopen van de aanvankelijke prognoses. De oprichters hebben geen resultaatverbintenis tot naleving van het financieel plan." (Wetboek Vennootschappen - Uitgave "die keure", pag 127)


Laatst gewijzigd op 26/02/2018 11:08:49