Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Financieel plan
Wat?De Rechtbank van Koophandel te Brussel omschreef het financieel plan, "als een actieprogramma dat de financiële middelen aanduidt die de overlevingskansen van de vennootschap tijdens de twee jaar na haar oprichting waarborgen. Het financieel plan kan worden aangevuld met gedetailleerde rendementstudies die eraan voorafgegaan zijn. ". Klik hier voor een model (zie verder ook Pacioli 2000, nrs 81, 83 en 87)

Is het opstellen van een financieel plan een verplichting?In een aantal gevallen is de startende ondernemer verplicht een financieel plan op te stellen. Dit is in het bijzonder het geval bij de oprichting van vennootschapsvormen met een aansprakelijkheidsbeperking (NV, BVBA, CVBA…). Bij vennootschapsvormen zonder aansprakelijkheidsbeperkingen zoals de VOF, COMM.V en de CVOA is er geen verplichting om dergelijk financieel plan op te stellen.

Het financieel plan laat toe na te gaan of de vennootschap kan beschikken over voldoende financiële middelen ter ondersteuning van de door haar aangegane verbintenissen en dit gedurende de eerste twee jaar na de oprichting. In geval van faling binnen de 3 jaar na de oprichting zal de rechtbank op basis van het financieel onderzoeken of de oprichters al dan niet voldoende kapitaal voorzien hadden en desgevallend hun aansprakelijkheid hiervoor weerhouden.

Wie kan dit verplicht financieel plan opstellen?Het plan kan natuurlijk opgesteld worden door de oprichters zelf. Deze kunnen hiervoor beroep doen op externe bijstand van bv een boekhouder (-fiscalist). Gelet op het belang van het financieel plan is dit laatste ten zeerste aangewezen.

Waar wordt dit financieel plan bewaard?Het verplicht financieel plan wordt niet openbaar gemaakt doch door de notaris bewaard. Het moet hier onderlijnd worden dat de notaris het door de oprichters opgestelde financieel plan enkel zal onderwerpen aan een formeel onderzoek. De notaris zal het financieel plan niet inhoudelijk analyseren en evalueren. Het is niet aan de notaris om partijen te wijzen op eventuele tekortkomingen aan het neergelegde financieel plan.

Heeft het opstellen van financieel plan ook zin voor andere starters?Het is duidelijk dat het opstellen van een financieel plan ook zonder wettelijke verplichting zeer nuttig kan zijn en dit zowel voor alle ondernemers, ongeacht of ze werken als eenmanszaak of via een vennootschap.

Zo zal de ondernemer die op zoek gaat naar bijkomende financiële middelen van potentiële investeerders of kredietverstrekkers de vraag krijgen om een financieel plan voor te leggen. Een degelijk financieel plan zal het verkrijgen van kredieten of andere steunmaatregelen kunnen vereenvoudigen.

Maar ook intern binnen de onderneming zal het financieel plan een nuttig instrument zijn. Het zal voor de ondernemer de basis vormen voor de beoordeling van de evolutie van de onderneming. Zo kunnen de opgestelde voorlopige balansen vergeleken worden met de definitieve balansen en dergelijke meer.

Een correcte inschatting van de bedrijfsecomische situatie en mogelijkheden zijn dus voor alle ondernemers van groot belang. De praktijk leert immers dat veel ondernemers failliet gaan niet door een gebrek aan ondernemingszin doch wel door een verkeerde inschatting van bv. behoeften aan kapitaal.

Ook de wetgever is dit niet ontgaan en heeft gezocht naar mogelijkheden om dit op te vangen. Nu had de wetgever evengoed elke startende ondernemer bij wijze van vestigingsvoorwaarde kunnen verplichten dergelijk financieel plan op te stellen en bv. neer te leggen bij de Rechtbank van Koophandel. Verplichtingen worden door ondernemers niet altijd goed onthaald en het risico was niet onbestaande dat vele starters zich zouden laten verleiden om een uiterst rudimentair financieel plan op te stellen.

Het opstellen van een degelijk financieel plan is echter geen kinderspel en wordt dus bij voorkeur door bekwame mensen opgesteld. Aldus werd dan snel de link gelegd naar de economische beroepsbeoefenaars en in het bijzonder de boekhouder.

Een financieel plan voor de starter – rol van de boekhouder BIBFGelet op het voorgaande heeft de Wetgever de startende ondernemers een mogelijkheid willen bieden om te kunnen beroep doen op een boekhouder voor het opstellen van een degelijk financieel plan en heeft in artikel 51 van de Wet van 22 april 1999 ingeschreven dat:

""...De Nationale Raad kan tevens de regels bepalen volgens dewelke de stagiair-boekhouders worden belast met de opstelling, ten kosteloze titel en onder toezicht van hun stagemeester, van een financieel plan zoals bedoeld bij artikel 29ter van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen* voor de ondernemers in het kader van hun eerste vestiging.[*nu =art.440 van het Wetboek van Vennootschappen.]".

De wetgever wil dus de stagiair boekhouders-(fiscalisten) belasten met de kosteloze opstelling van een ontwerp van financieel plan voor de ondernemers die zich voor de eerste keer vestigen. Die opdracht zou uitgevoerd moeten worden onder toezicht van de stagemeester.

Van wie moet de vraag tot opstellen van een financieel plan komen?Het initiatief van de wetgever is gericht op personen die nooit eerder zelfstandig zijn geweest.

Worden daar bijgevolg van uitgesloten: bv:

- de zelfstandige die een nieuwe (bijkomende) activiteit start of die van activiteitendomein verandert.

- de zelfstandige die zijn activiteit voordien als natuurlijke persoon uitoefende en die beslist om over te schakelen op een vennootschap of omgekeerd

Volledigheidshalve moet opgemerkt worden dat de vraag rechtstreeks van de startende ondernemer en dus niet via een tussenpersoon kan komen.


De Commissie Financieel plan
Teneinde enerzijds de doelstelling van de wetgever te realiseren en anderzijds aan de betrokkene partijen een maximale zekerheid te bieden heeft de Nationale Raad een "Commissie -Financieel Plan" opgericht die op meerdere niveaus hulp en logistieke ondersteuning zal bieden aan de stagiairs en hun stagemeesters.

1. Taak van de Commissie

Deze Commissie heeft als hoofddoel de taak van hulpverlening en toezicht van de stagemeester te vergemakkelijken en aan te vullen en tevens:

  • Een werkmethode bieden aan de stagiairs.

De Commissie zal de stagiairs en stagemeesters bijstaan door hen een werkmethode aan te reiken samen met een checklist waarin alle basisinformatie werd opgenomen die ze bij de "starter" dienen te verzamelen, evenals de voorzorgsmaatregelen (briefwisseling ter bevestiging van de meegedeelde gegevens) die moeten genomen worden ten overstaan van de klant. (zie ook Pacioli, 2000, nr 87 du 30/11/2000)

  • Confraternele controle van het ontwerp van financieel plan opgesteld door de stagiair

Nadat het ontwerp door de stagiair werd opgesteld (in samenspraak met zijn stagemeester), zullen zij verzocht worden om het voor te leggen aan de commissie die zal overgaan tot een confraternele controle. Er bestaat geen enkele verplichting voor de stagiair om beroep te doen op de Commissie. Het gaat hier louter om een mogelijkheid om bevestiging te krijgen van de waarde van zijn/haar werk.

2. Samenstelling van de commissie

De Commissie bestaat uit leden van de Nationale Raad en externe personen, gespecialiseerd in een bepaald onderwerp. Er is tevens een Duitstalig lid.

Werkwijze voor de stagiair die gevraagd wordt dergelijk financieel plan op te stellen?

1. De stagiair dient contact te nemen met het Instituut. Deze zal aan de stagiair een model van de verklaring op eer overmaken waarin de starter verklaart en ondertekent:

  • Deze tot heden geen inschrijving heeft gehad in de KBO of geregistreerd was bij de BTW-administratie en evenmin ingeschreven is geweest bij een sociale kas voor zelfstandigen als natuurlijke persoon of mandataris van een vennootschap.
  • Dat de informatie, nodig voor het opstellen van het financieel plan, overgemaakt aan de stagiair oprecht, volledig en juist is.
  • Dat het op basis van de medegedeelde gegevens door de stagiair opgestelde financieel plan enkel en alleen gebruikt wordt voor het beoogde en vooraf bepaalde doel (vennootschap/natuurlijke persoon, activiteit, begindatum)
  • De startende ondernemer wordt medegedeeld dat de stagiair enkel gehouden is tot de uitwerking van een ontwerp van een financieel plan houdende de technische verwerking in balansen en resultatenrekeningen en dit op basis van de medegedeelde gegevens.

Indien de verklaring op eer niet overeenstemt met de werkelijkheid is de stagiair gerechtigd:

  • De opdracht terug te geven,
  • Een ereloon aan te rekenen voor de geleverde prestaties.
2. Als het ontwerp is uitgewerkt dient de stagiair het in 4 exemplaren over te maken aan het Instituut.Als het ontwerp is uitgewerkt dient de stagiair het in 4 exemplaren over te maken aan het Instituut welke het voor verder onderzoek overmaakt aan de leden van de Commissie Financieel Plan. Binnen de 15 dagen na ontvangst van het ontwerp worden de stagiair en de stagemeester uitgenodigd voor de bespreking van het werk van de stagiair. Ter gelegenheid van deze vergadering wordt een document opgesteld dat zal ondertekend worden door de leden van de Commissie en door de stagiair. Dit document vermeldt:

  • Ofwel, dat er geen opmerkingen zijn
  • Ofwel, de nuttige opmerkingen met de aan te brengen aanpassingen en/of de te verzamelen bijkomende informatie.

Ter informatie bevat het document eveneens het volgende:

  • de noodzaak voor de stagiair om zich in te dekken via een persoonlijke verzekering;
  • het feit dat de verantwoordelijkheid van de stagiair helemaal niet die van de oprichters kan vervangen;
  • dat het een ontwerp betreft dat alleen een financieel plan zal worden op voorwaarde dat het ondertekend werd door de oprichter(s);
  • dat de stagiair geenszins bevoegd is om het financieel plan te ondertekenen, en hij zijn persoonlijke aansprakelijkheid in het gedrang kan komen indien de stagiair dit toch doet;
  • dat het ontwerp wordt afgeleverd in het kader van artikel 51§ 2 van de wet van 22/04/99 zoals uitgewerkt door de Nationale Raad van het BIBF en op basis van de verklaring op eer van de klant, volgens welke hij voordien niet beschikte over enig BTW-nummer en/of ondernemingsnummer, zowel in de hoedanigheid van natuurlijke persoon als in die van zaakvoerder van een rechtspersoon.

Laatst gewijzigd op 18/03/2013 18:28:03