Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Voorwaarden stagemeester
De criteria werden vastgelegd door de artikelen 19 en 20 van het Stagereglement (K.B. van 10 april 2015)

Art. 19. § 1. De kandidaat-stagemeester moet als erkend boekhouder BIBF of erkend boekhouder -fiscalist BIBF, accountant IAB, of bedrijfsrevisor IBR tenminste 5 jaar ingeschreven zijn op het tableau van de leden van het BIBF, van het IAB of van het IBR. De ervaring bij de verschillende Instituten is cumuleerbaar alsook de hoedanigheid van extern of intern lid. Gedurende een periode van 5 jaar vanaf de inwerkingtreding van dit besluit zal een kandidaat stagemeester met de hoedanigheid van intern erkend boekhouder of intern erkend boekhouder-fiscalist niet moeten voldoen aan de vereisten van 5 jaar inschrijving op het tableau van de leden van het BIBF. Hij zal enkel vijf jaar nuttige beroepservaring moeten aantonen betreffende de werkzaamheden en de beroepspraktijk van een erkend boekhouder (-fiscalist);

§ 2. De kandidaat stagemeester die wenst op te treden als stagemeester voor een externe stagiair BIBF moet extern erkend boekhouder BIBF, extern erkend boekhouder -fiscalist BIBF, extern accountant IAB, of bedrijfsrevisor IBR zijn.

§ 3. De kandidaat-stagemeester met een externe hoedanigheid dient actief te zijn in de beroepspraktijk in hoofdberoep. Als criterium voor het hoofdberoep dient het sociaalrechterlijke criterium te worden gehanteerd voor het bepalen van het sociale statuut (in functie van tijdsbesteding). De Uitvoerende Kamer kan van deze regel afwijken op verzoek van de kandidaat-stagemeester. Deze moet hiertoe een voldoende beschikbaarheid (in tijd) en een brede beroepservaring kunnen aantonen.

§ 4. De kandidaat-stagemeesters mogen geen tuchtrechterlijke veroordelingen hebben opgelopen binnen hun beroepsinstituut behoudens indien zij eerherstel verkregen in overeenstemming met de wettelijke voorwaarden.

§ 5. De kandidaat-stagemeester moet in orde zijn met zijn verplichting betreffende permanente vorming.

§ 6. De kandidaat-stagemeester met een externe hoedanigheid dient een beroepsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten te hebben die conform is met de deontologische en wettelijke bepalingen ter zake en dient zijn verplichtingen inzake de anti-witwaswetgeving ten aanzien van het Beroepsinstituut te hebben vervuld.

§ 7. De kandidaat-stagemeester moet in orde zijn met de ledenbijdrage.

§ 8. De Kamer kan een stagemeester weglaten van de lijst van stagemeesters of weigeren als stagemeester wanneer zij blijk hebben gegeven van nalatigheid bij het nakomen van hun verplichtingen. De betrokken stagemeester kan hiertegen in beroep gaan zoals voorzien in artikel 45/1 van de wet.

§ 9. De stagemeester is niet verantwoordelijk voor de beroepsdaden die de externe stagiair in de persoonlijke dossiers van de stagiair heeft verricht.

De kandidaat stagemeester lid van het IAB en het IBR maakt een attest, afgeleverd door zijn Instituut, over aan de Kamer waarin wordt bevestigd dat hij voldoet aan de voorwaarden zoals vermeld in § 3 tot en met § 7 van dit artikel.

Art. 20. De stagemeester mag maximaal drie stagiairs tegelijk begeleiden voor alle instituten van de economische beroepen samen.

Voor kandidaat-stagemeesters die lid zijn van IAB of IBR, wordt een document afgeleverd door hun Instituut waarin geattesteerd wordt dat zij aan de hoger vermelde voorwaarden voldoen.
Laatst gewijzigd op 28/05/2015 15:10:25