Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Wettelijk kader

Binnen het BIBF wordt een stagecommissie opgericht die zal fungeren als examenjury en die belast wordt met het afnemen van het praktisch bekwaamheidsexamen. (Art. 51 Wet 22 april 1999 – K.B. 27 september 2015)

Deze bestaat voor de beide taalrollen uit 20 werkende leden (10 Franstalig en 10 Nederlandstalig). De Voorzitter en de Ondervoorzitter van het Instituut zijn tevens Voorzitter en Ondervoorzitter van de stagecommissie.

De leden, en hun plaatsvervangers, worden benoemd door de Nationale Raad van het BIBF voor een hernieuwbare termijn van vier jaar (zelfde termijn dus als voor de mandatarissen van het BIBF, die om de vier jaar worden verkozen door alle BIBF leden). Deze benoemingen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de Minister die bevoegd is voor de Middenstand.

De leden van de stagecommissie (waarvan er één beschikt over voldoende kennis van de Duitse taal) kunnen benoemd worden onder de leden van de Nationale Raad (maximaal 5 per taalrol) en bestaan voor het overige uit personen die ofwel lid zijn van het Instituut ofwel personen die gekozen worden op grond van hun specifieke kennis van de materies relevant voor het beroep (bv advocaten, notarissen, belastingsambtenaren…). Ten minste één Franstalig en één Nederlandstalig lid moeten bovendien docent zijn aan een universiteit, een onderwijsinstelling voor hoger onderwijs van universitair niveau of van een inrichting voor economisch hoger onderwijs.

Er is onverenigbaarheid tussen het lidmaatschap van de stagecommissie en dat van werkend of plaatsvervangend lid van de Uitvoerende Kamer en de Kamer van Beroep van het BIBF (tuchtorganen).

De stagecommissie, die haar opdrachten aan één of meerdere van haar leden kan toevertrouwen, beraadslaagt per taalrol.

De stagecommissie staat in voor de organisatie van het examen en dit zowel voor het schriftelijk als mondeling gedeelte.


Laatst gewijzigd op 10/04/2017 12:56:14
Navigatie
  • TERUG