Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Tusentijdse evaluatie door de Stagecommissie
Wettelijke basis

Wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen

Art. 51. § 2. De stage wordt afgesloten met het slagen in een praktisch bekwaamheidsexamen, georganiseerd door het Beroepsinstituut. Dit examen kan verschillend zijn voor stagiair-boekhouders en stagiair-boekhouders-fiscalisten. Het programma, de voorwaarden en de samenstelling van de examenjury worden door de Koning vastgesteld.

De Uitvoerende Kamer kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van het volgen van de stage en/of het afleggen van het praktisch bekwaamheidsexamen aan personen die in België een hoedanigheid bezitten die gelijkwaardig is met die van erkende boekhouder of erkende boekhouder-fiscalist.

Een stagiair kan ten vroegste deelnemen aan dit praktisch bekwaamheidsexamen nadat hij minstens één jaar stage heeft doorlopen. Daarna kan hij zijn inschrijving vragen voor elk volgend praktisch bekwaamheidsexamen dat het Beroepsinstituut organiseert en een laatste maal aan het eerstvolgende examen dat plaatsvindt nadat zijn maximale stageperiode van zes jaar beëindigd is en op voorwaarde dat zijn aanvraag tot deelname gebeurt uiterlijk voor het verstrijken van de zesjarige stageperiode.

De examenjury kan de stagiairs ook aan een tussentijdse evaluatie onderwerpen die los staat van het praktisch bekwaamheidsexamen.

De beslissingen van de examenjury hebben kracht van gewijsde behoudens het beroep dat desgevallend wordt ingesteld tegen deze beslissingen overeenkomstig artikel 45/1, § 12.

Uitvoering

-Dit tussentijds onderhoud van een 30 tal minuten kan plaatsvinden hetzij op verzoek van de stagiair, hetzij op verzoek van de stagecommissie hetzij op verzoek van de bevoegde uitvoerende Kamer of Kamer van Beroep.

-Het betreft een mondeling onderhoud van de stagiair met enkele leden van de examenjury teneinde de stagiair een duidelijk inzicht te geven en hem vertrouwd te maken met wat hem verwacht wordt tijdens het praktisch bekwaamheidsexamen.

-De stagiair dient op dit onderhoud volgende documenten voor te leggen: timesheets van de verrichte prestaties, attesten van de gevolgde permanente vorming, een aantal kopies van ereloonnota’s en opdrachtbrieven en alle andere documenten die worden opgevraagd door de stagecommissie.

-Een tussentijdse evaluatie op initiatief van de stagecommissie zal prioritair plaatsvinden voor volgende categorieën van stagiairs :

  • hetzij stagiairs van wie de stage reeds langer dan 24 maanden duurt en die nog geen mondeling examen hebben afgelegd.
  • hetzij zelfstandige stagiairs die een eigen cliënteel hebben en die niet uitsluitend werkzaam zijn in dossiers van hun stagemeester(s)
  • hetzij stagiairs van wie wordt vastgesteld dat de stage onvoldoende gediversifieerd of kwaliteitsvol verloopt.

-De bedoeling is, waar nodig, de stagiair te wijzen op werkpunten of eventuele tekortkomingen die kunnen bijdragen tot de verbetering van de professionele vorming en die de stagiair moeten helpen in zijn/haar stage (assimileren beroepspraktijk en het in de praktijk brengen van zijn theoretische kennis). De stagecommissie zal, indien nodig, een advies met aanbevelingen formuleren en desgevallend (bij herhaaldelijke ernstige tekortkomingen en op basis van objectieve elementen) zelfs een advies tot stopzetting van de stage kunnen aanbevelen.

-Het resultaat van deze facultatieve tussentijdse evaluatie zal op geen enkele manier in rekening worden gebracht voor het eigenlijke praktisch bekwaamheidsexamen.

Zie Richtlijnen Stage BIBF - http://www.bibf.be/Index.asp?Idx=1838

Laatst gewijzigd op 28/02/2018 17:06:45