Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Tusentijdse evaluatie door de Stagecommissie
Wettelijke basis

Artikel 51 §2 Wet van 22 april 1999: “De examenjury kan de stagiairs ook aan een tussentijdse evaluatie onderwerpen die los staat van het praktisch bekwaamheidsexamen.”

Uitvoering

Indien de stagiair dit wenst, teneinde zich een beeld te vormen van het verloop van de stage, kan een tussentijdse evaluatie vragen. Deze tussentijdse evaluatie, over de examenmateries, bestaat uit een mondeling onderhoud met de Stagecommissie.

De tussentijdse evaluatie gebeurt op vrijwillige basis en kan door elke stagiair gevraagd worden tijdens de eerste stageperiode. De enige voorwaarde is dat men nog niet aan een mondelinge proef heeft deelgenomen en men tussen de 15 à 18 maanden stage heeft gedaan.

Dit onderhoud (ongeveer 30 minuten) bestaat in een evaluatie van de stage en in het bijzonder dan in verhouding tot de examenmateries. Enerzijds worden tips gegeven voor de voorbereiding van de schriftelijke en mondelinge proef en anderzijds worden een aantal concrete examenvragen gesteld die de stagiair moeten toelaten zichzelf te evalueren en voor te bereiden voor het examen.

De stagiair dient op dit onderhoud ook een aantal documenten voor te leggen : timesheets van de verrichte prestaties, attesten permanente vorming, kopie van facturen, opdrachtbrieven , … .


Laatst gewijzigd op 28/09/2017 15:22:36