Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 66 - 15.12.99 - Het boekhoudkantoor en de rechtspersoon

Editie nr 66 van 15 december 1999

Het boekhoudkantoor en de rechtspersoon

    Auteur:
    Frank HAEMERS,
    Jurist B.I.B.F.

Inleiding

Door de Wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen(1) werd de bestaande reglementering van het beroep van zelfstandig boekhouder in een nieuw kleedje gestoken. Daarenboven werd bijkomend de titel van erkend boekhouder-fiscalist beschermd.

Net zoals voorheen bestaan er strikte regels wanneer erkende boekhouders B.I.B.F(2)(3) hun werkzaamheden uitoefenen via een rechtspersoon.

In het kader van deze veranderingen leek het ons nog eens nuttig een aantal basisprincipes op te frissen wat betreft de uitoefening in vennootschapsverband, in het bijzonder wat betreft de vorm, het maatschappelijk doel, het bestuur en de handelsnaam. (Zie ook Pacioli nr. 6 van 15 mei 1997).

Artikel 46 van de Wet van 22 april 1999 bepaalt duidelijk dat niemand de activiteit van zelfstandig boekhouder mag uitoefenen zonder te zijn ingeschreven op het tableau van de erkende boekhouders of op de lijst van de stagiairs.

Artikel 47 van de Wet van 22 april 1999 voorziet in de mogelijkheid om bij K.B. de voorwaarden voor de uitoefening in het kader van een rechtspersoon vast te leggen. Dit is tot op heden nog niet gebeurd en dus blijft artikel 3 van de Kaderwet van 01 maart 1976(4) onverkort van toepassing.

Opdat er rechtsgeldig binnen een rechtspersoon boekhoudkundige diensten aan derden verleend kunnen worden, dient dan ook altijd minstens één bestuurder/zaakvoerder/beheerder erkend boekhouder te zijn. Indien meerdere onder hen zich met boekhoudactiviteiten bezighouden dienen zij allen erkend te zijn.

Het zijn ook enkel deze mandatarissen, die de titel van erkend boekhouder B.I.B.F. dragen, die de rechtspersoon t.a.v. derden mogen vertegenwoordigen voor boekhoudwerkzaamheden. Terzake merken wij op dat deze regel enkel betrekking heeft op de mandatarissen en niet op de aandeelhoudersstructuur.

Bij de oprichting of omvorming van een van een rechtspersoon dient men ook rekening te houden met deontologische regels en richtlijnen.

Artikel 21 van het reglement van plichtenleer van het B.I.B.F(5)., bepaalt dat "het beroep van boekhouder BIBF is onverenigbaar met elke ambachtelijke of handelsactiviteit welke rechtstreeks of onrechtstreeks, individueel of in verenigings-of vennootschapsverband wordt uitgeoefend..." (zie ook Pacioli,1998 nr. 35)

Rechtsvorm

Gelet hierop dienen dus de erkende boekhouders B.I.B.F. (zoals alle vrije beroepsbeoefenaars) een burgerlijke vennootschap die een handelsvorm kan aannemen op te richten wanneer zij hun activiteiten wensen uit te oefenen in vennootschapsvorm. (zie ook Pacioli, 1998 nr. 35)

Maatschappelijk doel

In het maatschappelijk doel van een dergelijke boekhoudvennootschap kunnen – gelet op artikel 21 - enkel en alleen volgende vermeldingen worden opgenomen:

1. De activiteiten, vermeld in artikel 49 van de wet van 22 april 1999, zijnde:

    - de organisatie van boekhoudingsdiensten en raadgeving daaromtrent;
    - het openen, het houden, het centraliseren en het sluiten van boekingen, geschikt voor het opmaken van de rekeningen;
    - het bepalen van de resultaten en het opmaken van de jaarrekening in de door de wet bepaalde vorm;
    - het belastingsadvies, bijstand en vertegenwoordiging van belastingsplichtigen(6)

2. Juridische adviesverlening in het bijzonder wat betreft de oprichting en vereffening van vennootschappen;

3. Studie- , organisatie- en raadgevend bureau inzake financiële, fiscale en sociale aangelegendheden;

4. Tenslotte : alle verrichtingen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met het doel van de vennootschap en voor zover die verrichtingen in overeenstemming zijn met de plichtenleer die geldt voor het beroep van boekhouder."(7)

Deze tekst omvat de activiteiten die behoren tot het wettelijk monopolie van de boekhouder en laat bovendien de ruimte om die activiteiten uit te oefenen die verenigbaar zijn met het reglement van plichtenleer en de deontologie. Hieraan iets toevoegen is niet nodig.

Het bestuur

Rekening houdend met het wettelijk monopolie is het bovendien raadzaam om in het hoofdstuk betreffende de externe vertegenwoordiging/bestuur van een boekhoudvennootschap, volgende bepaling op te nemen:

"De voorgaande/volgende paragra(a)f(en) zijn slechts van toepassing in zoverre de vertegenwoordiging van de vennootschap betreffende boekhoudwerkzaamheden voor derden, zoals opgenomen in artikel 49 van de Wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, enkel worden toegekend aan één of meerdere personen die gerechtigd zijn de boekhoudactiviteiten uit te oefenen".

De handelsnaam

Wij stellen regelmatig vast dat in de benaming van een boekhoudvennootschap er vaak sprake is van accountancy, account, accounting en aanverwanten en/of belastingsconsultancy.

Artikel 16 en volgende van de Wet van 22 april 1999 beschermen de titel van accountant en/of belastingsconsulent alsook elke term die verwarring zou kunnen stichten met de titel van accountant en/of belastingsconsulent. Conform artikel 17 van de Wet van 22 april 1999 mag een vennootschap in haar benaming enkel accountant of belastingsconsulent gebruiken wanneer haar die hoedanigheid verleend werd door het I.A.B.

De boekhouders BIBF moeten er dan ook voor zorgen geen dergelijke titel of term te gebruiken in hun handelsnaam of in de maatschappelijke benaming van hun vennootschap.Wij weten dat het I.A.B. ook hier een statutenwijziging oplegt aan diegenen die deze bepalingen negeren, net zoals wanneer men aan accountants voorbehouden activiteiten opneemt in het maatschappelijk doel(8).

Teneinde de conformiteit met de wettelijke en deontologische bepalingen na te gaan moeten de ontwerpstatuten steeds in hun geheel worden voorgelegd aan de juridische dienst van het Instituut. Dit mag per post, fax of e-mail gebeuren.

Slechts na goedkeuring van de statuten, wordt een attest voor inschrijving in het register der burgerlijke vennootschappen overgemaakt.

Samenvattend:

  1. steeds een burgerlijke vennootschap oprichten (die de vorm van een handelsvennootschap kan aannemen)
  2. Bij de redactie van het doel en de externe vertegenwoordiging van dergelijke vennootschap/rechtspersoon rekening te houden met hetgeen hoger vermeld werd
  3. de ontwerpstatuten steeds voorafgaandelijk te laten nalezen door de juridische dienst van het BIBF.

-----------------

1. De Wet van 22 april 1999 (B.S., 11 mei 1999) is door het K.B. van 04 mei 1999 (B.S. 29 juni 1999) in werking getreden op 29 juni 1999
2. Het B.I.B.F. is ingevolge artikel 43 van de Wet van 22 april 1999 in de rechten en plichten van het B.I.B. getreden.
3. Voor de eenvoud spreken we hierna enkele nog van een erkend boekhouder B.I.B.F.. Dit omvat zij die ingeschreven zijn op het tableau van de erkende boekhouders-fiscalisten en op de lijst van stagiair boekhouders-fiscalisten.
4. Kaderwet van 01 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen
5. Het Reglement van Plichtenleer werd goedgekeurd bij K.B. van 23 december 1997 (B.S., 29/01/1999)
6. zie artikel 38 van de Wet van 22 april 1999
7. zie artikel 20 van het Reglement van Plichtenleer : vb. vereffenaar van vennootschappen, commissaris inzake opschorting, syndicus van gebouwen
8. zie artikel 34, 1°, 2° en 6° van de Wet van 22 april 1999

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00