Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 63 - 31.10.99 - De liquiditeit van een onderneming

Editie nr 63 van 31 oktober 1999

De liquiditeit van een onderneming

    Auteur:
    Georges Honoré
    Lid van de Nationale Raad

1. Definitie

Hubert Ooghe en Ch. Van Wymeersch geven in hun boek "Financiële analyse van de onderneming", p. 135, de volgende definitie aan het begrip liquiditeit: "De liquiditeit betreft de mate waarin de onderneming in staat is kasmiddelen te mobiliseren om haar kortlopende betalingsverplichtingen na te leven."

De exploitatiecyclus bestaat uit verscheidene stromen, zoals de aankopenstroom, de verkopenstroom, de lastenstroom, de productiestroom en de incasseringsstroom.

In ieder stadium wordt de stroom tegengehouden, die op haar beurt tot een waardeaccumulatie leidt: Voorraden -> Klanten -> Bank -> Leveranciers.

Er is een min of meer lange tijd om deze geaccumuleerde waarden om te zetten in beschikbare waarden: Een voorraad moet worden verkocht aan een klant. Een klant moet het bedrag van de factuur binnen een gegeven termijn betalen.

Deze opeenvolgende stappen hebben geleid tot de definitie van drie onderscheiden ratio’s:
– Liquiditeitsratio in ruime zin of algemene liquiditeit;
– Liquiditeitsratio in enge zin of beperkte liquiditeit;
– Onmiddellijke liquiditeitsratio.

2. Liquiditeitsratio in ruime zin of algemene liquiditeit

Deze ratio geeft aan of de activa in omloop voldoende zijn om de schulden op korte termijn te betalen.

Coëfficient = (Exploitatiewaarde + Realiseerbare waarden + Beschikbare middelen)
/ schulden op ten hoogste één jaar

Deze ratio kan eenvoudiger worden geschreven als: Activa in omloop / Schulden op korte termijn.

Hij moet een coëfficiënt groter dan 1 geven.

Een negatieve coëfficiënt is een gevaarlijke situatie aangezien de activa op korte termijn niet voldoende zijn om de kortlopende schulden terug te betalen.

Een hoge liquiditeitsratio in ruime zin is niet noodzakelijk gunstig, want het kan betekenen dat de onderneming te veel investeert in activa in omloop of dat ze verhoudingsgewijs te veel langlopende schulden heeft.

3. Liquiditeitsratio in enge zin of beperkte liquiditeit.

Om deze ratio te berekenen elimineert men de minst liquide elementen (voorraden, lopende bestellingen, regularisatierekening). Men kan dus beschouwen dat de voorraden onvoldoende liquide blijken om een dringende liquiditeitsbehoefte te dekken. De snelheid of traagheid van het te gelde maken van de voorraden kunnen afhangen van de definitie van de exploitatiecyclus.

Coëfficient = (Realiseerbare waarden + Beschikbare middelen)
/ schulden op ten hoogste één jaar

Algemeen wordt aangenomen dat een coëfficiënt van 0,5 goed is.

Daarmee kan de mate worden bepaald waarin de onderneming snel kan voldoen aan de verplichtingen op zeer korte termijn. Men dient aandacht te hebben voor het grote verschil dat inzake termijnen kan bestaan tussen de aan de klanten verleende kredieten en de van de leveranciers verkregen kredieten.

Voorbeeld

In onderneming A verlenen de leveranciers gewoonlijk een krediet van vier weken voor de betaling van hun facturen. Ingevolge de stijging van de rentevoeten, spoort de beroepsvereniging van de leveranciers van de bedrijfstak haar leden aan het op drie weken toegekende krediet te beperken.

Onderneming A zal snel liquiditeiten moeten kunnen realiseren om aan deze beperking van leverancierskrediet te voldoen.

4. Onmiddellijke liquiditeitsratio

Deze ratio wordt vaak ten onrechte "kasmiddelenratio" genoemd.

Coëfficient = Beschikbare middelen
/ schulden op ten hoogste één jaar = 0,25 %

5. Negatieve stand van de algemene liquiditeit

Bij een eerste benadering laat een negatieve netto positie van de algemene liquiditeitsratio vermoeden dat de situatie weinig comfortabel is, wat ook effectief het geval kan zijn. Maar een negatieve netto stand kan een teken van expansie zijn. De kortlopende schulden gaan altijd de vorderingen op de klanten vooraf, vooral wanneer de realisatiecyclus lang is.

Het kan interessant zijn het bedrag van de liquiditeiten te vergelijken met de omzet.

De volgende schaal wordt over het algemeen door de kredietinstellingen aangenomen: (jaarlijkse omzet) /12

Positie van de algemene liquiditeit op korte termijn SITUATIE
Een maand negatief t.o.v. de omzet Bevredigend
Twee maanden negatief t.o.v. de omzet Onrustwekkend
Twee à drie maanden negatief t.o.v. de omzet Slecht
meer dan drie maanden negatief t.o.v. de omzet Zeer gevaarlijk

6. Evolutie van de liquiditeiten

SITUATIE FORMULE IDEAAL 20XX 19XX 19XX
Algemene liquiditeit Activa in omloop
/ Kortlopende schulden
>1 - - -
Beperkte liquiditeit Vorderingen + beschikbare middelen
/ Kortlopende schulden
0,5 - - -
Onmiddellijke liquiditeit Beschikbare middelen
/ Kortlopende schulden
0,25 - - -

***

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00