Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 59 - 31.08.99 - Overgang naar het jaar 2000: Is uw computer er klaar voor?

Editie nr 59 van 31 augustus 1999

Overgang naar het jaar 2 000. Is uw computer klaar?

    Auteur:
    Etienne Piret,
    Advocaat

1. Eventuele aansprakelijkheid van de leverancier "die de overgang naar het jaar 2000 niet voorzien heeft".

De informaticacontracten die de ondernemingen gesloten hebben, zijn vaak heel complex en bevatten zowel elementen van een klassiek verkoopcontract (voor wat de levering van het materiaal betreft), van een licentieovereenkomst en van een aannemingscontract. Wie een goed verkoopt, moet de koper vrijwaren voor verborgen gebreken (artikelen 1641 en volgende van het Burgerlijk Wetboek). De ondernemer is aansprakelijk voor zijn eventuele fouten, het bestaan van een fout wordt daarbij beoordeeld door te verwijzen naar het model van "de normaal voorzichtige en nauwlettende man".

Wil dat zeggen dat de onderneming waarvan de software slecht functioneert vanaf 1 januari 2000 (noodzakelijkerwijze) vervolging tot schadeloosstelling ten laste van de leverancier van die software kan instellen?

Nee, er zijn een aantal belemmeringen:

  • eerst en vooral zou kunnen worden geoordeeld dat de ongeschiktheid van een software om de drempel van het jaar 2000 te overschrijden, een zichtbaar gebrek vormt (in dat geval belet de aanvaarding van de software definitief dat de koper een gebrek (dat niet verborgen is) inroept). “De verkoper moet niet instaan voor de gebreken die zichtbaar zijn en die de koper zelf heeft kunnen waarnemen (artikel 1642 van het Burgerlijk Wetboek). Zelfs al wordt aanvaard dat de ongeschiktheid van de software om de drempel van het jaar 2000 te overschrijden een verborgen gebrek uitmaakt, dan nog kan dit tegengeworpen worden aan de koper van die software:
    • "de rechtsvordering op grond van koopvernietigende gebreken moet door de koper worden ingesteld binnen een korte tijd" (artikel 1648 van het Burgerlijk Wetboek),
    • gelet op de huidige wetenschap dat bepaalde software ongeschikt kan zijn om de drempel van het jaar 2000 te overschrijden, is het niet langer denkbaar dat de verkrijgers van software zich nog geen rekenschap hebben kunnen geven van het eventuele gebrek binnen een zekere tijdspanne die het voornoemde begrip van de "korte tijd" overschrijdt.
    • lange tijd en onder invloed van technische beperkingen die thans verdwenen zijn, hield geen enkele softwareproducent rekening met de mogelijkheid dat zijn software de eeuwwisseling moest overleven. In die optiek kan de informaticus die geen rekening hield met het jaar 2000 dan ook niet verweten worden dat hij het voorbeeld van de "normaal voorzichtige en nauwlettende" informaticus niet nageleefd had (en bracht hij zijn aansprakelijkheid dus niet in het gedrang).

Het begrip "korte tijd" (waarbinnen de vordering berustend op een gebrek moet worden ingesteld) wordt inderdaad, bij betwisting, geval per geval beoordeeld door de rechter. Het feit of de koper van de software al dan niet over voldoende professionele kennis ter zake beschikt, lijkt ons ook van die aard om elke pertinente bewering inzake de onmogelijkheid om zich te beroepen op een gebrek dat reeds lang in het programma aanwezig is, enigszins te nuanceren. Anderzijds spreekt het ook voor zich dat zelfs de meest ervaren informaticus niet alle problemen kan voorzien die verband houden met de overgang naar het jaar 2000 en die zich pas na 31 december 1999 zullen voordoen.

In sommige gevallen zou een onderneming die op 1 januari 2000 door een bug getroffen wordt ook kunnen voorhouden dat de zaak te wijten is aan een tekortkoming van haar leverancier in zijn adviesplicht. De leveringsdatum van de betwiste software zou ook hier evenwel van doorslaggevend belang moeten zijn.

Hoe het ook zij, de installatie- en/of verkoopcontracten van computermateriaal kunnen heel wat clausules bevatten die veelal een weerslag zullen uitoefenen op de toepassing van de beginselen van het gemeen recht die wij zonet aangehaald hebben.

Zo valt het vaak voor dat de installatie- en/of verkoopcontracten van computermateriaal aansprakelijkheidsbeperkende en/of vrijwarende clausules bevatten.

Een beperkende (of vrijwarende) clausule mag evenwel, op straffe van nietigheid, het contract niet ontdoen van zijn voorwerp. Zo zou volgens ons de geldigheid kunnen worden betwist van een clausule waarmee de leverancier van computermateriaal en/of -service zijn aansprakelijkheid zodanig negeert dat hij zich gewoon zou kunnen onthouden van het uitvoeren van het contract of materiaal zou kunnen leveren dat een fundamenteel gebrek vertoont.

Anderzijds kan de verkoper bij overeenkomst bedingen dat zijn aansprakelijkheid gevrijwaard is voor de verborgen gebreken die hij zelf niet kende (artikel 1643 van het Burgerlijk Wetboek).
Merken wij evenwel op dat:

  • hoewel aangenomen wordt dat de verkoper de verborgen gebreken van de zaak kende, hij gehouden kan zijn tot vergoeding van de schade ten belope van het nadeel dat eruit voortvloeit (artikel 1645 van het Burgerlijk Wetboek) (dergelijk bewijs is doorgaans echter onmogelijk te leveren);
  • in het geval van een professionele verkoper, geoordeeld wordt dat de clausule tot beperking of vrijwaring van de aansprakelijkheid in het verkoopcontract slechts door de verkoper kan worden ingeroepen wanneer hij het bewijs levert dat hij op het tijdstip van het contract, onmogelijk op de hoogte kon zijn van het gebrek;
  • werd geoordeeld dat de clausule die de koper verbiedt om de verkoop in rechte te verbreken wegens een verborgen gebrek, nietig is.

Er werd tevens gevonnist dat de professionele verkoper zich in elk geval geenszins op een geldige wijze kan vrijwaren voor de ernstige gebreken die het betrokken product normaal niet zou mogen bevatten. De vraag of de problemen die te maken hebben met de overgang naar het jaar 2000 al dan niet "ernstige gebreken" vormen, zal vooral afhangen van de aard van het gebrek en van het tijdstip waarop de software werd ontwikkeld of het materiaal werd geleverd.

Ten slotte herinneren wij eraan dat werd geoordeeld dat de koper die het goed dat hem werd verkocht, blijft gebruiken hoewel hij een verborgen gebrek aanklaagt, zichzelf op die manier de mogelijkheid ontneemt om de verkoper te vragen het verkochte goed terug te nemen en de terugbetaling van de prijs te eisen.

Merken wij bovendien op dat de rechtspraak er in het geval van een professioneel verkoper, steevast van uitgaat - en dit in afwijking van het gemeen recht - dat deze laatste steeds geacht wordt het verborgen gebrek van de producten die hij te koop stelt, te kennen.

De professionele verkoper kan slechts aan deze veronderstelde aansprakelijkheid ontsnappen door aan te tonen dat hij het verborgen gebrek niet kende en het onmogelijk had kunnen onderkennen.
Deze onmogelijkheid moet absoluut zijn.

De Wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken zal daarentegen weinig soelaas bieden aan de ondernemingen die op 1 januari 2000 door een bug getroffen worden, zelfs al zijn die problemen te wijten aan een levering die na de inwerkingtreding van die Wet (1 april 1991) plaatsgehad heeft. Immers, enkel de materiële schade en de schade aan de goederen die voor privégebruik of -consumptie worden aangewend, vallen onder het toepassingsgebied van die wet (artikel 11 van de Wet van 25 februari 1991).

2. Verhaal tegen de verzekeringen inzake de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid

Om de schadeloosstelling van de slachtoffers beter te garanderen, bepaalt de Wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst dat "de verzekering (burgerlijke aansprakelijkheid) ten voordele van de benadeelde persoon een eigen recht tegen de verzekeraar doet ontstaan". Deze bepaling biedt het slachtoffer van een millenniumbug de mogelijkheid om indien de omstandigheden dit rechtvaardigen (zie supra) de vergoeding van zijn schade te vervolgen ten laste van de verzekeraar van zijn medecontractant-leverancier van computermateriaal of -service.

Vooral in een sector waar tal van ondernemingen van computermateriaal of -diensten vaak slechts een kort leven beschoren zijn, is dit een goede zaak.

De verzekering van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid is evenwel niet verplicht zodat niet alle leveranciers van goederen of diensten een dekking (of in elk geval een voldoende dekking) kunnen inroepen.

3. Eventuele aansprakelijkheid van een aangestelde

In heel wat ondernemingen wordt het informaticabeheer toevertrouwd aan aangestelden.

Hun aansprakelijkheid kan slechts worden ingeroepen indien de schade die de overgang naar het jaar 2000 aan de onderneming berokkend heeft, voortvloeit hetzij uit een zware fout van de aangestelde, of uit een gewone lichte fout (artikel 18 van de Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten).

Aangezien het probleem van de overgang naar het jaar 2000 per definitie geen "gewoon" probleem is, lijkt het ons, a priori, dat de aansprakelijkheid van de aangestelden inzake informaticabeheer, in het geval van een millenniumbug, slechts kan worden opgeworpen indien er sprake is van een zware fout.

Het begrip is uiteraard restrictief en wordt geval per geval beoordeeld.

4. Welke schade kan vergoed worden?

Als de contractuele aansprakelijkheid van een tussenpersoon ingevolge een millenniumbug kan worden ingeroepen, in welke mate kan de onderneming die er het slachtoffer van wordt, schadeloosstelling opeisen? Wat de contractuele aansprakelijkheid betreft, bepaalt het Burgerlijk Wetboek dat, "behoudens de hypothese van bedrog in hoofde van de medecontractant, de schuldenaar slechts gehouden is tot vergoeding van de schade die was voorzien of die men heeft kunnen voorzien ten tijde van het aangaan van het contract" (artikel 1150 van het Burgerlijk Wetboek). Deze bepaling vormt de basis voor het beginsel van de verplichting tot herstel van de voorzienbare schade.

Op informaticavlak, kan de omvang van de schade voortvloeiend uit een bug niet meer te vergelijken zijn met het soms goedaardig karakter van de fout en/of maatregel die men had moeten treffen om ze te vermijden: talloze uren werk om de oorsprong van de fout op te sporen en ze te verhelpen, om de verloren gegevens te recupereren (soms onherroepelijk verloren gegaan bij gebreke van een back-up), aantasting van de commerciële reputatie van de onderneming door grove tekortkomingen in het verspreiden van instructies en/of informatie, enz.

Het Hof van Cassatie heeft gepreciseerd dat de voorzienbaarheid van de schade (die dus het criterium vormt voor het onderscheid tussen de vergoedbare schade en de niet-vergoedbare schade) slaat op de oorzaak van de schade en niet op haar omvang. Als men kan voorzien dat de incompatibiliteit van een software leidt tot de vernietiging van tal van bestanden bij de overgang naar het jaar 2000, vormt de vergoeding voor de schade die voortvloeit uit de vernietiging van die bestanden, normaal een schade die vergoed moet worden door de verantwoordelijke (of door zijn verzekeraar van burgerlijke beroepsaansprakelijkheid) zelfs al overschrijdt de kost die hiermee gepaard kan gaan de grenzen van wat de genoemde verantwoordelijke zou kunnen voorzien.

Bovendien weet u reeds dat de aansprakelijk-heidsbeperkende en/of -vrijwarende clausules een sterke weerslag kunnen hebben op de toepassing van het gemeen recht, inzonderheid voor wat de beperking van de vergoedbare schade betreft (zie supra).

5. Enkel nuttige voorzorgsmaatregelen

Naarmate de fatale datum van 31 december 1999 nadert, stijgt de vraag naar controle en/of perfectionering van de software en de programma’s om ze aan het jaar 2000 aan te passen.

Onnodig te herhalen dat het voor de bedrijven hoog tijd is om zich zorgen te gaan maken en in of buiten de onderneming mensen te zoeken om de nodige controles en (vaak heel ingrijpende) "bijsturingen" te verrichten.

Indien deze persoon geen aangestelde is (wat doorgaans aanneembaar is), dient de onderneming:

  • zich te hoeden voor contracten die de aansprakelijkheid beperken en/of vrijwaren;
  • inlichtingen in te winnen omtrent de situatie van de onderneming die optreedt op het vlak van de verzekeringen burgerlijke aansprakelijkheid.

Zekerheidshalve kan de onderneming zelfs bij dit soort van contracten bepaalde schadegevallen beschrijven die zij zeker zou ondergaan wanneer haar software en haar materiaal niet aangepast zou zijn aan de overgang naar het jaar 2000. Dergelijke clausules (met de vermelding dat deze niet exhaustief zijn) kunnen nuttig blijken om het voorzienbaar karakter van de genoemde schadegevallen aan te tonen (zie supra).

Sommige ondernemingen maken momenteel vragenlijsten over aan hun leveranciers van computermateriaal en

  • software waarin zij vooral vragen stellen omtrent de compatibiliteit van hun leveringen in het verleden en in het heden met het jaar 2000 en omtrent hun situatie op het vlak van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheids-verzekering.

    Dit is zeker geen overbodige luxe: indien er zich effectief een ramp voordoet op nieuwjaarsdag 2000, dan zullen de geruststellende antwoorden van de leveranciers nuttige documenten zijn voor de dossiers van deze ondernemingen. Krijgen zij geen of een ontwijkend antwoord of wil hun leverancier geen enkele garantie geven, dan kunnen wij hen alleen maar aanraden om hun informaticasysteem grondig te laten nazien.

    Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00