Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 59 - 31.08.99 - De solvabiliteit van de onderneming

Editie nr 59 van 31 augaustus 1999

De solvabiliteit van de onderneming

    Auteur:
    Georges Honorť,
    Lid van de Nationale Raad

1. Definitie

De kapitalen die ter beschikking worden gesteld van de onderneming en die er de werkingsmiddelen van vormen, zijn afkomstig van diverse bronnen. De duur gedurende dewelke de onderneming over die middelen kan beschikken, bepaalt de bestendigheidsgraad van die financieringsbronnen.

Uit de analyse van het passief kan een verhouding worden afgeleid die de solvabiliteit van de onderneming uitdrukt en tegelijkertijd een belangrijke indicatie verschaft over haar onafhankelijkheidsgraad.

De solvabiliteitscoŽfficiŽnt wordt uitgedrukt in financiŽle onafhankelijkheid

    FinanciŽle onafhankelijkheid = Eigen kapitaal / Totaal van het passief

In principe kan worden gesteld dat de solvabiliteit toeneemt naarmate de coŽfficiŽnt en de onafhankelijkheid van de onderneming groter zijn. Het is evenwel maar weinig waarschijnlijk dat alle middelen enkel door eigen kapitaal worden gedekt. Integendeel! Het is zelfs de normaalste zaak dat een onderneming voor haar werking en dus met inbegrip van de daaraan verbonden risicoís kapitaal van derden aantrekt.

Door deze ratio kan de bedrijfsleider zijn mogelijkheden en behoeften inschatten om een beroep te doen op extern kapitaal.

2. Waarborgen van derden

Het eigen kapitaal vormt de waarborg van de derden. De leveranciers en de financiŽle instellingen die geld hebben geleend, willen immers een garantie dat de voorgeschoten bedragen terugbetaald worden.

In die zin is het aandeel van het eigen kapitaal in het totaal van de middelen bepalend voor het percentage van financiŽle afhankelijkheid. Het zal iedereen duidelijk zijn dat een toenemend beroep op middelen van derden een toenemende afhankelijkheid teweegbrengt.

Een regelmatig onderzoek van deze coŽfficiŽnt maakt het mogelijk af te leiden of de onderneming afstevent op:

  • een grotere schuldenlast;
  • of, omgekeerd, op een grotere financiŽle onafhankelijkheid.

3. Schuldengraad

De schuldengraad wordt als volgt bepaald:

    Schuldengraad = (Schulden LT + Schulden KT) / Totaal van het passief

Een hoge schuldengraad heeft heel wat gevolgen:

  • verlies van de financiŽle onafhankelijkheid;
  • steeds grotere financiŽle lasten;
  • vermindering van het beschikbaar resultaat;
  • vermindering van de autofinancieringscapaciteit;
  • het in gevaar brengen van en beroep op nieuwe kredieten.

4. Waarderingsschaal

De coŽfficiŽnt varieert van onderneming tot onderneming en moet dan ook omzichtig geÔnterpreteerd worden. Toch schuiven bepaalde financiŽle instellingen de volgende normen als ideaal naar voren (voor een thesaurie van 3 FR)

Eigen kapitaal 1 BEF 0,33
Kapitaal van derden (LT + KT) 2 BEF 0,66
Totaal van het passief (van de middelen) 3 BEF 1,00

Andere instellingen stellen een schaal op (die enkel een indicatieve waarde heeft). De solvabiliteitscoŽfficiŽnt wordt als volgt berekend :

    (Eigen kapitaal (middelen) * 100) / Middelen

De betekenis van de solvabiliteitscoŽfficiŽnt is de volgende :

Minder dan 16,5 % Gevaarlijke zone
Tussen 16,5 % en 27,5 % Middelmatige zonde
Tussen 27,5 % en 33,0 % Normale zone
Meer dan 33,0 % Veiligheidszone

5. De financiŽle lasten

De financiŽle lasten (REK 65 - REK 75) worden gemeten aan de hand van de omzet. De bepaling van de omvang van de financiŽle lasten maakt het gevaar van een overmatige schuldenlast duidelijk.

De ratio van onderzoek van de financiŽle lasten wordt als volgt vastgelegd.

    CoŽfficiŽnt = FinanciŽle kosten / Omzet

Voor een gemiddelde marktrente van 6 tot 8 %, stemmen bepaalde instellingen in met de hantering van de volgende schaal:

IndustriŽle activiteiten onder CommerciŽle activiteiten onder
1 % ZEER GOED 0.5 %
2,5 % GOED 1 %
4 % HOGER RISICO 2 %
5,5 % GEVAAR 3,5 %
8 % FAILLISSEMENT 5 %

***

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00