Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 58 - 15.07.99 - Titel van erkende boekhouder-fiscalist: overgangsperiode

Editie nr 58 van 15 juli 1999

TITEL VAN ERKEND BOEKHOUDER-FISCALIST – DE OVERGANGSPERIODE

Zoals reeds eerder aangekondigd is de Wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 11 mei 1999.

Deze wet beschermt onder meer de titel van boekhouder fiscalist. Het dient wel beklemtoond te worden dat er geen monoplie voor fiscale werkzaamheden in het leven werd geroepen en dat dus ook zonder de titel men verder aan fiscale dienstverlening kan blijven doen. (zie Pacioli, 1999/nr.54, p.13).

De datum van inwerkingtreding van de wet diende bepaald te worden door middel van een koninklijk besluit. Dit koninklijk besluit werd thans gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 29 juni 1999 en aldus is de nieuwe reglementering in werking getreden op 29 juni 1999.

Deze datum is belangrijk daar deze ook het begin betekent van de overgangsperiode gedurende dewelke men conform artikel 52 van de Wet van 22 april 1999 de titel van erkend boekhouder-fiscalist kan verkrijgen en dit zonder stageverplichting.

Artikel 52 bepaalt dat :

§ 1. De erkende boekhouders die, op datum van inwerkingtreding van deze bepaling, over een diploma beschikken zoals bedoeld in artikel 50, § 2 of § 3, of op dat ogenblik de in artikel 49, laatste streepje, bedoelde beroepswerkzaamheden uitoefenen voor eigen rekening of, als gevolmachtigden of organen, voor rekening van een rechtspersoon, worden op verzoek ingeschreven op het tableau als titularis van de beroepstitel van erkend boekhouder-fiscalist door de uitvoerende kamers van het Beroepsinstituut.

Zij beschikken over een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze bepaling om hun inschrijving als erkend boekhouder-fiscalist via een ter post aangetekend schrijven aan te vragen. Zij zijn vrijgesteld van de verplichtingen van artikel 51.

§ 2. De inschrijvingsprocedure gebeurt overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 27 november 1985 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van de beroepsinstituten die voor de dienstverlenende intellectuele beroepen zijn opgericht.

§ 3. Bij de aanvraag dienen hetzij een eensluidend verklaard afschrift van het diploma, hetzij de stukken die de uitoefening van het beroep bewijzen, te worden gevoegd. De bewijsstukken vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 juni 1987 houdende organisatie van de overgangsregering bedoeld bij artikel 17 van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen alsook een bewijs van inschrijving in het handelsregister of het register der burgerlijke vennootschappen met vermelding van de fiscale activiteiten onder de rubriek "effectief uitgeoefende werkzaamheden" komen in aanmerking om de uitoefening van de fiscale werkzaamheden in de betreffende periode te bewijzen en dit voor eigen rekening of voor rekening van een rechtspersoon.

§ 4. Een aanvraag tot inschrijving wordt slechts door de bevoegde uitvoerende kamer onderzocht na de betaling van een dossierrecht ten bedrage van tweeduizend frank aan het Beroepsinstituut.

Wie, wat en hoe

Wie kan er gebruik maken van de overgangsperiode ?

Artikel 52 bepaalt duidelijk dat enkel en alleen de erkende boekhouders kunnen gebruik maken van de overgangsperiode. De situatie van de stagiair- boekhouder wordt hierna besproken.

Wat zijn de voorwaarden ?
* Op datum van 29 juni 1999, houder zijn van een diploma zoals bedoeld in artikel 50 §2 of §3 (zie de lijst op p.4 van het bijgevoegde aanvraagformulier), of
* Het bewijs leveren dat men op datum van inwerkingtreding van de wet de beroepswerkzaamheden die opgesomd zijn in artikel 49, laatste streepje van de Wet van 22 april, uitoefent, zijnde :


    - Advies verstrekken in alle belastingsaangelegendheden
    - Belastingsplichtigen bijstaan bij de nakoming van hun fiscale verplichtingen
    - Belastingsplichtigen vertegenwoordigen.

Hoe ?

De erkenning kan enkel en alleen gebeuren OP AANVRAAG van de erkende boekhouder zelf.

Teneinde te kunnen nagaan of aan alle voorwaarden voldaan is dient men bijgevoegd formulier degelijk ingevuld en ondertekend terug te sturen en met als bijlage de vereiste documenten.

Het formulier en de bijlagen moeten per aangetekend schrijven verstuurd worden naar de voorzitter van de bevoegde Uitvoerende Kamer en dit ten laatste vóór 28 december 1999. Per fax verzonden documenten of formulieren zullen niet behandeld worden.

U moet de dossierkosten, ten belope van 2.000 BEF, overschrijven op de rekening van het Instituut hierbij melding makend van uw naam, lidnummer en “fiscalist”.

Wij wijzen U er nogmaals op dat alleen volledige dossiers ter goedkeuring zullen voorgelegd worden aan de Uitvoerende Kamer.

Bij de aanvraag bij te voegen documenten

A. De erkende boekhouder is houder van een diploma zoals bedoeld in artikel 50 §2 of §3

Men dient een voor eensluidend verklaard afschrift (voorzien van het gemeentelijk zegel of stempel) toe te voegen. Dit document MOET, zonder uitzondering, altijd bij de aanvraag toegevoegd worden. Het feit dat men reeds vroeger een copie heeft overgemaakt aan het Instituut doet hier geen afbreuk aan.

Indien men het diploma kan voorleggen is het overbodig om de uitoefening van de fiscale dienstverlening te bewijzen.

B. De erkende boekhouder is geen houder van voormeld diploma maar oefent op datum van 29 juni 1999 de in artikel 49, laatste streepje bedoelde werkzaamheden uit.

De uitoefening van de werkzaamheden kan bewezen worden aan de hand van de documenten zoals opgesomd op p. 2 en 3 van het formulier.

In het geval van uitoefening in het kader van een rechtspersoon moeten enerzijds de documenten op naam van de rechtspersoon voorgelegd worden en anderzijds moet de boekhouder aantonen dat hij mandataris is van deze rechtspersoon (publicatie in het Belgisch Staatsblad).

Quid met de stagiairs wiens stage begonnen is vóór de inwerkingtreding van de Wet van 22 april 1999 ?

Zoals reeds eerder uiteengezet kunnen de stagiair boekhouders geen gebruik maken van de overgangsperiode, zelfs al worden zij erkend boekhouder in die periode. De stagiairs kunnen dus geen gebruik maken van het aanvraagformulier.

Elke aanvraag van een stagiair zal als onontvankelijk beschouwd worden.

Indien de stagiair dit wenst kan hij op het einde van de stage vragen om ingeschreven te worden op het tableau van de erkend boekhouders-fiscalisten. Hij/zij moet dan wel houder zijn van één van de diploma’s opgenomen in artikel 50 § 3. Het eindinterview bij de Stagecommissie zal dan ook in die zin aangepast worden.

Het behoort uiteindelijk tot de bevoegdheid van de Uitvoerende Kamer, na eventueel de stagiair gehoord te hebben, om hem/haar al dan niet te erkennen als boekhouder of boekhouder-fiscalist.

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
Navigatie
  • TERUG