Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 57 - 30.06.99 - Het financieel evenwicht in een onderneming

Editie nr.57 van 30 juni 1999

Het financieel evenwicht in een onderneming

    Auteur:
    Georges Honoré
    Lid van de Nationale Raad

De regel van het financieel evenwicht

De regel van het "financieel evenwicht" houdt in dat de kapitaalmiddelen die door de onderneming worden aangewend om goederen aan te schaffen (vaste activa, voorraad, klantenkrediet) ter beschikking van de onderneming moeten blijven voor een duur die overeenstemt met de levensduur of de gebruiksduur van het verworven goed.

Er moet een evenwicht worden ingesteld in de tijd, tussen het ogenblik van beschikbaarstelling van de kapitalen en van de aanwending ervan.
De ratio’s van het bedrijfskapitaal hebben tot doel te meten op welke manier de aanschaffingen van onroerende goederen worden gefinancierd.
De liquiditeitsratio’s meten de wijze waarop de vlottende activa worden gefinancierd door de op korte termijn verkregen kapitalen.

Opgelet: Het perfecte evenwicht bestaat niet, maar het komt er wel op aan steeds een positieve ratio na te streven.

Het bedrijfskapitaal

Het financieel evenwicht wordt gemeten door de ratio van het "bedrijfskapitaal".

    Coëfficiënt: Permanente middelen/Vaste activa = of > 1

De vaste activa moeten worden gefinancierd door eigen kapitaal vermeerderd met langlopende leningen, die aldus permanente middelen worden.
Wanneer de ratio positief is, mag men beschouwen dat het bedrijfskapitaal een veiligheidsmarge inbouwt.
Aldus dekt een gedeelte van de permanente middelen de vaste vlottende activa evenals een gedeelte van de vaste minimumvoorraad, een minimumkrediet verleend aan de klanten.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een onderneming koopt een onroerend goed van 5.000.000 BEF. De kredietinstelling stemt ermee in 80 % van het nodige bedrag te lenen.
De onderneming moet dus nog zelf 1.000.000 BEF financieren door onttrekking aan het eigen kapitaal van de onderneming. Het bedrag van 4.000.000 BEF zal worden gedekt door een langlopende lening met een duur die in verhouding staat tot de gebruiksduur van het goed.

Het is niet normaal dat een gedeelte van de behoefte wordt gefinancierd door kortlopende middelen. De onttrekkingen aan de kasmiddelen zouden van die aard zijn dat ze kunnen leiden tot een onvoldoende quotiteit van de middelen die nodig zijn voor de aankoop van stoffen of goederen (voorwerp van de activiteit).

Voorbeeld 2

A. Een onderneming koopt een bestelwagen van 1.200.000 BEF die geheel gefinancierd wordt door een lening bij een financiële instelling. De gebruiksduur van het voertuig wordt geraamd op 5 jaar. Bij de bankier kan best dezelfde termijn worden gevraagd voor de terugbetaling van de lening:

 

Vaste activa

 

Langlopende schulden

aankoopwaarde

1.200.000 BEF

Lening

1.200.000 BEF

Gebruiksduur

5 jaar

Duur

5 jaar

Jaarlijkse afschrijving

240.000 BEF

Terugbetaling

240.000 BEF

Er is gelijkheid tussen de kasmiddelen voortvloeiend uit de afschrijving en het terug te betalen bedrag. Het financiële evenwicht is verzekerd.

B. Voor de aankoop van eenzelfde goed waarvan de gebruiksduur op 6 jaar wordt geraamd, maar waarvoor de lening op 4 jaar moet worden terugbetaald, krijgen we de volgende situatie:

 

Vaste activa

 

Langlopende schulden

aankoopwaarde

1.200.000 BEF

Lening

1.200.000 BEF

Gebruiksduur

6 jaar

Duur

4 jaar

Jaarlijkse afschrijving

200.000 BEF

Terugbetaling

300.000 BEF

Het bedrag van 100.000 BEF zal moeten worden gehaald uit de kasmiddelen, waardoor de onderneming voor 100.000 BEF aan verkoopbare producten moet ontberen.

C. Voor de aankoop van eenzelfde voertuig waarvan de gebruiksduur op 4 jaar wordt geraamd, maar waarvoor de lening op 6 jaar wordt terugbetaald, krijgen we de volgende situatie:

 

Vaste activa

 

Langlopende schulden

aankoopwaarde

1.200.000 BEF

Lening

1.200.000 BEF

Gebruiksduur

4 jaar

Duur

6 jaar

Jaarlijkse afschrijving

300.000 BEF

Terugbetaling

200.000 BEF

Gedurende vier jaar zal de onderneming over extra kasmiddelen ten belope van 100.000.BEF beschikken. De onderneming zou 4 x 100.000 BEF kasmiddelen moeten beleggen om de nodige middelen te verkrijgen voor de terugbetaling van de lening tijdens het vijfde en het zesde jaar. Weinig bedrijfsleiders zullen daarmee instemmen; ze zullen er de voorkeur aan geven de voorraad te verkleinen of een bijkomend krediet aan de klanten te verlenen. En het financiële evenwicht zal opnieuw verbroken zijn.

Positie van het bedrijfskapitaal

Het bedrijfskapitaal kan drie verschillende situaties vertonen.

1. Positief bedrijfskapitaal
De onderneming financiert al haar vaste activa door middel van eigen kapitaal en leningen op meer dan een jaar (permanente middelen). Maar daarnaast bouwt ze een veiligheidsmarge in die haar toelaat een gedeelte van de voorraden en klantenkrediet te financieren (ratio > 1).

2. Bedrijfskapitaal is nul
De permanente middelen zijn juist voldoende om de vaste activa te dekken zonder een veiligheidsmarge te hebben (ratio = 1).

3. Negatief bedrijfskapitaal.
De onderneming financiert niet alle vaste activa met permanente middelen, maar gedeeltelijk door kortlopende kredieten (ratio

VASTE
ACTIVA

PERMANENTE
MIDDELEN

 

VASTE
ACTIVA

PERMANENTE
MIDDELEN

 

VASTE
ACTIVA

PERMANENTE
MIDDELEN

VLOTTENDE
ACTIVA

 

 

 

 

 

 

SCHULDEN OP
TEN HOOGSTE
EEN JAAR

 

SCHULDEN OP
TEN HOOGSTE
EEN JAAR

 

VLOTTENDE
ACTIVA

SCHULDEN OP
TEN HOOOGSTE
EEN JAAR

 

VLOTTENDE
ACTIVA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VEILIGHEID

Permanente middelen
------------------------ > 1
Vaste activa

 

VEILIGHEID

Permanente middelen
----------------------- = 1
Vaste activa

 

VEILIGHEID

Permanente middelen
----------------------- Vaste activa

BEDRIJFSKAPITAAL

Vlottende activa
------------------------ > 1
Schulden op ten hoogste één jaar

 

BEDRIJFSKAPITAAL

Vlottende activa
------------------------ = 1
Schulden op ten hoogste één jaar

 

BEDRIJFSKAPITAAL

Vlottende activa
------------------------ Schulden op ten hoogste één jaar

POSITIE = positief

De ondernemming beschikt over een reserve permanente middelen die een veiligheidsmarge vormen

 

POSITIE = nul

Het evenwicht is verzekerd, maar zonder veiligheid

 

POSITIE = negatief

In deze situatie worden de vaste activa gedekt (gefinancierd) door kaiptalen gelend op korte termijn.

OPGELET

Door een te omvangrijke positieve positie wordt een deel van het kapitaal onproductief.

 

OPGELET

De onderneming is broos en kwetsbaar bij de minste tegenslag.

 

OPGELET

gevaar

ZEER GOEDE FINANCIELE STRUCTUUR

 

GOEDE FINANCIELE STRUCTUUR

 

SLECHTE EN GEVAARLIJKE FINANCIELE STRUCTUUR

Commentaar bij schema

Hoe groter het bedrijfskapitaal van een onderneming is, hoe groter de kansen dat haar kasmiddelen toereikend zullen zijn en blijven.

Anderzijds heeft een onderneming met een gering bedrijfskapitaal niet noodzakelijk een krappe kaspositie, indien haar behoeften aan bedrijfskapitaal (aan vlottende kapitalen) negatief zijn.

***

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
Navigatie
  • TERUG