Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 54 - 15.05.99 - De wet van 22 december 1998
PA N54 wet 22.12.098

Editie nr 54 van 15 mei 1999

Commentaar op de wet van 22 december 1998 houdende fiscale en andere bepalingen

    Auteurs:
    Isabelle BREVIERE
    Luc HERVE
    Christophe LEMAIRE
    Ingrid QUINET

    Advocaten, Loeff Claeys Verbeke

De wet van 22 december 1998 houdende fiscale en andere bepalingen (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15 januari 1999, pag. 1157) heeft het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (W.I.B.) evenals, in mindere mate, het Wetboek Registratierechten op verschillende punten gewijzigd.

Huidige bijdrage heeft als voorwerp de belangrijkste vernieuwingen met betrekking tot de inkomstenbelastingen toe te lichten met uitsluiting van de overdracht van een geheel van goederen bepaald in het nieuwe artikel 442 bis W.I.B., hetwelk herschreven en vervolledigd is geweest. Deze bepaling evenals diverse aspecten betreffende de registratierechten, zullen besproken worden in een volgend nummer van dit tijdschrift.

1. Terugkeer naar de oude definitie van roerende inkomsten en van dividenden

Overeenkomstig een engagement genomen tijdens de voorbereidende werkzaamheden van de wet die het K.B. tot coordinatie van het W.I.B. heeft bekrachtigd, heeft de regering een terugkeer naar de definitie van roerende inkomsten en van dividenden, zoals die bestond vóór de coordinatie van 1992, gesuggereerd.

Enerzijds, verschijnt de term "aangewend" opnieuw in de definitie van roerende inkomsten volgend op de woorden "opbrengsten van roerend vermogen", en dit teneinde de belasting van nalatigheidsinteresten door de fiscale administratie te vermijden.

Anderzijds, behelst de definitie van dividenden niet meer "alle voordelen van aandelen en winstbewijzen" maar eerder "alle" voordelen toegekend door een vennootschap aan aandelen en winstbewijzen.

Deze wijziging suggereert een idee van verarming in hoofde van de vennootschap, overeenstemmende met een verrijking in hoofde van de genieter van het voordeel.

De toekenning van een gedeelte van de inschrijvingsrechten van bestaande aandelen aan voordelige voorwaarden is nu zeker vrijgesteld: deze operatie geeft immers geen aanleiding tot een vermogensoverdracht van de vennootschap naar de aandeelhouders. De uitreiking van bonusaandelen naar aanleiding van de opneming van reserves in het kapitaal zal eveneens onbelast blijven .

Aangezien het gaat om interpretatieve bepalingen, zal deze wijziging uitwerking hebben met ingang van aanslagjaar 1992.

2. Uitgiftepremies

De nieuwe wet bepaalt dat onder dividenden worden begrepen "de gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van uitgiftepremies, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate als terugbetalingen van maatschappelijk kapitaal".

De uitgiftepremies zullen gelijkgesteld worden met volstort kapitaal "onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate als het maatschappelijk kapitaal".

Hieruit volgt dat deze vrijgesteld zullen zijn van belasting, op voorwaarde dat zij op een onbeschikbare rekening zijn geboekt die, zoals het maatschappelijk kapitaal, de waarborg van derden vormt en die slechts kan worden verminderd of terugbetaald bij een nieuwe beslissing van de algemene vergadering, getroffen volgens de regels van toepassing voor een statutenwijziging.

De terugbetaling van uitgiftepremies die niet aan deze criteria voldoet, zal belast worden als een uitkering van dividenden.

Het nieuw regime is van toepassing op de terugbetalingen gedaan vanaf 1 juli 1997 en verricht tijdens een boekjaar dat verbonden is aan het aanslagjaar 1998 of aan een later aanslagjaar.

3. Vrijstelling van liquidatieboni en inkoopboni

De bepaling van het W.I.B. die de inkomsten die niet belastbaar zijn als inkomsten van roerende goederen en kapitalen opsomt, werd aangevuld.

Deze omvatten niet "de inkomsten van aandelen, andere dan die betaald of toegekend bij gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen of bij verkrijging van eigen aandelen door vennootschappen".

Vroeger bedoelde men hier enkel de liquidatieboni en de inkoopboni toegekend door buitenlandse vennootschappen en investeringsvennootschappen.

Deze wijziging treedt in werking vanaf aanslagjaar 1998.

4. Meerwaarden op aandelen verkregen of vastgesteld naar aanleiding van een fusie, een splitsing of het aannemen van een andere rechtsvorm tot standgebracht in toepassing van het regime van de fiscale neutraliteit.

De vrijstelling van de meerwaarden wordt slechts verleend voor zover de verrichting van fusie, splitsing of het aannemen van een andere rechtsvorm gerealiseerd vanaf 1 oktober 1993, wordt vergoed met nieuwe aandelen die daartoe worden uitgegeven.

Er zal belasting zijn in volgende gevallen:

a) wanneer en in de mate dat de inbreng vergoed wordt door een opleg in geld
b) wanneer door het voorafgaandelijk bezit van aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap door de overnemende of verkrijgende vennootschap, de inbreng niet volledig wordt vergoed met nieuwe aandelen.

5. De gespreide belastingen onder voorwaarden van herbelegging figeerd nu elk type van vervreemding.

De meerwaarden gerealiseerd naar aanleiding van een verkoop evenals de gedwongen meerwaarden, komen in aanmerking voor het stelsel van gespreide belasting in de mate dat de wederbelegde goederen worden afgeschreven. Vanaf aanslagjaar 1998, wordt dit stelsel uitgebreid naar de meerwaarden gerealiseerd bij om het even welke "vervreemding".

Het doet er niet toe of het om een verkoop, ruil of inbreng gaat.

Deze wijziging zal problemen kunnen stellen. Inderdaad, de nieuwe wet voorziet enkel dat er wederbelegging zal moeten gebeuren voor een bedrag gelijk aan de "verkoopwaarde" en niet meer voor een bedrag gelijk aan de "verkoopprijs". Deze formulering zal waarschijnlijk verschillende interpretaties teweegbrengen.

6. Vrijstelling van meerwaarden op aandelen in de vennootschapsbelasting - onaantastbaarheidsvoorwaarde

De gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de meerwaarden is in principe onderworpen aan de voorwaarde dat deze op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief geboekt is en blijft, voorzover zij niet tot grondslag dient voor de berekening van jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning.

In het geval van meerwaarden op aandelen in binnenlandse vennootschappen, ingeval zij zijn verkregen of vastgesteld naar aanleiding van een fusie, splitsing of ontbinding zonder verdeling van het maatschappelijk vermogen, en in geval van meerwaarden die verkregen of vastgesteld worden ter gelegenheid van de inbreng van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid of van de algemeenheid van goederen in een vennootschap, is deze onaantastbaarheidsvoorwaarde niet vereist indien de meerwaarden niet worden uitgedrukt overeenkomstig de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van ondernemingen.

Deze nieuwe bepaling is van toepassing om de vanaf 1 oktober 1993 verwezenlijkte verrichtingen.

7. Vrijstelling van vennootschapsbelasting voor meerwaarden op aandelen.

Een eerste aanpassing betreft een "opkuis" van de tekst. Meerwaarden verwezenlijkt bij een herstructurering van een vennootschap verricht onder het stelsel van de fiscale neutraliteit genieten een eigen vrijstellingsregime en zijn uitgesloten van deze vrijstelling (artikel 192 W.I.B.).

Deze bepaling wordt eveneens op een belangrijk punt gewijzigd. Wanneer, in geval van inbreng van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid of van de algemeenheid van goederen in een vennootschap, de herbelegging als bedoeld in artikel 47 deel uitmaakt van de inbreng of, in voorkomend geval, wanneer de inbrengverkrijgende vennootschap zich onherroepelijk verbonden heeft die herbelegging te verwezenlijken, wordt op het ogenblik van de verrichtingen het voorlopig niet belaste gedeelte van de meerwaarde ten name van de vroegere belastingplichtige volledig vrijgesteld, indien de onaantastbaarheidsvoorwaarde vervuld is in hoofde van de inbrengverkrijgende vennootschap. In hoofde van deze laatste, heeft de boekhoudkundige uitdrukking van de meerwaarde geen invloed op de bepaling van het resultaat voor het belastbaar tijdperk.

Buiten bovenvermelde twee hypothesen (herbelegging die deel uitmaakt van de inbreng of de onheroepelijke verbintenis van de inbrengverkrijgende vennootschap om de herbelegging te verwezenlijken), zal de belasting in hoofde van de inbrengende vennootschap blijven gebeuren.

Deze bepaling is van toepassing op de belastingvrije inbrengen verricht vanaf de dag van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, 15 januari 1999.

8. Verwerping van de aftrek van waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen - precisering met betrekking tot het begrip "gestort kapitaal"

Waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen zijn niet als beroepskosten aftrekbaar met uitzondering van minderwaarden op aandelen die worden geleden naar aanleiding van de gehele verdeling van het vermogen van de emitterende vennootschap tot ten hoogste het verlies aan gestort kapitaal dat door die aandelen wordt vertegenwoordigd.

Wat de toepassing van deze bepaling betreft, wordt als "gestort kapitaal" aangemerkt, de verminderingen van gestort kapitaal die voorheen zijn gedaan om geleden verliezen boekhoudkundig aan te zuiveren of om een reserve tot dekking van een voorzienbaar verlies te vormen waarmee het geleden verlies boekhoudkundig is aangezuiverd (deze boekhoudkundige aanzuivering moet effectief gebeuren).

De ratio van deze bepaling is dat men de vennootschap die herschikkingen van haar eigen vermogen heeft doorgevoerd, niet wil penaliseren.

Deze wijziging is van toepassing op de minderwaarden op aandelen die vanaf 1 januari 1997 zijn geleden naar aanleiding van de gehele verdeling van het maatschappelijk vermogen van de emitterende vennootschap, voor zover de desbetreffende vermindering van gestort kapitaal ten vroegste vanaf 24 juli 1991 is gedaan.

9. Fusie en splitsing: bepaling van het bedrag van het volstort kapitaal en van de aanschaffingswaarde van de ingebrachte elementen.

Bij fusie door overneming of door oprichting van een nieuwe vennootschap en bij splitsing door overneming of door oprichting van nieuwe vennootschappen, uitgevoerd overeenkomstig de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen en van de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, wordt ten name van de overnemende of verkrijgende vennootschap:

a) het door de inbreng gestorte kapitaal geacht overeen te stemmen met de werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen dat bij deze vennootschap is ingebracht, voor zover de inbrengen worden vergoed met nieuwe aandelen die daartoe worden uitgegeven;

b) de aanschaffingswaarde van de ingebrachte bestanddelen geacht overeen te stemmen met de werkelijke waarde die zij hadden bij de overgenomen of gesplitste vennootschap op de datum waarop de verrichting heeft plaatsgevonden. Deze wijziging is van toepassing op de verrichtingen verwezenlijkt vanaf 1 oktober 1993.

10. Kapitaalsubsidies - fusie, splitsing of aan fusie gelijkgestelde verrichting - fiscale neutraliteit.

Het stelsel van de fiscale neutraliteit wordt uitgebreid ten gunste van kapitaalsubsidies die op het ogenblik van de verrichting nog niet als winst worden aangemerkt.

Bovendien, wordt in die hypothese, het bedrag van het gestort kapitaal en van de voorheen gereserveerde winsten van de opgeslorpte of gesplitste vennootschap, verminderd, in hoofde van de opslorpende vennootschap of genieter, ten belope van het gedeelte van de inbreng dat niet vergoed wordt door nieuwe aandelen, uitgegeven ter gelegenheid van deze verrichting.

De nieuwe wetgeving voorziet dat geen enkele vermindering wordt aangerekend op de uitgedrukte, niet verwezenlijkte meerwaarden en op de meerwaarden die uitgesteld belast worden op voorwaarde van herbelegging, en op de kapitaalsubsidies voorzien in artikel 362.

Vroeger werden noch het uitstel van belasting voorzien in artikel 47 van het W.I.B., noch de kapitaalsubsidies geviseerd. Zoals in het verleden, zal de vermindering eveneens niet kunnen aangerekend worden op de waardeverminderingen en vrijgestelde voorzieningen zoals deze zich in de boekhouding van de opslorpende vennootschappen of genieters bevinden.

De uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarden en de gespreid belaste meerwaarden, die vrijgesteld zijn op het ogenblik van de fusie, van de splitsing of van de met fusie gelijkgestelde verrichting, evenals de ter gelegenheid van dergelijke verrichting vastgestelde of verwezenlijkte meerwaarden, worden geacht niet verwezenlijkt te zijn wanneer deze ter gelegenheid van dergelijke verrichting verwezenlijkt of vastgesteld zijn. Deze wijzigingen zijn van toepassing op de verrichtingen van fusies en splitsingen die vanaf 15 januari 1999 hebben plaatsgevonden.

11. Bijzonder tarief vennootschapsbelasting

Twee wijzigingen zijn aangebracht aan de voorwaarden waaraan een vennootschap moet voldoen om het bijzonder tarief van de vennootschapsbelasting te genieten.

Zijn uitgesloten de vennootschappen die "deelnemingen" bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50%, hetzij van de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal, hetzij van het gestorte kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden.

Aangezien men wou vermijden dat de rechtspraak op een restrictieve manier, dwz in zijn boekhoudkundige betekenis, de term "deelneming" zou interpreteren, (noodzaak tot activering onder een rubriek financiële vaste activa) heeft de wetgever deze term vervangen door de term "aandelen". Gewone speculatieve investeringen, zoals aandelen in een bevek of in een bevak werden niet beschouwd als deelnemingen.

Vanaf nu wordt echter elk aandeel, wat ook de boekhoudkundige verwerking is, in aanmerking genomen voor de toepassing van de nieuwe bepaling die in werking treedt vanaf aanslagjaar 1999.

Anderzijds, teneinde zich in overeenstemming te brengen met de rechtspraak van het Arbitragehof, voorziet de nieuwe wet uitdrukkelijk dat kunnen genieten van het bijzonder tarief, de vennootschappen die aan tenminste één van hun bedrijfsleiders een bezoldiging ten laste van het resultaat van het belastbare tijdperk hebben toegekend die gelijk is aan of hoger is dan het belastbaar inkomen van de vennootschap, wanneer die bezoldiging minder bedraagt dan 1.000.000 BEF.

12. Bijzonder tarief in de belasting der niet-inwoners.

De Belgische vaste inrichtingen van buitenlandse vennootschappen zouden eveneens kunnen genieten van het bijzonder tarief. Er bestond echter een onduidelijkheid met betrekking tot de vraag in hoofde van wie (vaste inrichting of buitenlandse vennootschap) de naleving van de voorwaarden voor het bijzonder tarief, moesten worden nageleefd.

Teneinde na te gaan of het belastbaar inkomen lager is dan 13.000.000 BEF en om de regel van de minimale bezoldiging toegekend aan één of meer bedrijfsleiders toe te passen, moet men enkel de winsten verwezenlijkt door middel van de vaste inrichting in aanmerking nemen, maar ook bepaalde inkomsten gerealiseerd zonder de tussenkomst van de vaste inrichting.

Deze laatste inkomsten bevatten namelijk de winsten verkregen uit de vervreemding of de verhuring van onroerende goederen in België en deze voorvloeiende uit de hoedanigheid van bestuurder van vennootschappen of van groeperingen zonder rechtspersoonlijkheid.

De preciseringen die volgens de wetgever een interpretatieve waarde hebben, zijn toepasselijk vanaf aanslagjaar 1996.

13. Roerende voorheffing

De tussenpersoon bij de uitbetaling van inkomsten van belgische oorsprong is niet meer gehouden tot het bewijzen dat de roerende voorheffing reeds werd betaald door een vorige tussenpersoon om zelf vrijgesteld te worden van de betaling.

Enkel de oorspronkelijke schuldenaar blijft gehouden tot de betaling van de voorheffing.

14. Verplichtingen inzake bedrijfsvoorheffing

Teneinde de Schatkist te beschermen tegen belangrijke problemen inzake de inning van belasting, heeft de wetgever op aanzienlijke wijze het toepassingsgebied van de verplichting tot inhouding van bedrijfsvoorheffing uitgebreid.

Zijn vanaf nu verplicht om over te gaan tot inhouding van de bedrijfsvoorheffing, alle natuurlijke personen of rechtspersonen met woonplaats in België die bezoldigingen, pensioenen, renten en toelagen betalen of toekennen, ongeacht de plaats van betaling of toekenning.

Bovendien, zijn eveneens gehouden tot betaling van de voorheffing, de niet-inwoners die, ongeacht de plaats van betaling of toekenning, inkomsten van dezelfde aard uitkeren in België en die in hun hoofde het karakter van aftrekbare beroepskosten hebben.

Deze wijziging verzet zich niet tegen de toepassing van de dubbelbelastingsverdragen. Voormelde natuurlijke - of rechtspersonen hebben niet de verplichting de bedrijfsvoorheffing in te houden indien de bezoldigingen, pensioenen, renten of toelagen dat zij moeten betalen vrijgesteld zijn door dergelijk verdrag.

Deze nieuwe bepaling is toepasselijk op alle inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 februari 1999.

15. Registratie van overdrachten, in eigendom of in vruchtgebruik, van een geheel van goederen

De wet van 22 december 1998 heeft artikel 442bis WIB gewijzigd en aangevuld.

De oorspronkelijke versie van deze bepaling, ingevoerd door het Koninklijk Besluit van 20 december 1996, heeft vaak het voorwerp uitgemaakt van kritiek.

Dit artikel voorziet de niet tegenstelbaarheid onder bepaalde voorwaarden aan de administratie der directe belastingen van de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid bij gebreke aan registratie van de akte tot overdracht of aanwijzing. De wet van 22 december 1998 herschrijft en vult dit artikel aan.

15.1. Waar de oorspronkelijke bepaling enkel de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfstak beoogde, zal deze vanaf nu toepasselijk zijn op de overdracht "van een geheel van goederen".

De nieuwe versie lijkt derhalve van toepassing te zijn op om het even welke overdracht van een min of meer autonoom of coherent geheel, waarvan enkel vereist wordt dat dit samengesteld is uit "ondermeer" elementen die het behoud van de clientèle mogelijk maken, en die voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt of post of van een industrieel, handels- of landbouwbedrijf worden aangewend.

De geviseerde verrichtingen worden eveneens uitgebreid aangezien de nieuwe tekst de overdracht, in eigendom of in vruchtgebruik van een geheel van goederen, zoals hierboven beschreven, evenals de vestiging van een vruchtgebruik op dezelfde goederen beoogt.

Zijn uitdrukkelijk uit het toepassingsveld van het nieuwe artikel 442bis WIB uitgesloten, de overdrachten die worden uigevoerd door een curator, een commissaris inzake opschorting of in geval van fusie, splitsing, inbreng van een algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid verricht overeenkomstig de bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.

15.2. De verrichtingen waarvan sprake in artikel 442bis WIB zijn slechts tegenstelbaar aan de ontvanger der directe belastingen na verloop van de maand die volgt op die waarin een met het origineel eensluidend afschrift van de akte tot overdracht of vestiging ter kennis is gebracht van de ontvanger van de woonplaats of van de maatschappelijke zetel van de overdrager.

De overnemer is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschulden verschuldigd door de overdrager, tot beloop van het bedrag dat reeds door hem is gestort of verstrekt, of van een bedrag dat overeenstemt met de nominale waarde van de aandelen die in ruil voor de overdracht zijn toegekend voor de afloop van de voornoemde termijn.

Bovenvermelde verrichtingen (overdracht in eigendom of in vruchtgebruik, en vestiging van een vruchtgebruik) zullen in ieder geval tegenstelbaar zijn aan de administratie vanaf het ogenblik dat de overdrager bij de akte van overdracht een certificaat voegt dat uitsluitend met dit doel is opgemaakt door de ontvanger der belastingen van zijn woonplaats of van zijn maatschappelijke zetel, binnen de dertig dagen die de kennisgeving van de overeenkomst voorafgaan. De overdrager zal zijn aanvraag in tweevoud bij deze ontvanger moeten indienen.

De ontvanger zal weigeren het certificaat af te leveren indien op de dag van de aanvraag een aanslag werd gevestigd die een zekere en vaststaande schuld vormt ten laste van de overdrager of indien de aanvraag is ingediend na de aankondiging van of tijdens een belastingonderzoek of na het verzenden van een vraag om inlichtingen met betrekking tot zijn belastingtoestand.

Het is derhalve niet vereist dat een belasting werd ingekohierd ten laste van de overdrager.

Het certificaat wordt ofwel uitgereikt ofwel geweigerd binnen een termijn van dertig dagen na de indiening van de aanvraag door de overdrager. De aanvraag en het certificaat zullen worden opgemaakt overeenkomstig een model vast te stellen door de Minister van financiën.

15.3. Een laatste observatie: de regels van artikel 442bis WIB zijn toepasselijk, zonder afbreuk te doen aan de artikelen 433 tot 440 WIB. Hieruit volgt dat indien het "geheel van goederen" dat het voorwerp uitmaakt van een overdracht, in eigendom of in vruchtgebruik, of van een vestiging van vruchtgebruik, één of meer onroerende goederen bevatten, de instrumenterende notaris niet zal vrijgesteld zijn van zijn informatieverplichting tegenover de fiscus.

Het nieuwe regime treedt in werking vanaf 1 april 1999.

16. Omzetting van een VZW in een vennootschap met een sociaal oogmerk.

De wet van 22 december 1998 heeft de omzetting van een VZW in een vennootschap met een sociaal oogmerk willen bevoordelen. Daartoe werden twee wijzigingen aangebracht aan het Wetboek Registratierechten en werd de definitie van het begrip "gestort kapitaal" vervat in artikel 184 WIB aangepast.

16.1. De omzetting van een VZW in een vennootschap met een sociaal oogmerk is vrijgesteld van inbrengrecht. Deze vrijstelling treedt in werking op 15 januari 1999.

16.2. Het evenredig registratierecht dat geheven zou geweest zijn, ter gelegenheid van de omzetting van een VZW in een vennootschap met een sociaal oogmerk verwezenlijkt vanaf 1 januari 1996 tot 15 januari 1999, moet het voorwerp uitmaken van een vordering tot teruggaaf, die zal ingediend moeten worden vóór 15 januari 2001.

16.3. Het begrip "gestort kapitaal" voorzien in artikel 184 WIB werd gewijzigd.

Het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap met een sociaal oogmerk ontstaan uit de omzetting van een VZW, bestaat juridisch enerzijds uit het netto-actief van de omgezette VZW en, anderzijds, uit dat deel van het maatschappelijk kapitaal dat samengesteld is uit de inbrengen. In tegenstelling tot wat geldt voor het vermogen van de VZW, zal het gedeelte van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap met een sociaal oogmerk, samengesteld uit het netto-actief van de ex-VZW, niet toebehoren aan de vennoten.

Dit deel zal niet vertegenwoordigd worden door aandelen en winstbewijzen en zal onoverdraagbaar en niet terugbetaalbaar zijn.

Indien dit laatste gedeelte van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap met een sociaal oogmerk beschouwd zou worden als "gestort kapitaal", bestaat het risico dat vele VZW’s omgezet zouden worden in vennootschappen met een sociaal oogmerk, waarna, enige tijd later, het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap met een sociaal oogmerk terugbetaald zou worden aan de vennoten, onder de vorm van een vrijgestelde terugbetaling van het gestort kapitaal.

Aangezien de oprichting van een vennootschap met een sociaal oogmerk niet tot doel heeft de vennoten te verrijken, heeft de Minister van financiën geoordeeld dat het gedeelte van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap met een sociaal oogmerk, bestaande uit het netto-actief van de ex-VZW, niet moest beschouwd worden als gestort kapitaal, maar als een reserve. Dit gedeelte van het maatschappelijk kapitaal en de onbeschikbare reserve-rekening, kunnen genieten van de vrijstelling voor zover aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde voldaan is.

Deze wijziging zal in werking treden vanaf 1 juli 1996.

17. Vrijstelling van registratierechten voor de "fusie à l’anglaise"

De "fusie à l’anglaise" is de verrichting waarbij de respectievelijke aandeelhouders van twee vennootschappen de aandelen die zij bezitten in de ene vennootschap inbrengen in de andere vennootschap, in ruil voor aandelen van de eerste vennootschap. Artikel 115 van het Wetboek Registratierechten onderwerpt elke inbreng aan het evenredig recht van 0,5 %. Overeenkomstig de Europese wetgeving betreffende de fusie van vennootschappen uit verschillende lidstaten, zou deze verrichting fiscaal neutraal moeten verwezenlijkt worden.

De "fusie à l’anglaise" zal derhalve vrijgesteld zijn van het evenredig registratierecht wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn.

Voormeld vrijstellingsregime zal in werking treden op 15 januari 1991.

17.1. De inbrenggenietende vennootschap moet na de inbreng ten minste 75 % bezitten van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap waarvan de aandelen of deelbewijzen zijn ingebracht. Er dient opgemerkt te worden dat wanneer het percentage van 75 % bereikt wordt ten gevolge van verschillende inbrengverrichtingen, de vrijstelling enkel van toepassing zal zijn op de inbrengen die het bereiken van het percentage mogelijk hebben gemaakt, alsmede op de daaropvolgende inbrengen.

Met andere woorden, indien de inbrenggenietende vennootschap reeds 60 % van het maatschappelijk kapitaal van de andere vennootschap bezit en dat een nieuwe inbreng van 20 % wordt verwezenlijkt, zal enkel deze laatste inbreng vrijgesteld zijn.

17.2. Zowel de inbrenggenietende vennootschap als de vennootschap waarvan de aandelen worden ingebracht, moeten hun zetel van werkelijke leiding of hun statutaire zetel in een lidstaat van de Europese Unie hebben gevestigd.

17.3. De inbreng moet uitsluitend door uitgifte van aandelen of nieuwe deelbewijzen van de verkrijgende vennootschap worden vergoed, met dien verstande dat een opleg in geld van maximaal 10 % van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen is toegestaan.

17.4. De inbrengakte moet vermelden dat de inbrenggenietende vennootschap ter gelegenheid van de inbreng, minstens 75 % van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap waarvan de aandelen of deelbewijzen zijn ingebracht, bezit.

17.5. Aan deze inbrengakte moet een attest van de bedrijfsrevisor worden gehecht, waarin wordt vermeld dat de inbrenggenietende vennootschap 75 % van het maatschappelijk kapitaal van alle vennootschappen bezit.

Voornoemde voorwaarden dienen vervuld te zijn uiterlijk op het tijdstip waarop de akte ter registratie wordt aangeboden, bij gebreke waarvan de inbrengakte geregistreerd wordt aan het evenredig recht van 0,5 %.

Het evenredig registratierecht dat geheven werd ter gelegenheid van een "fusie à l’anglaise" die aan voormelde voorwaarden voldoet (met uitzondering van de twee voorwaarden die bestaan uit de vermelding van het bezit van 75 % van het maatschappelijk kapitaal in de inbrengakte enerzijds, en de opstelling van een attest door een bedrijfsrevisor, anderzijds) kan echter teruggegeven worden, onder aftrek van het algemeen vast recht, indien de inbrengakte verleden werd gedurende de periode van 1 juli 1997 tot en met 15 januari 1999.

In ieder geval, zal de vordering tot teruggaaf ingediend moeten worden vóór 15 januari 2001. Deze vordering zal moeten vermelden dat de inbrenggenietende vennootschap, ter gelegenheid van de inbreng, ten minste 75 % van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap waarvan de aandelen of winstbewijzen werden ingebracht, heeft verworven. Bovendien zal deze situatie bevestigd moeten worden door een attest van een bedrijfsrevisor dat gehecht zal moeten worden aan de aanvraag.

18. Verlaging van de registratierechten op de schenkingen van ondernemingen

De wet van 22 december 1998 heeft in het Wetboek Registratierechten "bijzondere bepalingen voor schenkingen van ondernemingen" ingevoerd. Het was de bedoeling het Belgisch recht in overeenstemming te brengen met een aanbeveling van de Europese Commissie inzake de overdracht van kleine en middelgrote ondernemingen, met het oog op het verzekeren van de continuïteit van de onderneming en van de eraan verbonden werkgelegenheid.

18.1. Een verlaagd schenkingsrecht van 3 % wordt toegepast wanneer de schenking bepaalde "goederen" of "aandelen of deelbewijzen" betreft.

a) De "goederen" zijn deze vervat in een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak, waarmee een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post wordt uitgeoefend. Indien de schenking echter onroerende goederen bevat, of deze gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd, is het evenredig schenkingsrecht (dat variabel is in functie van de hoedanigheid van de begunstigde en van het overgedraagde bedrag) toepasselijk.

De goederen moeten in volle eigendom, en niet enkel in naakte eigendom, toebehoren aan de schenker. De geviseerde overdrachten ten kosteloze titel zijn overeenkomsten die vastgesteld worden bij authentieke akte. Het moet derhalve gaan om een bilaterale akte, hetgeen het testament uitsluit.

De wet voorziet geen precisering met betrekking tot de uitoefeningsvoorwaarden van de activiteit of van het beroep en verduidelijkt niets over de lokalisering ervan.

b) De "aandelen of winstbewijzen" zijn deze van een vennootschap waarvan de zetel van haar werkelijke leiding is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie en de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep, of een ambt of post tot doel heeft.

Enkel de effecten die de schenker in volle eigendom bezit worden door de bepaling beoogd. De aandelen die hij in naakte eigendom of in vruchtgebruik bezit kunnen niet van het verlaagd tarief genieten.

De overeenkomsten met als doel de overdracht ten kosteloze titel van deze aandelen of deelbewijzen moeten vastgesteld zijn bij authentieke akte.

18.2. De verlaging van het schenkingsrecht tot 3 % veronderstelt dat de schenker en de begunstigde natuurlijke personen zijn. Overdrachten ten kosteloze titel waarbij één of meer rechtspersonen aan deelnemen, kunnen niet van het verlaagd tarief genieten.

a) Indien de overdracht ten kosteloze titel "goederen" betreft die een algemeenheid of een bedrijfstak vormen, moeten volgende voorwaarden vervuld zijn:

    1°. De schenking moet betrekking hebben op de volle eigendom van een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak waarmee de activiteit of het beroep wordt uitgeoefend.

    2°. Indien de "goederen" onroerende goederen bevatten, zal het verlaagd tarief niet toepasselijk zijn indien deze onroerende goederen al dan niet gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd.

    3°. De begiftigde moet er zich toe verbinden de activiteit zonder onderbreking voort te zetten gedurende 5 jaar te rekenen vanaf de datum van de authentieke akte van de schenking.

    4°. De begiftigde moet er zich toe verbinden aan de ontvanger der registratie van het kantoor waar de akte werd geregistreerd jaarlijks het bewijs leveren van het behoud van de activiteit.

    5°. De begiftigde moet er zich toe verbinden de onroerende goederen die met toepassing van het verlaagde recht werden overgedragen, niet gedeeltelijk of geheel tot bewoning aan te wenden gedurende een ononderbroken periode van 5 jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van de schenking. Men vereist hier dus geen voorwaarde met betrekking tot het aantal werknemers noch met betrekking tot het behoud van de werkgelegenheid gedurende een bepaalde termijn.

b) Indien de overdracht ten kosteloze titel "aandelen of deelbewijzen" beoogt, moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

    1°. De schenking moet betrekking hebben op een geheel van aandelen of deelbewijzen dat minstens 10 % van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigt.

    2°. In geval het geheel van de geschonken aandelen of deelbewijzen minder dan 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigt, moet een aandeelhouderschapsovereenkomst worden gesloten, die betrekking heeft op ten minste 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering.

    3°. De begiftigde moet er zich toe verbinden de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen die het voorwerp uitmaken van de schenking gedurende een ononderbroken periode van 5 jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte, te behouden.

    4°. De begiftigde moet er zich toe verbinden aan de ontvanger der registratie van het kantoor waar de akte werd geregistreerd, jaarlijks het bewijs leveren dat hij de volle eigendom van de geschonken aandelen of deelbewijzen heeft behouden. Uit bovenstaande overweging volgt dat verschillende akten en attesten verplicht gehecht zullen moeten worden aan de authentieke akten die de overdracht ten kosteloze titel van een universaliteit van goederen of een bedrijfstak, of van aandelen of deelbewijzen, vaststellen. Deze akten en attesten zullen gratis geregistreerd worden.

18.3. Wat is de sanctie in geval van niet naleving van voormeld voorwaarden?

a) Indien voormelde voorwaarden niet vervuld zijn uiterlijk bij de aanbieding van de akte ter registratie, wordt de akte geregistreerd tegen betaling van het evenredig recht. In dit geval, zou geen enkele vordering tot teruggaaf ontvankelijk zijn.

b) Indien de akte geregistreerd werd aan het verlaagd recht van 3 %, zal steeds het evenredig recht, vermeerderd met de wettelijke intrest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken, te rekenen vanaf de datum van registratie van de schenking, opeisbaar worden ten laste van de begiftigde, en dit behalve in geval van overmacht, in de volgende gevallen:

    1°. De begiftigde heeft de aangegeven verbintenissen overeenkomstig de onderdelen 18.2.- a) en 18.2.- b) hierboven niet vervuld.

    2°. De begiftigde heeft binnen de termijn van 5 jaar, geheel of gedeeltelijk, de goederen, die dienen voor de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep, of een ambt of post, overgedragen, tenzij de overdracht gerechtvaardigd is door de uitoefening van de activiteit, van een vrij beroep of van het ambt of de post. Het verlaagd tarief blijft echter toepasselijk indien de overdracht van de goederen plaats heeft door erfopvolging of schenking en de rechthebbenden of de begiftigden de door de overledene of de schenker aangegane verbintenissen overnemen.

    3°. De begiftigde heeft binnen een termijn van 5 jaar, geheel of gedeeltelijk, de aandelen of deelbewijzen overgedragen of de zetel van werkelijk leiding van de vennootschap overgebracht naar een staat die geen lid is van Europese Unie.

    Het voordeel van het verlaagd tarief blijft echter bestaan indien de overdracht van de aandelen of deelbewijzen plaats heeft ten gevolge van een erfopvolging, een schenking of door een overdracht ten bezwarende titel aan een ander lid van de aandeelhouderschapsovereenkomst, en dat de rechthebbenden, de begiftigden of de verwerver de door de overledene, de schenker of de overdrager aangegane verbintenissen overnemen.

    Een uitzondering op de toepassing van het evenredig recht in één van bovenvermelde omstandigheden (punten 1 tot 3 hierboven) bestaat erin dat het recht niet opeisbaar is indien de volle eigendom van de goederen (en niet de aandelen) waarop het verlaagd recht werd toegepast, het voorwerp uitmaakt van een overdracht ten kosteloze titel ten voordele van de oorspronkelijke schenker alvorens de termijn van 5 jaar is verstreken gedurende dewelke de activiteit moet worden voortgezet of de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen moet behouden blijven.

    Opmerkelijk is dat voormelde afwijking niet lijkt toepasselijk te zijn indien de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen opnieuw wordt overgedragen aan de oorspronkelijke schenker.

c) De schenker die genoten heeft van het verlaagd tarief kan spontaan de betaling aanbieden van het evenredig recht, vermeerderd met de wettelijke intrest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken, voor het verstrijken van de termijn van 5 jaar gedurende dewelke de activiteit moest voortgezet worden of de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen behouden worden. Indien het evenredig recht verschuldigd is op grond van de omstandigheden beschreven onder punt 18.3.- b), zullen het recht en de intresten vereffend worden op een verklaring die ter registratie moet worden aangeboden, op het kantoor waar het verlaagde recht werd geheven, binnen de eerste 4 maanden na het verstrijken van het jaar tijdens hetwelk een van de oorzaken van opeisbaarheid van het evenredig recht zich heeft voorgedaan. Bij gebreke van de aanbieding van de verklaring, zal de verschuldigde boete gelijk zijn aan het evenredig recht.

18.4. Wijzigingen aan het Burgerlijk Wetboek Drie belangrijke wijzigingen werden aangebracht aan het Burgerlijk Wetboek door de wet van 22 december 1998 en dit met betrekking tot de "goederen" die zouden kunnen genieten van het verlaagd recht van 3 %.

a) Enerzijds, hoewel elkeen van de mede-erfgenamen in principe zijn erfdeel in de roerende en onroerende goederen van de nalatenschap in natura kan opvragen, zullen van deze mogelijkheid de "goederen" uitdrukkelijk uitgesloten zijn.

b) Anderzijds werd een fundamentele wijziging aangebracht aan de modaliteiten van de vordering tot inkorting die ingeleid kan worden door de reservataire erfgenamen, hun erfgenamen of rechthebbenden. Deze vordering laat toe de massa weder samen te stellen, met het oog op een zo dicht mogelijke benadering van het vermogen van de overledene op het ogenblik van zijn overlijden indien hij niet ten kosteloze titel had beschikt.

Deze massa wordt samengesteld door de goederen nagelaten door de overledene (de bestaande goederen, hierin begrepen de goederen die het voorwerp uitmaken van een legaat of die het voorwerp uitgemaakt hebben van contractueel beding) verminderd met de schulden van de nalatenschap en vermeerderd met de goederen waarover de overledene beschikt heeft bij schenking onder de levenden, aan de waarde die deze goederen zouden hebben gehad op het ogenblik van het overlijden, indien zij in de staat waren gebleven waarin zij zich bevonden op het ogenblik van de schenking.

Van deze waarderingsregel wordt echter afgeweken voor de goederen die het voorwerp hebben uitgemaakt van het verlaagd recht.

Deze zullen niet gewaardeerd worden naar de waarde die zij worden geacht te hebben op het ogenblik van het overlijden maar naar de waarde die zij hadden op het ogenblik van de schenking.

18.5. Inwerkingtreding

De wet van 22 december 1998 bevat geen specifieke bepaling met betrekking tot de inwerkingtreding van de bepalingen met betrekking tot het verlaagd tarief op de schenkingen van ondernemingen. Het nieuwe regime is derhalve in werking getreden op 25 januari 1999, hetzij 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.  

 

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
Navigatie
  • TERUG