Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 54 - 15.05.99 - Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen

Editie van 15 mei 1999

Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen in het Belgisch Staatsblad

    Auteur:
    Geert LENAERTS
    Algemeen directeur B.I.B.

Deze wet van 22 april 1999, die er kwam op initiatief van Minister Pinxten en na overleg met de betrokken beroepsinstituten (B.I.B., I.D.A.C, en I.B.R), de Hoge Raad voor het Bedrijfsrevisoraat en de Accountancy en de vertegenwoordigers van de belastingconsulenten, werd op 11 mei in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

De bedoeling ervan is drieledig:

    - de titels van belastingconsulent en erkend boekhouder-fiscalist te reglementeren en te beschermen,
    - een verdere samenwerking tussen de bestaande instituten te promoten
    - de "pro-deo boekhouder en accountant" van een wettelijke basis voorzien.

De inwerkingtreding zal slechts gebeuren nadat de nodige uitvoeringsbesluiten in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd. Deze zouden echter niet lang meer op zich laten wachten.

De boekhouders BIB moeten voorlopig dan ook nog geen stappen ondernemen om een bijkomende titel te verwerven. Van zodra de inwerkingtreding en de overgangsmaatregelen worden vastgesteld bij KB, zullen wij hen via Pacioli uitgebreid informeren over de aanvraagprocedure. Zij zullen dan ook automatisch de nodige aanvraagformulieren ontvangen.

Hieronder lichten wij niettemin reeds de krachtlijnen van het goedgekeurde wetsontwerp toe.

Titelbescherming - zonder monopolie - binnen bestaande instituten

De belangrijkste innovatie van dit ontwerp is uiteraard de reglementering en bescherming van de beroepstitels van belastingconsulent en erkend fiscalist binnen respectievelijk het Instituut der Accountants en het Beroepsinstituut van Boekhouders. Deze zullen dan ook een naamsverandering ondergaan tot Instituut der Accountants en Belastingconsulenten en Beroepsinstituut van Boekhouders en Fiscalisten. Beide titels worden alzo onderworpen aan kennisvoorwaarden en aan een deontologisch toezicht, zonder dat er evenwel een monopolie in het leven wordt geroepen.

Concreet betekent dit dat de fiscale dienstverlening niet uitsluitend zal toekomen aan de belastingconsulenten en de erkende boekhouders-fiscalisten, maar dat niemand deze titels nog mag voeren of enige term die hiermee kan worden verward.

De functie van belastingconsulent en erkend fiscalist wordt gedefinieerd in functie van volgende opdrachten die zij vervullen:

    - advies verstrekken in alle belastingaangelegenheden;
    - belastingplichtigen bijstaan bij de nakoming van hun fiscale verplichtingen;
    - belastingplichtigen vertegenwoordigen (t.a.v. de administratie)

Het verschil tussen belastingconsulenten en erkende fiscalisten is dus geen verschil inzake bevoegdheden, maar wordt bepaald in functie van hun aanhorigheid tot hetzij het IDAC hetzij het BIB met elk specifieke diploma- en stagevereisten (vergelijkbaar met deze die vandaag bestaan voor accountants en boekhouders).

Hierbij dient opgemerkt te worden dat het voor de accountants-belastingconsulenten niet toegelaten is de belastingplichtige te vertegenwoordigen indien hij voor diezelfde belastingplichtige tevens bijzondere opdrachten in het kader van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen of een opdracht zoals bedoeld bij artikel 64 § 2 van deze wet heeft vervuld (vertegenwoordigingsbevoegdheid van de accountants bij de uitoefening van de individuele onderzoeks- en controlebevoegdheid die elke vennoot heeft in een vennootschap zonder commissaris).

Verder zal men belastingconsulent kunnen worden (zowel als zelfstandige als loontrekkende) binnen het IDAC zonder dat men noodzakelijkerwijze (voorafgaandelijk) de titel van accountant moet bezitten. De erkende fiscalisten zullen evenwel eerst de titel van erkend boekhouder moeten verwerven alvorens zij de titel van erkend fiscalist daaraan kunnen toevoegen. Zij zijn dus noodzakelijk zelfstandige beroepsbeoefenaars. Er zal in een stageregime voorzien worden op basis waarvan men tegelijk (via één stage) beide titels kan bekomen. In de toekomst zullen dus volgende titels mogelijk zijn: boekhouder, boekhouder-fiscalist, belastingconsulent, accountant, accountant - belastingconsulent en bedrijfsrevisor.

De titel van belastingconsulent

Zoals hierboven reeds aangehaald, zal de Koning de overgangsperiodes om belastingconsulent te worden nog moeten definiëren. De tekst bevat evenwel voldoende indicaties dat er rekening zal gehouden worden met de reeds verworven ervaring en diploma’s als fiscaal dienstverlener. Deze overgangsperiode zal maximaal drie jaar duren - waarschijnlijk ingekort tot 18 maanden ( vanaf de inwerkingtreding van de wet), tijdens dewelke de Koning kan afwijken van de regels die gelden in het definitieve regime om de titel van belastingconsulent te bekomen. De concrete beoordeling wordt overgelaten aan de Raad van het Instituut (I.DA.C.), geadviseerd door een daartoe speciaal opgerichte commissie. In het definitieve regime zal men een erkend diploma moeten bezitten, een ingangsexamen afleggen, een stage doorlopen en tenslotte een bekwaamheidsexamen afleggen.

De titel van erkend boekhouder-fiscalist

Ten aanzien van de boekhouders die bijkomend de titel van erkend fiscalist willen bekomen, zijn er meer concrete bepalingen inzake de overgangsperiode in het voorontwerp opgenomen. De titel van erkend fiscalist zal worden verleend aan die boekhouders B.I.B die een erkend diploma bezitten dat toegang verleent tot de bijkomende titel van fiscalist, alsook aan diegenen die een fiscale beroepservaring kunnen voorleggen op datum van inwerkingtreding van de wet.

De diploma’s die toegang geven tot de titel van erkend fiscalist gedurende de overgangsperiode zijn:

    - een universitair diploma met cursus boekhouden en fiscaal recht;
    - een universitair diploma aangevuld met een specifiek fiscaal diploma van minstens 1 studiejaar;
    - een graduaatsopleiding boekhouden of fiscaliteit;
    - een diploma van ondernemersopleiding voor het beroep van boekhouder of belastingconsulent.

De periode waarin een aanvraag kan worden ingediend tot het bekomen van de bijkomende titel van erkend fiscalist zal zes maanden bedragen vanaf de inwerkingtreding van de wet (intussen bekend: 29 juni 1999). In het definitief regime zal de erkende boekhouder de titel van erkend fiscalist kunnen verwerven mits hij over een erkend diploma beschikt (zoals hierboven vermeld) en mits het doorlopen van een praktijkstage, afgesloten met een praktisch bekwaamheidsexamen. Er zal evenwel één stage kunnen doorlopen worden voor het bekomen van zowel de titel van boekhouder als deze van erkend fiscalist.

Samenwerking tussen de Instituten

Er komt geen onmiddellijke fusie tussen het Instituut der Bedrijfsrevisoren en het Instituut der Accountants. De Memorie van toelichting bevat hieromtrent enkel de intentieverklaring dat "het op zich wenselijk is dat het Instituut der Accountants, het Instituut der Bedrijfsrevisoren en het Beroepsinstituut van Boekhouders, op termijn, worden ééngemaakt".

Teneinde deze integratie te vergemakkelijken wordt er een "Inter-Instituten Comité" opgericht, bestaande uit de voorzitters en ondervoorzitters van het I.B.R, het I.D.A.C. (I.D.A.B) en het B.I.B.(F). Hieromtrent wordt voorzien dat dit comité minstens tweemaal per jaar zal samenkomen om deze eenmaking voor te bereiden.

In ditzelfde perspectief zal de huidige Hoge Raad voor het Bedrijfsrevisoraat en de Accountancy omgedoopt worden in de Hoge Raad voor de Economische Beroepen en zal zij niet enkel over een adviesbevoegdheid beschikken ten aanzien van de revisoren en accountants, maar tevens t.a.v. de boekhouders, boekhouders-fiscalisten en belastingconsulenten.

Verder kan men toejuichen dat - ongetwijfeld opnieuw geïnspireerd door een verdere samenwerking en integratie tussen de verschillende boekhoudkundige beroepen - het ontwerp de mogelijkheid voorziet tot oprichting van een interprofessionele vennootschap. Dit lovenswaardige initiatief zal andermaal door de Koning nader uitgewerkt moeten worden. In diezelfde vennootschapsrechtelijke sfeer valt bovendien op te merken dat er een bepaling wordt voorzien om via koninklijk besluit de voorwaarden vast te stellen op basis waarvan de vennootschappen van boekhouders en boekhouders-fiscalisten op zich kunnen erkend worden. Indien er hieromtrent een uitvoeringsbesluit wordt genomen, betekent dit dat er niet enkel voorwaarden zullen bestaan om het beroep van boekhouder(-fiscalist) binnen een vennootschap uit te oefenen, maar dat bovendien de vennootschap zelf een erkenningsnummer krijgt toegewezen.

Pro deo boekhouder, witwaswetgeving en inwerkingtreding.

Tenslotte bevat deze wet bepalingen inzake de pro-deo boekhouder en pro-deo accountant. De uitwerking ervan wordt overgelaten aan de respectievelijke "raden" van beide instituten (Raad van het IDAC en Nationale Raad van het BIB)

Zij dienen de regels vast te stellen volgens dewelke de stagiair-boekhouders en de stagiair- accountants belast worden met de opstelling van een financieel plan voor startende ondernemingen. Dit zal ten kosteloze titel en onder toezicht van hun stagemeesters moeten gebeuren.

Diezelfde raden dienen bovendien de regels vast te leggen die hun leden moeten naleven teneinde een gratis eerstelijns advies te verstrekken aan startende ondernemingen die erom verzoeken.

De bedoeling hiervan is om deze starters (vennootschappen en natuurlijke personen) reeds in hun oprichtingsfase kennis te laten maken met bekwame externe adviseurs en op die manier hun overlevingskansen te vergroten.

Tenslotte dienen wij nog te vermelden dat van de gelegenheid gebruik werd gemaakt om via deze wet de boekhouders, erkende fiscalisten en belastingconsulenten te onderwerpen aan de wetgeving van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld. De accountants en bedrijfsrevisoren waren reeds onderworpen aan deze witwaswetgeving.

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
Navigatie
  • TERUG