Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 52 - 15.04.99 - Managementvennootschap en de rechtspraak

Editie nr 52 van 15 april 1999

De management vennootschap en de jurisprudentie van de sociale jurisdicties

    Auteur:
    Hugo Mormont,
    Advocaat aan de Balie van Luik, Loeff Claeys Verbeke,

De management vennootschap kan worden gedefinieerd als de maatschappij die als finaliteit heeft deel te nemen aan de beheersactiviteit van een andere onderneming.

Er is in het bijzonder sprake van een management vennootschap als de betrokken maatschappij deze vorm aanneemt om taken toevertrouwd te krijgen die normaal gezien kunnen worden uitgevoerd door een natuurlijke persoon.

De onderliggende idee is dus, voor een maatschappij die werkkrachten zoekt - en zoals we later zullen zien, gaat het vaak om zeer hoog gekwalificeerd personeel - om deze taken niet toe te vertrouwen aan een individuele natuurlijke persoon, maar aan een maatschappij die door deze persoon met dit doel werd opgericht, de management vennootschap.

In de meeste gevallen zal de potentiële werknemer dan de leidinggevende functies uitoefenen van de management vennootschap die hij heeft opgericht, met name die van beheerder, afgevaardigd bestuurder of een andere functie.

Er wordt het vaakst teruggegrepen naar de constructie van de management vennootschap om te vermijden dat de relaties tussen de partijen in een arbeidsovereenkomst moeten worden gegoten. Er wordt inderdaad algemeen toegegeven dat een arbeidsovereenkomst(1) slechts kan ontstaan ten aanzien van een werknemer als natuurlijk persoon, zodat de samenwerking tussen twee maatschappijen noodzakelijkerwijs een andere vorm moet aannemen, met name die van een ondernemingscontract of een mandaatovereenkomst bijvoorbeeld(2).

Tijdens deze uiteenzetting is het de bedoeling om het standpunt te bestuderen dat wordt ingenomen door de jurisdicties, en heel in het bijzonder door de sociale jurisdicties, ten overstaan van dergelijke constructies.

In een eerste fase gaan we dieper in op de voordelen, maar ook de nadelen van het oprichten van een management vennootschap in de plaats van een gesalarieerde samenwerking.

In een tweede fase analyseren we de stelling die wordt ingenomen door de sociale jurisdicties en de risico’s die men loopt als ze weigeren de juridische constructie van de management vennootschap goed te keuren.

1. Voor- en nadelen van het oprichten van een management vennootschap

De oprichting door een potentieel gesalarieerde, natuurlijke persoon van een management vennootschap, waar hij de zelfstandige bestuurder van zou zijn, om zijn diensten aan te bieden, heeft een groot aantal voordelen.

Een aantal van die voordelen heeft louter en eenvoudigweg te maken met het statuut van zelfstandig werknemer van de bestuurder van een management vennootschap, andere vloeien voort uit de gebruikte vennootschapsstructuur.

De eerste voordelen hebben eerst en vooral te maken met het recht op arbeid of meer precies de mogelijkheid om, door een samenwerking die de arbeidsovereenkomst omzeilt, een hele reeks beperkingen die inherent zijn aan dit contract uit de weg te ruimen.

Zo zijn alle bepalingen van de wet van 3 juli ‘78 op de arbeidsovereenkomst en met name die met betrekking tot de opzegtermijnen of de verbrekingsvergoedingen niet van toepassing. De partijen moeten ook niet de voorschriften naleven van de wet van ‘71 op de arbeid, met betrekking tot de arbeidsduur, de feestdagen, enz.

Dat is trouwens naar alle waarschijnlijkheid hét aantrekkelijkste aspect van de management vennootschap, alsook trouwens van de keuze voor een zelfstandige samenwerking: de partijen kunnen op deze manier enorm besparen op de sociale bijdragen.

Door niet te kiezen voor een regime met arbeidsovereenkomst vermijdt de werkgever dat hij aan de RSZ werkgeversbijdragen moet betalen, die voor een bediende in principe 34% bedragen van het brutoloon. De werknemer ontsnapt van zijn kant aan de betaling van persoonlijke bijdragen waarvan het bedrag lichtjes hoger ligt dan de 13% van het brutoloon.

Daarentegen is de zelfstandige manager in die hoedanigheid bijdragen verschuldigd aan het RISVZ ten belope van 16,7% voor de inkomstenschijf tot 1.889.218 BEF, 12,7% voor de schijf tussen dit bedrag en 2.763.437 BEF. Op de inkomsten boven dit bedrag zijn deze bijdragen niet meer verschuldigd(3).

Het is overduidelijk dat er zeer sterk bespaard kan worden op de sociale bijdragen zodat bij een gelijke kost voor de werkgever, de werknemer kan profiteren van een aanzienlijk hoger inkomen.

We mogen in dit verband niet uit het oog verliezen dat het verschil nog veel frappanter zal zijn voor de hoge salarissen, met name rekening houdend met het plafond van de sociale bijdragen van zelfstandigen.

Het oprichten van een management vennootschap heeft ook een voordeel van fiscale aard, want het biedt de mogelijkheid om de progressieve aanslagvoet van de belastingen van natuurlijke personen, waarvan de hogere schijven culmineren op 55%, te vervangen door de vaste aanslagvoet van 39% van de vennootschapsbelastingen en zelfs de progressief verlaagde aanslagvoet.

De management vennootschap zal door haar vorm de rol kunnen spelen van een patrimoniale vennootschap ten voordele van zijn eigenaar en dit met name in het kader van een erfrechtelijke planning of met het oog op de financiering van een belangrijke investering.

Ze zal ook, door het spel van het toekennen van dividenden of tantièmes, een grote flexibiliteit mogelijk maken in de verdeling van fondsen aan haar eigenaar-beheerder.

Een aantal nadelen daarentegen is inherent aan de oprichting van een dergelijke management vennootschap.

Een eerste nadeel zijn de oprichtingskosten van de vennootschap en de beheerskosten (het houden van een afzonderlijke boekhouding, verplichting van een bijkomende aangifte van de vennootschapsbelastingen, enz.).

Een werknemer die ervoor kiest om zijn prestaties in een dergelijk kader aan te bieden, zal het moeten stellen zonder alle beschermende voorzieningen in de sociale wetgeving, met name op het vlak van de opzegtermijn.

Hij zal zich niet meer kunnen beroepen op de wet op de inkomstenbescherming of op het voorrecht van gesalarieerde werknemers in het geval van faillissement van hun werkgever en hij zal ook niet meer de voordelen genieten van artikel 18 van de wet van 3 juli ‘78 en de beperking van de burgerlijke aansprakelijkheid die eruit voortvloeit.

We wijzen er tenslotte op dat de sociale dekking die wordt toegekend aan de zelfstandige werknemer gevoelig zwakker blijft dan die van de bezoldigde werknemer en dat ze blijkbaar zal moeten worden gecompenseerd door het afsluiten van bijkomende verzekeringen voor kleine risico’s en gewaarborgd inkomen, alsook door een stelsel voor extra-legaal pensioen.

Er moet ook rekening worden gehouden met de kosten van al deze bijkomende stelsels om de opportuniteit in te schatten van de oprichting van een management vennootschap.

Het staat buiten kijf dat al deze kosten in heel wat gevallen en vanaf dat de toe te passen bezoldiging een bepaalde drempel overschrijdt, ruimschoots lager liggen dan de besparingen die kunnen worden gedaan door een management vennootschap op te richten.

Men zal niettemin onmiddellijk zien dat een dergelijke constructie niet openstaat voor iedereen en dat ze slechts kan worden gerealiseerd onder bepaalde voorwaarden.

2. Standpunt van de sociale jurisdicties ten aanzien van de management vennootschap

De vervanging van een bedrijfsovereenkomst die werd afgesloten door een management vennootschap, door een arbeidsovereenkomst afgesloten door een natuurlijk persoon is niet geheel risicovrij.

Buiten het feit dat deze constructie kan worden aangevochten door de fiscale administratie (4), kan ze ook worden verworpen door de sociale jurisdicties.

De vraag wordt meestal gesteld op aanraden van de RSZ, wiens bekommernis het is om te vermijden dat ze bijdragen misloopt en die een geding zal inspannen voor de Arbeidsrechtbank voor de betaling van de vermelde bijdragen door het feitelijke bestaan te laten gelden van een arbeidsovereenkomst tussen de partijen(5).

De sociale jurisdicties die zich moeten uitspreken over deze kwestie hebben al meermaals de theorie van de simulatie toegepast, waarbij ze in navolging van de Arbeidsrechtbank van Brugge en het Arbeidshof van Gent in de beroemde zaak Leekens, van mening zijn dat “de realiteit primeert op de fictie” en dat het systeem van de management vennootschap “vereist dat er een aantal voorwaarden zijn vervuld, niet in aanmerking komt voor iedereen en een reeks risico’s inhoudt” (6).

De sociale jurisdicties kunnen er dus van uitgaan dat een management vennootschap in de werkelijkheid een arbeidsovereenkomst verbergt die werd afgesloten tussen de werkgeversmaatschappij en de natuurlijke persoon die de management vennootschap heeft opgericht en ze ook bestuurt.

Ze zullen er dan alle gevolgen uit trekken over het bestaan van een dergelijke arbeidsovereenkomst, met name wat de voorwaarden van de sociale bijdragen betreft die verschuldigd zijn aan de RSZ.

In dat verband wijzen we erop dat het financiële risico van de terugbetaling aan de RSZ van alle omzeilde sociale bijdragen volledig bij de werkgever ligt, met inbegrip van de persoonlijke sociale bijdragen van de werknemer die niet zouden zijn ingehouden.

Dan moet de zeer concrete vraag worden gesteld naar hoe een dergelijke herkwalificatie op basis van de theorie van de simulatie kan worden vermeden.

In dat verband kunnen we enkel aanmanen tot de grootste voorzichtigheid.

Eerst en vooral moet het gebruik van de management vennootschap worden voorbehouden voor functies die door hun aard op zich een voldoende zelfstandigheid inhouden om uitgeoefend te kunnen worden zonder band van ondergeschiktheid.

De management vennootschap mag dus enkel worden gebruikt voor het uitoefenen van leidinggevende functies of functies van het type “consultancy” (juridisch, fiscaal, technisch of wetenschappelijk) die door hun aard buiten het bedrijf kunnen worden uitgeoefend en waarvoor geen band van ondergeschiktheid nodig is.

Men moet eveneens zeer voorzichtig zijn in de formulering van de contractuele documenten die beide vennootschappen binden, alsook in de uitvoering van deze overeenkomst, om te vermijden dat er enige aanwijzingen van ondergeschiktheid te vinden zijn.

Het verdient derhalve aanbeveling om zich op dit vlak te laten adviseren, en met name:


    * De overeenkomst tussen beide vennootschappen een “beheersovereenkomst” of een “bedrijfsovereenkomst” te noemen;
    * Elk element uit te sluiten waaruit een relatie intuitu personae blijkt door bijvoorbeeld te verwijzen naar een natuurlijke persoon;
    * Geen enkele juridische autoriteit te voorzien tussen de partijen en ook elke contractuele bepaling te vermijden waaruit een dergelijke autoriteit blijkt (mogelijkheid om precieze instructies te geven, verplichting om regelmatig rapporten in te dienen, verplichting om de uurregeling na te leven of afwezigheden te rechtvaardigen, verplichting om de activiteit uit te oefenen in de lokalen van de onderneming met of zonder het materiaal ervan);
    * Te vermijden dat er zelfs enige blijk is van economische afhankelijkheid van de management vennootschap tegenover de beheerde maatschappij (dit zou kunnen worden bewerkstelligd door bijvoorbeeld te signaleren dat de management vennootschap haar activiteit eveneens kan uitoefenen ten voordele van derden of zelfs dat ze andere activiteiten kan hebben).

Het is ook noodzakelijk dat de concrete uitvoering van het aldus opgestelde contract geen ondergeschiktheid laat uitschijnen.

De RSZ kan zich inderdaad baseren op aanwijzingen van ondergeschiktheid om vast te stellen dat de partijen niet volledig de juridische gevolgen dragen van de constructie die ze hebben opgezet en aldus aantonen dat de werkelijke relatie tussen de partijen een arbeidsovereenkomst is.

Als deze voorzichtigheidsregels strikt worden nageleefd, zal er wellicht in minder gevallen nog een management vennootschap kunnen worden opgericht.

Het is niettemin enkel voor die prijs dat men, zonder veel hoeven te vrezen, kan profiteren van de voordelen - die zoals we gezien hebben soms echt de moeite lonen - van de management vennootschap.

Voetnoten

1. Men moet niettemin opmerken dat de management vennootschap ook kan worden gebruikt in de plaats van een zelfstandige samenwerking. In dat geval houdt ze beperktere voordelen in, die enkel gekoppeld zijn aan het gebruik van een maatschappij
2. Zie C. ENGELS, "Het sociaal statuut van de manager en de management vennootschap" (CDS, 92, p. 353).
3. Deze bedragen zijn die van toepassing voor het jaar 1999.
4. Zie in dit verband, J.P. Bours, "La société de management à l’épreuve du droit social et fiscal", RGF, 1998, P. 301.
5. De betwisting kan ook uitgaan van een werknemer die aan het einde van zijn overeenkomst de voordelen zou willen genieten van het statuut van loontrekkende, met name op het vlak van opzegtermijn. Men moet echter opmerken dat een dergelijke aanspraak dikwijls veel hypothetischer is, in de zin dat ze er voor de werknemer in bestaat om de realiteit van een constructie die hij zelf heeft opgericht en laat functioneren, te ontkennen.
6 A.R. Brugge, 28 december 1994, J.T.T., 95, p. 304; bevestigd door A.H. Gent, 26 maart 1998, becommentarieerd in Actualités fiscales, 98, nr. 14, p. 1.

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
Navigatie
  • TERUG