Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 51 - 28.03.99 - Voorafbetalingen

Editie nr 51 van 28 maart 1999

Voorafbetalingen

    Auteur:
    Georges HONORE,
    Lid Nationale Raad

Een vennootschap moet de belasting die ze verschuldigd is betalen door voorheffingen en/of voorafbetalingen (V.A.) te storten. Indien op het einde van het aanslagjaar blijkt dat het bedrag van de voorheffingen en voorafbetalingen niet volstaat om de belastingschuld te dekken, dan zal een belastingvermeerdering worden toegepast op het nog verschuldigd bedrag. Die vermeerdering is niet van toepassing op afzonderlijk belaste meerwaarden of op de bijzondere aanslag voor niet-verantwoorde kosten of uitgaven.

Percentage van de belastingvermeerdering

De basisrentevoet die gebruikt wordt om het percentage van de belastingvermeerdering vast te stellen is de rentevoet die de Nationale Bank van België toepast op voorschotten en leningen op andere openbare effecten dan Schatkistcertificaten. Voor de aanslagjaren 98 en 99 geldt een basistarief van 4%.

Vervaldagen van de voorafbetalingen

Voor een vennootschap waarvan het maatschappelijk boekjaar overeenstemt met het kalenderjaar, moeten de voorafbetalingen uiterlijk worden verricht op 10 april, 10 juli, 12 oktober en 21 december.

Sluit het boekjaar af op 31 augustus, dan gelden de volgende vervaldagen: 10 december, 10 maart, 10 juni en 20 augustus.

Berekening van de vermeerdering

De vermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen wordt in drie stappen berekend:


    a) berekening van de totale vermeerdering (indien er geen V.A. werden verricht);
    b) berekening van de bonificaties voor de gedane stortingen. Die berekening gebeurt op de totale belasting (gewone aanslagen) na aftrek van de terugbetaalbare en niet terugbetaalbare voorheffingen;
    c) de toe te passen belastingvermeerdering is gelijk aan het verschil tussen a) en b).

Er is geen vermeerdering verschuldigd wanneer het verkregen bedrag hetzij lager uitvalt dan 1 % van de belasting waarop het werd berekend, hetzij minder bedraagt dan 1.000 BEF.

Berekening van de gemiddelde vermeerdering

1e kwartaal

3 x basisrentevoet

12 %

2e kwartaal

2,5 x basisrentevoet

10 %

3e kwartaal

2 x basisrentevoet

8 %

4e kwartaal

1,5 x basisrentevoet

6 %

Gemiddeld percentage

Totaal

36 %:4 = 9

Voorbeeld I

De vennootschap Janssen heeft de volgende stortingen verricht

    - verrekenbare voorheffingen 350.000 BEF
    - op 7 april 1998: 350.000 BEF
    - op 7 juli 1998: 300.000 BEF
    - op 7 oktober 1998: 250.000 BEF
    - op 17 december 1998: 100.000 BEF

Voor het aanslagjaar is 2.450.000 BEF belasting verschuldigd.

1) Als de vennootschap geen voorafbetalingen zou hebben verricht, zou een vermeerdering van 9 % worden toegepast op het bedrag van 2.450.000 - 350 000 = 2.100.000 BEF (basisbelasting na aftrek van de voorheffingen): 2.100.000 * 9% = 189 000 BEF.

2) Voordelen verbonden aan de voorafbetalingen die werden verricht:

V.A. 1e kwartaal

350.000 * 12 %

42.000 BEF

V.A. 2e kwartaal

300.000 * 10 %

30.000 BEF

V.A. 3e kwartaal

250.000 * 8 %

20.000 BEF

V.A. 4e kwartaal

100.000 * 6 %

6.000 BEF

 

TOTAAL

98.000 BEF

3) Verhoging toe te passen wegens onvoldoende voorafbetalingen:
189 000 - 98 000 = 91 000 BEF.

4) Bedrag van de verschuldigde belasting:

Basisbelasting

2.450.000

Verrekening van de voorheffing

-350.000

Verrekening van de voorafbetalingen

-1.000.000

SUBTOTAAL

1.100.000

Vermeerdering wegens ontoereikende V.A.

91.000

Verschuldigd bedrag

1.191.000

Voorbeeld II

De vennootschap Pieters stortte tijdens het eerste kwartaal een voorafbetaling van 1.000.000 BEF. Tijdens de volgende drie kwartalen betaalde ze telkens 400.000 BEF vooraf.

De verschuldigde belasting bedraagt 2.500.000 BEF.

1) Totale vermeerdering: 2 500 000 * 9% = 225 000 BEF

2) Bonificatie

V.A. 1e kwartaal

1.000.000 * 12 %

120.000 BEF

V.A. 2e kwartaal

400.000 * 10 %

40.000 BEF

V.A. 3e kwartaal

400.000 * 8 %

32.000 BEF

V.A. 4e kwartaal

400.000 * 6 %

24.000 BEF

 

TOTAAL

216.000 BEF

3) Toe te passen vermeerdering: 225.000 - 216.000 = 9.000 BEF

De vermeerdering zal niet worden toegepast omdat ze minder bedraagt dan 1% van de basisbelasting, hetzij 2.500.000 * 1% = 25 000 BEF.

Wijziging van de bestemming van de voorafbetalingen

De belastingplichtige kan vragen dat de bestemming van de verrichte voorafbetalingen wordt gewijzigd. Hij moet de aanvraag hiertoe uiterlijk indienen:
- op het einde van de 2e maand die volgt op de maand waarin het boekjaar werd afgesloten,
- met een minimum van één maand te rekenen van de datum van uitreiking van het uittreksel van de jaarrekening.

Voorbeeld

De vennootschap Lubbers verrichtte in 1998 vier voorafbetalingen van 180.000 BEF op de voorgeschreven data. Eind januari 1999 wordt het bedrag van de belasting dat verschuldigd zal zijn op het resultaat van 1998 geschat op 354.000 BEF.

De belastingplichtige ontvangt het jaarlijks rekeninguittreksel en vraagt om de voorafbetalingen van oktober en december 1998 over te dragen naar het aanslagjaar 2000, inkomsten 1999. Het gaat om een bedrag van 360.000BEF. Hij stuurt het rekeninguittreksel terug.

1. In de boekhouding wordt die overdracht als volgt vastgesteld:

412.0

Naar het aanslagjaar 2000 overgedragen belastingen en voorheffingen

360.000

 

6701

Aan geactiveerde overschotten van betaalde belastingen en voorheffingen

 

360.000

2. Er wordt nagegaan of er een vermeerdering verschuldigd is wegens ontoereikende voorafbetalingen.

Totale vermeerdering 354.000 * 9 %

31.860

Bonificatie
1e KW: 180.000 * 12%
2e KW: 180.000 * 10 %

.
21.000
18.000

 

39.600

Toe te passen vermeerdering

0

Verzoek tot terugbetaling

De belastingplichtige kan:

  • hetzij vragen dat de bedragen van de voorafbetalingen geheel of gedeeltelijk worden teruggestort;
  • hetzij de voorafbetalingen overdragen naar het volgend belastbaar tijdperk;
  • hetzij de bedragen van de voorafbetalingen aanwenden tot aanzuivering van een andere belastingschuld.

***

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
Navigatie
  • TERUG