Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 49 - 28.02.99 - Voorafbetalingen: snel en correct wezen

Editie nr 49 van 28 februari 1999

Voorafbetalingen: snel en correct wezen

    Auteur:
    José HAUSTRATE,
    Lid Nationale Raad BIBF

Het inkomen van een zelfstandige is veelal (de "bedrijfsleiders" kennen hun maandelijkse bezoldigingen in het algemeen wel) onbekend in de loop van het inkomstenjaar Y zelf. Dit heeft voor gevolg dat de verschuldigde belastingen in de loop van het jaar Y voor de enen perfect en voor de anderen enkel via een raming kunnen worden bepaald en hier is de tussenkomst van een boekhouder dus noodzakelijk.

Bij onze Noorderburen is de belasting van het jaar Y wettelijk verplicht te betalen op basis van inkomsten en belastingen van het jaar Y-1. Mits motivering kan hiervan zelfs worden afgeweken. Indien achteraf blijkt dat onvoldoende werd "voorafbetaald" dan wordt het saldo gevorderd zonder dat enige verhoging wordt aangerekend. Blijkt achteraf dat het "voorafbetaalde" bedrag te hoog was, dan betaalt de Nederlandse fiscus - logischerwijze - intrest aan de belastingplichtige.

Het Belgisch verhaal is totaal anders: zelfstandigen kunnen voorafbetalen. Voor de "bedrijfsleiders" is sinds enkele jaren het regime van de in te houden bedrijfsvoorheffing ingevoerd. Voor hen is sindsdien het regime van de "nieuwe zelfstandige" zonder effect geworden. Hier stellen zich geen fundamentele problemen.

Voor de vennootschappen en de eenpersoonsondernemingen is de voorafbetaling-problematiek evenwel een nachtmerrie: reeds vóór 10 april moet de belastingplichtige in de bol van "Madame Soleil" zien wat zijn inkomsten of resultaat zullen zijn om in functie daarvan vooraf te betalen. Bovendien is het voor de Belgische wetgever nog steeds onmogelijk om intresten te berekenen van dag tot dag: aan de belastingplichtige worden vier data vooropgesteld en één dag vertraging betekent: drie maanden renteloos krediet ten gunste van de Schatkist.

Een goed beheer van de onderneming - voor de zelfstandigen niet onderworpen aan ingehouden bedrijfsvoorheffing zoals bij vennootschappen - houdt het regelmatig opstellen van financiële toestanden in, zoals het berekenen van de resultaten en de balans (zonder te spreken van toekomstige toestanden). In de loop van het aanslagjaar, zijn de resultaten verworven en in functie daarvan kan men voorafbetalingen van belastingen overwegen (na de eerste drie maanden, betaling voor 10 april; na de eerste zes maanden, betaling voor 10 juli; etc.). Het volstaat niet om bij het begin van het jaar een resultaat te voorzien en dit gedurende het ganse jaar te behouden.

Werknemers, fiscaal behandeld als gesalarieerden gaan terzake volledig vrijuit en betalen deze verhoging nooit, zelfs als er onvoldoende of geen bedrijfsvoorheffing (vb. grensarbeiders) werd ingehouden. Bij voorafbetaling wordt in dit laatste geval zelfs een zeer interessante belastingvrije bonificatie toegekend. In sommige gevallen zijn er evenwel ongunstige situaties in de toepassing van het bezoldigingsregime. Dit is vaak het geval wanneer de oorspronkelijk ingehouden bedrijfsvoorheffing hoger is dan de uiteindelijk verschuldigde belasting.

In dit geval moet men vaak tot 20 maanden wachten om het teveel door de fiscus teruggestort te krijgen, en dit zonder rente … In Nederland kan het bedrag van de voorheffing gewijzigd worden op eenvoudige aanvraag met motivatie.

Er is meer!

De verhoging wegens onvoldoende voorafbetaling is als kost niet aftrekbaar en is dus te betalen met netto-franken. Inderdaad is deze gemiddelde vermeerdering van de belastingen van 9 % een uitgave die gerealiseerd wordt op netto-inkomsten. Men moet dus de berekeningen bruteren om er de exacte economische impact van te kennen.

In de personenbelasting zal dit voor een marginale belastingvoet van 60 % en een gemiddelde procentuele belastingsvermeerdering gereduceerd tot 8,1 % het volgende geven (9 * 90%): 8,1 * 100/40 = 20,25 %.

Voor vennootschappen geeft dit bij een belastingvoet van 40,17 % : 9 * 100/59,83 = 15,04%.

Dit vertegenwoordigt in beide gevallen veel hogere belastingvoeten dan in andere landen (maar te verdelen over een langere periode dan 18 maanden, want men moet rekenen tot de definitieve betaling).

Er is nog meer!

Als de belastingplichtige effectief heeft voorafbetaald en meent om een bedrag hiervan te moeten overboeken of terugvragen, is deze hoge intrest toch integraal verschuldigd indien achteraf blijkt dat er bij vergissing een teveel aan voorafbetaling renteloos werd overgeboekt of terugbetaald!

Conclusie: De belastingplichtige - lees: zijn consulent - mag zich volgens de fiscale wet niet vergissen. Men moet inderdaad soms goed gokken of de belastingplichtige betaalt of derft steeds intresten ... doch op een ongeziene manier. Dit is één van de vele voorbeelden van "onzichtbare belastingen", die nergens in statistieken verschijnen.

Gezien de voorafbetaling voor de belastingen op de inkomsten van het jaar Y in België niet verplicht is kan theoretisch elke voorafbetaling ten alle tijde teruggevraagd worden. Volgens de wet is het evenwel anders: men kan een terugbetaling vragen hetzij uiterlijk op 31 december Y, hetzij uiterlijk op het einde van de tweede maand die volgt op het belastbare tijdperk m.a.w. meestal 28 februari Y+1 (artikel 70 KB/WIB).

De wet maakt evenwel melding van een tweede termijn: vanaf de verzending van het rekeninguittreksel VA, beschikt de belastingplichtige over een termijn van één maand indien deze eindigt na de toepassing van het eerste principe (art. 71 KB/WIB). Daartoe moet het rekeninguittreksel VA ter vervanging worden teruggezonden aan de dienst waarvan het is uitgegaan. In de praktijk is het steeds deze tweede termijn die geldt. Ieder jaar wordt vastgesteld dat de datum van verzending van deze biljetten door de fiscale administratie zelfs wordt gepostdateerd (inkomsten 1996: 17/02/1997 - inkomsten 1997: 16/02/1998 - inkomsten 1998: 08/03/1999). De belastingplichtige verzet zich hiertegen nooit aangezien de zeer korte termijn van één maand op die manier eigenlijk verlengd wordt. Eigenlijk toont dit jaarlijks terugkerend gebruik aan dat de fiscale wet op zich onmogelijke eisen stelt.

In 1998 verscheen het model van de fiscale aangifte in het Belgisch Staatsblad van 26 mei 1998. Een maand later, nl. 20 juni 1998, verscheen pas de debet-intrestvoet voor renteloze of goedkope leningen voor inkomsten 1997!

Wordt ten onrechte teveel teruggevraagd of overgeboekt, dan staat de belastingplichtige én een jaar renteloze lening toe aan de Schatkist én is de hoge verhoging integraal verschuldigd alsof er geen voorafbetaling gebeurde. Wordt te weinig teruggevraagd, dan wordt door de bedrijfsleider aan de Schatkist een renteloos krediet gegeven tot 28 maanden (nl. 10/04/Y - tot 31/08/Y+2)!

Van bedrijfsvriendelijkheid is dus in België weinig sprake. De dienst van de voorafbetalingen doet hier zelfs nog een druppel op een hete plaat: voor overdrachten van voorafbetalingen van het jaar Y naar Y+1 kan elke volmachtdrager een aanvraag richten tot de betrokken dienst en hieraan wordt gevolg gegeven. Indien daarentegen gevraagd wordt om een terugbetaling van een voorafbetaling Y in Y+1, eist de dienst van de voorafbetalingen sinds een tweetal jaren een volmacht, die gelegaliseerd is door het gemeentebestuur!

Deze eis wordt ons inziens nergens in de fiscale wet vermeld. In tijden, waarin quasi alle volmachtdragers verplicht lid moeten zijn van een Instituut, waar deontologische regels gelden, kan men geloven dat het doel zou zijn dat de terugbetaling van voorafbetalingen zo lang mogelijk wordt uitgesteld, zodat de belastingplichtige op die manier opnieuw ongezien extra belastingen betaalt.

Terzake zouden wij aanraden:
- voor een aanvraag tot overdracht van een voorafbetaling kan een boekhouder, drager van een volmacht, zelf optreden. Hierbij is het praktisch om een kopie van de volmacht bij de brief te voegen.
- voor het terugvragen van een voorafbetaling - in zijn geheel of voor een gedeelte - is het aangeraden dat de aanvraag geschiedt door de belastingplichtige zelf en liefst bij aangetekend schrijven, ondertekend door de beide echtgenoten of de gemachtigde in een vennootschap. Het rekeninguittreksel V.A. is steeds bij te voegen (art. 71 §2 KB/WIB).

De conclusie is dus duidelijk: snel en correct wezen.

***

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00