Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 89 - 31.12.00 - Restaurantkosten in het weekend ....

Edition n° 89 du 31 décembre 2000

Restaurantkosten in het weekend ook beroepsmatig?

De fiscus is gerechtigd "dubieuze" restaurantkosten te verwerpen. Hij kan echter niet zomaar stellen dat deze door een vennootschap gedragen kosten een voordeel van alle aard uitmaken.

Zoals vele bedrijfsleiders brengt een zaakvoerder van een vennootschap een aantal B.T.W.-bonnetjes als "restaurantkosten" in. De controleur gaat even de aard van de kosten na. Bepaalde zijn gemaakt op zondag of op een plaats waar de vennootschap geen zaken doet (met name aan de Vlaamse kust), zodat de kosten al verdacht zijn. Een aantal bonnetjes betreffen dagschotels in een plaatselijk café-restaurant, en de controleur betwijfelt of dit wel is om aan zakenrelaties voor te schotelen.

Zoals gebruikelijk worden deze restaurantkosten in hoofde van de vennootschap verworpen. Deze controleur gaat echter verder. Hij belast de verworpen uitgaven in hoofde van de zaakvoerder als voordeel van alle aard, op grond van de simpele redenering dat eten een persoonlijke uitgave is die de vennootschap vrijwillig ten laste neemt. Ook in bezwaar wordt de taxatie behouden. De zaak wordt dan maar voor het Hof van Beroep te Gent gebracht (Gent, 18 maart 1999, De Fiscale Koerier, 2000, 341).

De fiscus faalt in de bewijslast

Het hof oordeelt dat de bewuste restaurantkosten, zelfs al zijn ze verworpen uitgaven voor de vennootschap - waarover het hof niet te oordelen heeft - , geen voordeel van alle aard kunnen uitmaken voor de zaakvoerder. De Administratie kan immers niet aantonen dat de zaakvoerder van de vennootschap de genieter is van de bewuste uitgaven. Bovendien kan zij niet aantonen dat de man uit hoofde of naar aanleiding van de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid deze voordelen zou hebben verkregen. De taxatie wordt dan ook vernietigd.

Hoe worden restaurantkosten gecontroleerd ?

Een populair geloof wil dat de zelfstandigen en bedrijfsleiders zich via hun vennootschap dure restaurants kunnen permitteren op kosten van de fiscus. Dit is uiteraard niet het geval, gelet op de aftrekbeperking (50%) en de nogal strikte controle. Bij de meeste controleurs valt het nogal mee. Zij hanteren een standpunt dat de kosten een redelijk bedrag (bepaald per beroepsgroep) niet mogen overschrijden. Wordt méér in de boekhouding teruggevonden, dan wordt even nader gecontroleerd.

Wel kan op enkele aberraties worden gewezen

1. Bepaalde controleurs verwerpen de kosten voor "eenvoudige" restauratie. Dit is een (verboden) opportuniteitscontrole. Niemand is verplicht een zakenrelatie mee te nemen naar een duur sterrenrestaurant, en sommige mensen voelen zich nu eenmaal beter thuis in een frituur met dagschotel en een frisse pils. Deze realiteit dient ook de fiscus onder ogen te zien. Ook het tijdselement speelt een rol. U of uw zakelijke relatie heeft niet altijd tijd om uren aan tafel door te brengen. Indien uw boekhouder tegen de middag aankomt en u gaat snel met hem naar de lokale Chinees, dan is dit een zakelijke uitgave.

2. Er wordt niet steeds aanvaard dat de "receptiekosten" ter gelegenheid van in essentie private aangelegenheden een stuk beroepsuitgaven bevatten. Op het huwelijksfeest van uw dochter wordt niet alleen de familie uitgenodigd, maar ook mensen uit uw zakelijke kennissenkring, zeker op de receptie. Bepaalde rechtspraak heeft deze kosten als beroepsmatig aanvaard.

De Administratie stribbelt nog steeds tegen (Bull. Bel. nr. 736, 675). Volgens haar is een huwelijksfeest b.v. een gebeurtenis uit het privé-leven die geen beroepskarakter heeft, en worden alle zakenrelaties die u daar uitnodigt, plots private vrienden.

Ook indien u verkiest zakenrelaties thuis te ontvangen (lijst van de genodigden bijhouden!) en hiervoor uitgaven doet, moet dit in aftrek kunnen worden gebracht. Of u deze mensen thuis of in een restaurant wenst te ontvangen, is uw eigen keuze die niet het voorwerp van een opportuniteitscontrole mag uitmaken.

3. De eeuwige discussie over kosten gemaakt in het weekend of op plaatsen waar u geen klanten of leveranciers hebt (de kust is hier een favoriete bestemming), is in feite niet nodig. Loopt een handelaar uit Brussel een goede klant tegen het lijf op vakantie in Oostende of op zondag met het gezin, dan kan best de band worden aangehaald aan tafel. Zaken doen is breder dan afspraken en vergaderingen.

4. En tenslotte is het volledige systeem onder vuur gekomen door de uitzonderingen op de 50%-regel, voornamelijk de begunstiging van het voetbal.
Mede omwille van de huizenhoge BTW en personeelskosten staat de horeca aan de klaagmuur om alle restauratiekosten eenvoudigweg voor 100% aftrekbaar te maken wanneer het beroepsmatig karakter ervan kan worden bewezen. In feite wordt door de aftrekbeperking de zelfstandige belast op een onbestaand inkomen; 50% van de restaurantkosten wordt dan betaald met gelden die, hoewel beroepsmatig uitgegeven, fictief weer bij de nettowinst worden gevoegd.

En dan nog een voordeel van alle aard ?

De fiscus heeft het in het voorliggende geval wel bijzonder bont gemaakt. Niet alleen wordt de uitgave verworpen in hoofde van de vennootschap, de kostprijs van de maaltijden wordt dan nog als voordeel van alle aard belast in hoofde van de zaakvoerder. Dit is opnieuw een dubbele belasting: de vennootschap betaalt belasting op de verworpen uitgave, de zaakvoerder betaalt in de personenbelasting.

Terecht werd een dergelijk onding verworpen.

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00