Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 86 - 15.11.00 - Overgang naar de euro in de praktijk

Editie nr 86 van 15 november 2000

De overgang naar de euro in de praktijk

    Auteur:
    Françoise PHILIPPE
    Ondervoorzitter BIBF

Voor de ondernemingen die hun jaarrekening afsluiten op 31 december, zal 2001 het laatste jaar zijn waarin ze nog kunnen kiezen tussen de euro en de Belgische frank.

De ondernemingen die hun boekjaar na 31 december afsluiten, zullen volgend boekjaar niet meer kunnen kiezen.

Aan ondernemingen die in 2001 nog kunnen kiezen, zal de boekhouder uiteraard moeten vragen welke munt zij kiezen.

Beide partijen kunnen dan misschien onderzoeken of het niet beter is om de boekhouding reeds vanaf 1 januari 2001 in euro te voeren.

Op die manier zouden de ondernemingen gewend kunnen raken aan de euro vóór 1 januari 2002, datum waarop de Belgische biljetten en muntstukken de baan zullen ruimen voor euro’s.

Praktisch voorbeeld van de overschakeling naar de euro van een onderneming die haar boekhouding afsluit op 31 december 2000.

1. Het kapitaal en de reserves

De wet van 30 oktober 1998 laat de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid toe om hun kapitaal binnen bepaalde beperkingen te wijzigen om tot een afgerond bedrag te komen. Die kapitaalverhoging kan gewoon plaatsvinden nadat de algemene vergadering van aandeelhouders daartoe met een gewone meerderheid beslist heeft; daarbij moet een onderhandse akte opgesteld worden. De verplichte publicatie in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad is gratis. Het registratierecht bedraagt wel 0,5%. Ofwel moet de nominale waarde van de aandelen worden aangepast ofwel moet de vermelding van de nominale waarde worden geschrapt.

Dit zijn de beperkingen op een dergelijke kapitaalverhoging:

  • de wijziging moet plaatsvinden tussen 1 januari 1999 en 31 december 2001;
  • de kapitaalverhoging moet gebeuren door de incorporatie van reserves, uitgiftepremies, herwaarderingsmeerwaarden of overgedragen winst;
  • voor het aanpassingsbedrag kan men kiezen uit :
    - een bedrag van minder dan 1.000 euro, of
    - een bedrag van maximaal 4% van het geplaatste kapitaal vóór de aanpassing

    Het kapitaal mag niet verhoogd worden door nieuwe aandelen te creëren of door nieuwe inbreng.

    Wanneer hun statuten dat toelaten, mogen de ondernemingen hun kapitaal ook verhogen via de procedure van het toegestane kapitaal.

    In ons voorbeeld wordt het kapitaal van 2.500.000 Belgische frank omgezet in 61.973,38 euro. De verhoging die nodig is om het kapitaal op 62.000 euro te brengen, bedraagt dus 26,62 euro. De beschikbare reserve verandert dan van 8.924,17 euro in 8.897,55 euro.

    133000 Beschikbare reserve 26,62 EUR  
    aan 100000 Geplaatst kapitaal   26,62 EUR

    2. De bedragen die van derden ontvangen of aan derden betaald moeten worden,

    moeten zonder aanpassing worden omgezet tegen de officiële koers. Als er een afrondingsverschil ontstaat, moet dat ofwel in rekening 65 ofwel in rekening 75 geboekt worden.

    Voorbeeld: de klantenbalans ziet er als volgt uit:

      BEF EUR
    DUBOIS 10.205 252,98
    DUPONT 100.000 2.478,94
    DURANT 14.400 356,97
    DUVAL 10.000 247,89
    TOTAAL 134.605 3.336,78

    Hoewel het totaal van klantenrekening 400000 134.605 BEF / 40,3399 = 3.336,77 EUR bedraagt, zal het nieuwe in te schrijven bedrag 3.336,78 euro bedragen, met een afronding van 0,01 euro.

    3.De saldo’s van de verschillende balansrekeningen

    worden in euro omgerekend door de in Belgische frank uitgedrukte bedragen te delen door de officiële koers van 40,3399. De sommen van de afgeronde bedragen kunnen leiden tot een verschil dat in rekening 65/75 in de boekhouding opgenomen moet worden.

      BALANS
    op 31.12.2000 in BEF
    BALANS
    op 01.01.2001 in euro
    REKE-NINGEN BENAMINGEN DEBET CREDIT DEBET CREDIT
    100000 Kapitaal(1)   2.500.000   62.000,00
    130000 Wettelijke reserve   250.000   6.197,34
    133000 Beschikbare reserve (1)   360.000   8.897,55
    140000 Overgedragen resultaten   185.000   4.586,03
    173000 Lange termijn leningen   1.300.000   32.226,16
    221000 Gebouwen 2.000.000   49.578,70  
    221009 Afschrijvingen op dito (500.000)   (12.394,68)  
    230000 Installaties, machines,... 2.555.000   63.336,80  
    230009 Afschrijvingen op dito (425.000)   (10.535,47)  
    340000 Voorraden 1.200.000   29.747,22  
    400000 Klanten (2) 134.605   3.336,78  
    423000 Schulden o/min dan 1 jr.   280.000   6.941,02
    440000 Leveranciers   270.403   6.703,12
    452000 Geschatte fiscale schulden   24.202   599,95
    550000 Kredietinstellingen 195.000   4.833,92  
    570000 Kas 10.000   247,89  
    656 Afrondingsverschil     0,01  
    TOTAAL 5.169.605 5.169.605 128.151,17 128.151,17

    4. Het opmaken van de balans

    Ook de bedragen van het vorige boekjaar moeten in euro omgezet worden. Volgens de NBB zijn de in euro omgerekende bedragen en de bedragen van de vorige boekjaren als identiek te beschouwen.

    In de bijlagen moeten in verband met de waarderingsregels toelichtingen staan over het gevolg en de verwerking van de overschakeling op de euro.

    De jaarrekeningen moeten worden opgesteld en voorgesteld :
    - in euro zonder cijfers na de komma in het verkorte schema
    - in duizenden euro zonder cijfers na de komma in het volledige schema.

    In de boekhouding moeten de bedragen in euro twee cijfers na de komma hebben.

    5. De kosten van de overschakeling op de euro

    De ondernemingen moeten in de eerste plaats nagaan wie volgens de verkoop-, onderhouds- of licentiecontracten de hardware en de software moet aanpassen. Volgens die contracten zou het de leverancier kunnen zijn die de kosten voor de aanpassing op zich moet nemen.

    Het bestuursorgaan oordeelt of de kosten die de onderneming op zich neemt als kosten of als investering geboekt moeten worden.

    Op grond van advies 138/5 van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen valt het volgende onderscheid te maken: "Het onderhoud en de aanpassing van het programma - zonder aan de aard van de toepassing zelf te raken - zullen uitgaven teweegbrengen die in de resultatenrekening opgenomen moeten worden; het betreft hier inderdaad geen uitgaven die een investering vormen. Wanneer het programma echter een grondige wijziging ondergaat om de toepassing zelf te veranderen of uit te breiden, dan kunnen de kosten daarvoor op het actief worden ingeschreven."

    Die kosten mogen niet op de balans ingeschreven worden als herstructureringskosten. De vennootschappen die in het verleden fondsen stortten, moeten die gebruiken en er eventueel melding van maken.

    Hardware en software die na de overschakeling op de euro niet langer bruikbaar zijn, vallen onder de toepassing van artikel 28 § 2 van het Koninklijk Besluit van 8 oktober 1976: " Voor vaste activa wordt overgegaan tot aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen wanneer, ingevolge hun technische ontaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden, hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde voor de onderneming."

    6. Checklist

    Afhankelijk van de activiteiten en bestanddelen van elke onderneming, kan het nuttig zijn een lijst op te stellen met personen die ingelicht moeten worden over de overschakeling op de euro:

  • personeelsleden en sociaal secretariaat;
  • informatici;
  • bankiers;
  • klanten en andere derden,...

    maar ook een lijst met de te verwachten wijzigingen:

  • eenheidsprijzen van de voorraad;
  • facturering aan de klanten;
  • verwerking van de kasverrichtingen;
  • controle van de continuïteit van de contracten en, vooral, van de contracten die zijn opgesteld met niet EU-landen,...

    Die lijsten zijn uiteraard niet exhaustief.

    7. Ondanks de overschakeling op de euro zullen bepaalde documenten het overeenkomstige bedrag in Belgische frank moeten blijven vermelden.

    Sociaal:de documenten die rechtstreeks naar de administraties gaan, zullen het bedrag enkel in euro kunnen vermelden.
    De documenten die aan de werknemers bezorgd worden (loonfiches, fiches 281.10,...) zullen in euro uitgedrukt worden, maar zeker de bedragen van het bruto- en nettoloon moeten ook in Belgische frank uitgedrukt zijn.

    Commercieel: tot het einde van de overgangsperiode moeten de bedragen zowel in Belgische frank als in euro uitgedrukt worden voor: prijsvermeldingen, reclame, facturen en kastickets en alle andere documenten waarmee de onderneming zich tot de consumenten richt. Het K.B. van 17 december 1998 bepaalt verder dat de tegenwaarde van de prijzen in euro en in Belgische frank volkomen gelijk moet zijn. Bij heel lage prijzen moeten er voor een zo nauwkeurig mogelijke tegenwaarde twee cijfers na de komma vermeld staan.

    Fiscaal:alle bedragen zullen enkel in euro vermeld staan, maar van zodra van die mogelijkheid gebruik is gemaakt, is het onmogelijk om weer een stap terug te zetten en opnieuw de Belgische frank als munteenheid te gebruiken.

    Meer informatie over de overschakeling op de euro is te verkrijgen:
    - op de website van het BIB/IPCF onder "Eurochallenger";
    - in advies 173 van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen, Bulletins 37, 42 en 45.

    Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
  • Navigatie
    • TERUG