Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 83 - 30.10.00 - Verminderingen op voorraden

Editie nr 83 van 30 september 2000

Verminderingen op voorraden

    Auteur:
    Georges Honorť
    Lid van de nationale Raad

1. De inventaris

Volgens artikel 7 van de Wet van 17 juli 1975 dient een onderneming ten minste eenmaal per jaar de nodige opnemingen, verificaties, onderzoekingen en waarderingen te verrichten om op een door haar gekozen datum de inventaris op te maken van al haar bezittingen (Ö). De rekeningen worden in overeenstemming gebracht met de inventaris.

De inventarisverrichtingen behelzen :
1.een lijst van de voorraden vanuit kwantitatief oogpunt;
2.een kwalitatieve verificatie van de voorraden teneinde de eventuele materiŽle veranderingen van de betrokken goederen of hun eventuele economische veroudering op te sporen (onverkoopbare voorraden of voorraden met lage omloopsnelheid);
3.een vergelijking tussen de aanschaffingswaarde van de voorraden en hun marktwaarde of realisatiewaarde.

2. Verschil tussen de aanschaffingswaarde en de marktwaarde

De toeleveringen, de afgewerkte producten, de goederen (Ö) worden gewaardeerd tegen hun aanschaffingswaarde of tegen de marktwaarde op de datum van de afsluiting van het boekjaar, wanneer deze marktwaarde lager ligt dan de aanschaffingswaarde.

Het begrip marktwaarde moet op verschillende manieren geÔnterpreteerd worden, naargelang het gaat om handelsgoederen, grondstoffen of hulpstoffen, afgewerkte producten of nog in de fabriek aanwezige goederen.

2.1. Handelsgoederen (rek. 34) - Marktwaarde

De in aanmerking te nemen marktwaarde van handelsgoederen is in principe de verkoopprijs "af fabriek" bij de afsluiting van het boekjaar (aftrek van de kortingen en ristorno’s) en na aftrek van een vermindering overeenstemmend met de normale directe verkoopkosten.

Voorbeeld

producten A aankoopprijs
in normale periode
1.000 BEF
Verkoopprijs
1.500 BEF op
de afsluitingsdatum
Verkoopprijs 1.500 1.260
Korting 8% -120 -100
  1.380 1.160
Verkoopkosten -200 -200
  1.180 960

De marktwaarde die lager is dan de aanschaffingswaarde kan in sommige gevallen nog opmerkelijker zijn. Zoals bij een sterke daling van de prijs van GSM’s, computers, graan, de sterke schommelingen van de brandstofprijzen, enz.

2.2. Boekhoudkundige verwerking

De verlaging toegepast op de aanschaffingswaarde van de goederenvoorraden, de toeleveringsvoorraden en de voorraden van handelsgoederen om hun boekhoudkundige waarde aan te passen aan hun lagere marktwaarde op het ogenblik van de afsluiting van het boekjaar, vormt geen waardevermindering (zoals omschreven in art.12 van het KB van 8 oktober 1976).

Deze verlagingen worden derhalve als volgt geboekt :

6094 Voorraadwijzigingen van handels-goederen 40  
34 aan Voorraad handelsgoederen   40

Wanneer deze boeking betrekking heeft op de verlaging (aanpassing) aan de marktwaarde, verdient het de voorkeur de voorraden te handhaven op hun aanschaffingswaarde en om er een spoor van te behouden, wordt de verlaging ingeschreven in een afzonderlijke subrekening.

6094 Voorraadwijzigingen van handels-goederen 40  
3407 aan Verminderingen op voorraden   40

Toelevering (grondstoffen en hulpstoffen)

De marktwaarde van de materialen nodig voor de fabricage van de afgewerkte producten is de marktwaarde bij de aankoop (aanschaffingswaarde vermeerderd met de bijkomende kosten).

Afgewerkte producten (productie voor de voorraad)
De marktwaarde is de marktwaarde bij de verkoop "af fabriek" met aftrek van de eventuele kortingen en onder aftrek van een vermindering overeenstemmend met de normale directe verkoopkosten.

In dat geval ziet de boeking er als volgt uit :

7130 Wijziging in de voorraad gereed product  
3370 aan Vermindering op gereed product    

3. De inventaris van uit kwalitatief oogpunt

De kwalitatieve waardeverminderingen zijn het gevolg van materiŽle veranderingen of van economische veroudering (voorraad met lage omloopsnelheid).

Voorbeelden hiervan zijn de voorraden van reserveonderdelen voor machines, voor voertuigen waarvan de onderneming de productie en de verkoop heeft stopgezet, de modeartikelen, de onderdelen van informaticamateriaal, van boeken, enz.

Heel vaak zijn hiervoor verminderingen noodzakelijk die, bij gebrek aan vaste waarderingscriteria voor de schatting van de vermoedelijke verkoopprijs die geldt voor het geheel van de partij, een forfaitair karakter krijgen.

Volgens de CBN dienen deze verminderingen te worden toegepast volgens een berekeningswijze die beantwoordt aan de criteria van behoedzaamheid, eerlijkheid en goede trouw. Ze dienen te worden uitgevoerd volgens criteria vastgesteld door het beheersorgaan afhankelijk van de concrete omstandigheden.

De waardevermindering op voorraad wordt als volgt geboekt :

6310 Waardeverminderingen op voorraden - toevoeging    
3409 aan Geboekte waardeverminde
ringen op voorraden
   

Indien aan het einde van het vorige boekjaar de verminderingen op grond waarvan ze werden vastgesteld juist blijken te zijn, met andere woorden, indien de prijzen waartegen de voorraden werden gerealiseerd de ingeschreven waardevermindering bevestigen, dient deze laatste te worden aangewend door de boeking

3409 Geboekte waardeverminderingen op voorraden    
3400 aan Voorraad handelsgoederen - Aanschaffingswaarde    

In dat geval is er geen terugneming van de waardevermindering, maar aanwending ervan.

Indien daarentegen, aan het einde van het vorige boekjaar, de ingeschreven waardeverminderingen groter zijn dan een actuele waardering van de (waarde)verminderingen op grond waarvan ze werden vastgesteld, kunnen ze niet worden behouden en dienen ze te worden teruggenomen.

3409 Geboekte waardeverminderingen op voorraden    
6311 aan Terugneming van waarde verminderingen van de voorraden    

4. Fiscaal aspect

Waardeverminderingen kunnen fiscaal worden aanvaard indien ze betrekking hebben op bedorven of vervallen waren, ouderwetse of in een lagere klasse verzeilde artikelen, waarvoor naargelang van het geval geen rekening kan worden gehouden met :

  • ofwel de marktwaarde;
  • ofwel de nettoverkoopprijs;
  • ofwel de in het contract vastgestelde prijs.

Het was bij de administratie niet mogelijk precieze richtlijnen uit te vaardigen. De belastingcontroleur zal begrip en gematigdheid aan de dag moeten leggen. et is zijn taak na te gaan of de raming van de vermindering redelijk is en niet tot doel heeft belasting te ontwijken of de opeisbaarheid ervan te vertragen.

Buiten het geval van de grondstoffen voor de textielproducten (linnen, wol, katoen, enz.) waarvoor de administratie verminderingscriteria heeft vastgesteld, zijn er geen bijzondere regels.
Er dient op toegezien dat men niet in strijd met het fiscale annualiteitsprincipe handelt, in die zin dat er geen waardeverminderingen kunnen worden aangenomen waarvan nog niet vaststaat dat ze zekere en liquide verliezen vertegenwoordigen aan het einde van een bepaalde aanslagperiode.

Deze laatste notie pleit voor een spreiding over verscheidene jaren van de waardevermindering van de partij producten die verouderd zijn, waarvan de verkoop traag en onzeker is of die bedorven zijn.

Voorbeeld

Een boekhandelaar heeft in 1996 1000 "diverse" boeken gekocht tegen 500 BEF per stuk.
De door het beheersorgaan bepaalde politiek bestaat erin een waardevermindering van 20 % van het saldo van de resterende voorraad toe te passen aan het einde van het boekjaar, vanaf het tweede jaar.

Aankoop 1996 : 1.000 boeken * 500 = 500.000 BEF.
Inventaris eind 1996 200 boeken * 500 = 100.000 BEF    
Inventaris 31.12.1997 140 boeken * 500 = 70.000 BEF waardevermindering 14.000
Inventaris 31.12.1998 80 boeken * 500 = 40.000 BEF waardevermindering 8.000
Inventaris 31.12.1999 60 boeken * 500 = 6.000 BEF waardevermindering 6.000
Inventaris 31.12.2000 60 boeken * 500 = 30.000 BEF waardevermindering (saldo) 9.000
TOTAAL       30.000

5. Uitverkoop
(Vennootschappen of handelaars die een regelmatige boekhouding voeren)

De jaarlijkse opruimingsperioden in juli en in januari worden gereglementeerd door de regels inzake de handelspraktijken.
Het ondernemingshoofd dat tijdens deze perioden wil "opruimen" bereidt zijn uitverkoop voor en organiseert die. Hierbij vraagt hij aan zijn leveranciers afgeprijsde producten te leveren. Daarvan maakt hij de inventaris op 30 juni en vooral op 31 december. Tegen welke prijs zullen ze worden gewaardeerd, wetende dat deze producten begin januari in de uitverkoop zullen staan?

Er zullen afzonderlijke rekeningen moeten worden gebruikt voor de voorraden, de aankopen en de verkopen-opruimingen.

Afzondering van de producten die in de uitverkoop zullen staan

3401 Goederen in uitverkoop 60  
6490 Verliezen op goederen die worden opgeruimd 40
3400 aan Handelsgoederen   100

Aankoop van goederen die in de uitverkoop zullen worden aangeboden

6041 Aankopen goederen 60  
411 Terug te vorderen BTW 12  
44 aan Leveranciers   72

Uitverkopen

400 Handelsdebiteuren 84  
7001 aan Uitverkopen   70
451
    Te betalen BTW
  14

6. De invloed van promotiefolders

De door de groothandelaars en fabrikanten uitgegeven folders die voor een welbepaalde periode (1-2-3 maanden) een promotie-verkoopprijs opleggen, brengen geen waardevermindering op de voorraad mee.

Deze verlaging van de verkoopprijs vormt een korting die moet worden geboekt :

400 Handelsdebiteuren 50  
570 Toegekende kortingen 50  
700 aan Omzet   79
451 Te betalen BTW   21

7. vervallen producten

De houdbaarheidsdatum die op sommige producten staat is de datum na welke een product niet meer mag worden gebruikt of verbruikt.

Dit heeft voornamelijk betrekking op geneesmiddelen en op voedingsproducten.
Om de omvang hiervan te kennen is het interessant er, onmiddellijk na de terugneming van de voorraad, een inventaris van te maken die wordt gewaardeerd en geboekt:

6480 Verliezen op vervallen producten Jaarlijks percentage  
604 aan Aankopen van handelsgoederen   Jaarlijks percentage

Uit het percentage van het jaarlijkse (of periodieke) bedrag dat in de rekening 6480 wordt opgegeven op het totale bedrag van de aankopen (rekening 604) zal wellicht kunnen worden afgeleid of een meer restrictieve aankooppolitiek moet worden gevoerd.

Voorbeeld

Apotheker A maakt aan het einde van ieder kwartaal een gewaardeerde inventaris op van de vervallen producten die hij aan zijn leverancier teruggeeft ter vernietiging.

8. Aanpassing van de aanschaffingsprijs bij gebruik van de Fifo-methode

De Fifo-methode betekent first in, first out of eerst binnen, eerst buiten.

Bij deze methode gaat men ervan uit dat de voorraden buitengaan in de chronologische volgorde van wat binnenkomt, met name eerst de initiŽle voorraad, dan de eerste binnengekomen goederen, enz.

Wanneer de vennootschap voorraadfiches bijhoudt en de binnenkomende en uitgaande voorraden opvolgt met een permanente inventaris, brengt de waardering van de voorraad aan het einde van de periode op basis van de prijs van de laatst binnengekomen voorraden, geen verschil in de aankoopprijs teweeg die moet worden aangepast.

In vele ondernemingen wordt de staat echter opgemaakt op basis van een eenvoudige berekening:

Voorraad op 1.1.1999 2.000 ex. aan 66 132.000
Aankopen 100.000ex. 6.985.000
Totaal bedrag 1999 102.000 7.117.000
Voorraad op 31.12.1999 2.700 aan 74 - 199.800
Gebruik van goederen tegen J.P.6.917.200    

In de voorraad zijn er op 31 december 1999 nog 200 eenheden van de initiŽle inventaris; er wordt een niet-gerealiseerde winst ingeschreven van:

  - 200 ex. aan 66 13.200
  - 200 ex. aan 74 14.800
  te veel 1.600

Een aanpassing van de aanschaffingswaarde kan worden geboekt als volgt:

609 Voorraadwijzigingen 1600  
340 aan Voorraad handelsgoederen   1.600

Indien de omvang van deze prijsevolutie miniem is of geen belangrijke invloed heeft op het resultaat, is het niet nuttig tot zo’n analyse over te gaan.

9. Producten die sedert meer dan vijf jaar zijn aangekocht

Voor de berekening van de brutowinst die aan de fiscus moet worden voorgelegd, moet van de verkoopprijs worden afgetrokken : de aanschaffingsprijs waartegen het verkochte voorwerp werd opgenomen in de inventaris (b.v. 100 BEF) en niet de vervangingsprijs (b.v. 150 BEF wat de verkoopprijs van de voorgaande verrichting is).

Het nieuwe voorwerp dat werd aangekocht tegen 120 BEF per stuk en dat in de voorraad het verkochte voorwerp vervangt, zal in principe aan het einde van het boekjaar moeten worden geÔnventariseerd tegen de aanschaffingsprijs van 120 BEF (indien het zich op dat ogenblik nog in de voorraad bevindt) en niet tegen de prijs van 100 BEF waartegen het voorwerp dat vervangen wordt, was aangekocht.

Het spreekt echter vanzelf dat, indien de goederen die de belastingplichtige in voorraad heeft aan het einde van het beschouwde boekjaar, weer dezelfde zijn als die welke, rekening houdend met de toegepaste waarderingsmethode, afkomstig zijn van aankopen die bijvoorbeeld 5, 10 of 20 jaar geleden werden verricht. Deze goederen kunnen worden geÔnventariseerd tegen de aanschaffingsprijs betaald 5, 10 of 20 jaar geleden.

De rechtzetting van de aanschaffingsprijs wordt in dat geval als volgt geboekt:

609 Wijziging van de voorraden handelsgoederen    
340 aan Voorraden handelsgoederen    

***

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00