Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 82 - 15.09.00 - Toespraak van de heer Paul Ledent

Editie nr 82 van 15 september 2000

Toespraak van de Heer Paul Ledent, Voorzitter BIBF
ter gelegenheid van de uitreiking van de BIBF-prijzen op 7 juli 2000


samenvatting

Geachte Heer Minister,
Dames en Heren,

De Wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen is er gekomen op initiatief van de vorige Minister van Landbouw en K.M.O.’s en na overleg met de betrokken beroepsinstituten, de Hoge Raad voor het Bedrijfsrevisoraat en de Accountancy en de vertegenwoordigers van de belastingconsulenten.

Deze wet is in werking getreden op 29 juni 1999. Wat betreft de erkende boekhouders, vervangt zij het vroegere reglementeringsbesluit van 19 mei 1992.

De bedoeling van deze wetgeving was drieledig:

  1. de titel van belastingconsulent en erkend boekhouder-fiscalist (binnen ons Beroepsinstituut) te reglementeren en beschermen
  2. een verdere samenwerking tussen de bestaande instituten te promoten
  3. nieuwe toetredingsvoorwaarden in het leven te roepen voor het bekomen van de beroepstitel van erkend boekhouder en erkend boekhouder-fiscalist.

Met veel plezier kan ik U dan ook meedelen dat deze Wet zijn doel niet is voorbij gegaan.

1. De reglementering van de beroepstitel van erkend fiscalist

Dit zorgde meteen voor een naamsverandering van het instituut: het vroegere Beroepsinstituut van Boekhouders (BIB) werd omgedoopt tot "Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten" (BIBF).

Een monopolie werd niet gecreëerd, maar de beroepstitel werd evenwel onderworpen aan vastgelegde kennisvoorwaarden en aan een gevestigd deontologisch toezicht.

De ingestelde overgangsperiode voor het bekomen van de bijkomende titel van “erkend fiscalist ” is ondertussen met succes afgesloten. De titel van erkend fiscalist kon enkel toegevoegd worden aan de titel van erkend boekhouder. Om dit bekomen dienden verzoekers aan te tonen dat zij over een erkend diploma beschikken ofwel dat zij reeds beroepservaring in de fiscale werkzaamheden hadden.

In het totaal maakten 5.252 aanvragers gebruik van de overgangsperiode (lopende van 29 juni 1999 tot en met 29 december 1999 ).

Inmiddels hebben de Uitvoerende Kamers dit groot aantal dossiers verwerkt en bestudeerd met volgend resultaat:

  • 5078 aanvragen werden aanvaard
  • 38 aanvragen werden geweigerd
  • er blijven nog slechts 127 dossiers over ter behandeling

Deze hoge aanvaardingscijfers vloeien uiteraard voort uit het feit dat enkel "erkende boekhouders" de bijkomende titel van "fiscalist"konden verwerven. Het spreekt uiteraard voor zich dat zij allen over een erkend diploma en/of over de nodige fiscale ervaring beschikten.

2. Samenwerking tussen de Instituten

Om de nauwere samenwerking tussen de Instituten te bewerkstelligen, voorziet artikel 53 van de Wet van 22 april 1999 in de oprichting van een Interinstituten Comité, bestaande uit de voorzitters en ondervoorzitters van het I.B.R., het I.A.B. en het B.I.B.F.. Dit Interinstituten Comité is reeds gestart met de uitwerking van een aantal hete hangijzers :

a. Het publiciteitsvraagstuk

Er moet werk gemaakt worden van de aanpassing van de deontologische bepalingen aan de vereisten van het mededingingsrecht. De toepassing van de mededingingsregels op de vrije beroepen is in een stroomversnelling gekomen door een aantal uitspraken die het wetgevend kader verder hebben ingevuld. Zowel de Europese Commissie als het Hof van Cassatie spraken zich uit in een zaak waarin de deontologische publiciteitsvoorschriften ter discussie stonden, maar anderzijds mag de impact van het mededingingsrecht inzake publiciteitsregels niet overdreven worden.

De Instituten achten het daarom nuttig om een gemeenschappelijke richtlijn uit te vaardigen waarin de publiciteitsregels op een eenvormige en concrete manier worden toegepast.

In deze richtlijn zal er rekening gehouden worden met de nieuwe evoluties op het domein en zal er een principiële toelating tot het voeren van publiciteit worden voorzien, meer bepaald in de zin van zich kenbaar te maken aan het grote publiek. Bepaalde agressieve vormen zoals daar zijn : ronselen of individueel benaderen van cliënteel zullen worden uitgesloten.

b. De professionele samenwerkingsverbanden

Het BIBF heeft de vraag gesteld of de drie Instituten die de boekhoudkundige en fiscale beroepsbeoefenaars verenigen, niet snel werk dienen te maken van een wettelijk kader om de geïntegreerde interprofessionele vennootschap mogelijk te maken. Deze mogelijkheid is thans gecreëerd in artikel 42 van de Wet van 22 april 1999.

Gelet op de grote vraag naar dergelijke vennootschap bij de beroepsbeoefenaars wil het instituut dan ook zo snel mogelijk werk maken van een KB waarin dit wordt voorzien.

c. Overstapmogelijkheden tussen de verschillende instituten

In ditzelfde kader wordt er tevens gewerkt aan een overstapregeling voor erkende boekhouders(-fiscalisten) om accountant(-belastingconsulent) te worden zonder dat aan alle opgelegde stageverplichtingen moet voldaan worden en vice-versa.

Bovendien werd met het oog op de verdere samenwerking tussen de Instituten de vroegere Hoge Raad voor het Bedrijfsrevisoraat en de Accountancy omgedoopt tot de Hoge Raad voor de Economische Beroepen (art 54 van de wet), tot wiens taak het behoort een permanent overleg te organiseren tussen de drie verschillende Instituten.

In overleg met de Hoge Raad wordt momenteel tevens een gemeenschappelijk standpunt uitgewerkt aangaande het toepassingsgebied van de witwaswetgeving. Dit betreft voor onze leden weerom een nieuwigheid en het ligt dus zeker binnen de taak van het Instituut om onze leden te sensibiliseren en indicatieve factoren vast te stellen waardoor zij de witwaswetgeving kunnen naleven.

De boekhouder(-fiscalist) die in de uitoefening van zijn beroep werkzaamheden vaststelt waarvan hij weet dat ze verband houden met witwassen van geld of die bewijsmateriaal voor het witwassen van geld kunnen vormen, moet daarvan onmiddellijk de Cel voor Financiële Informatieverwerking op de hoogte brengen.

3. Nieuwe toetredingsvoorwaarden

De nieuwe wet heeft tevens bewerkstelligd dat het niveau van de diploma’s die toegang verlenen tot het beroep opgewaardeerd werd. Om toegelaten te worden als stagiair dient men voortaan te beschikken over een diploma van minstens drie studiejaren met een specifieke boekhoudkundige en fiscale vorming na het beëindigen van de studies middelbaar onderwijs.

Dit impliceert dat het vroeger erkende diploma “Hoger secundair technisch onderwijs van een afdeling handel of boekhouding” niet langer erkend is en bijgevolg geen toegang meer kan geven tot de stage.

De Wet voorziet tevens in de mogelijkheid om een praktisch bekwaamheidsexamen af te nemen op het einde van de stage om de kandidaat boekhouders(-fiscalisten) te evalueren over hun praktische beroepsbekwaamheid. Het programma, de voorwaarden en de examenjury worden via Koninklijk Besluit vastgesteld. Momenteel werkt het Instituut aan een ontwerptekst in overleg met het kabinet van Minister van Landbouw en de kleine en Middelgrote Ondernemingen

Eens de tekst definitief is, zullen uiteraard de nodige initiatieven genomen worden om de geïnteresseerden te informeren via onderwijsinstellingen, brochures e.d.m.

4. Permanente vorming

Ik kan niet genoeg benadrukken dat het essentieel is dat de boekhouder(-fiscalist) moet zorgen voor een perfect evenwicht tussen kennis en ervaring. We evolueren naar een economie waarin niet zozeer het kostenniveau of de technologie maar kennis, studie en intellectueel leiderschap de beslissende concurrentiefactoren worden.

Het Beroepsinstituut probeert daar alvast aan tegemoet te komen met de publicatie van een tweewekelijkse nieuwsbrief ‘Pacioli’, wetboeken, studies, handboeken, praktische en geactualiseerde commentaren …

Jaarlijks organiseert het instituut een reeks van seminaries. In het jaar 2001 worden de onderwerpen gediversifieerd en zal er meer dan 1 thema aan bod komen.

Ook de verschillende beroepsverenigingen zorgen voor een ruim aanbod en bieden onze confraters de kans om een aantal zaken terug op te frissen of te updaten en zich te vervolmaken in een aantal gespecialiseerde domeinen.

***

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00