Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 82 - 15.09.00 - Toespraak van de Heer minister J. Gabriëls

Editie nr 82 van 15 september 2000

Toespraak van de Heer Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, de Heer Jaak GABRIELS
ter gelegenheid van de uitreiking van de BIBF-prijzen op 7 juli 2000


samenvatting

Mijnheer de voorzitter,

Dames, Mijne heren ,

Rol boekhouders-fiscalisten

Het koninklijk besluit van 19 mei 1992 heeft de titel en het beroep van zelfstandig boekhouder beschermd en heeft een monopolie aan de leden van uw instituut gegeven. Met uitzondering van de bedrijfsrevisoren en de accountants, zijn de boekhoudkundige werkzaamheden aan hen voorbehouden. Dit monopolie slaat niet enkel op de boekhoudkundige geschriften en het opmaken van de jaarrekening, maar tevens de organisatie van de boekhouddiensten en de raadgevingen daaromtrent. Het beroepsinstituut en haar leden hebben dan ook een zeer belangrijke rol in het begeleiden van de K.M.O.’s vanuit het oogpunt van een gezond financieel beleid.

In eerste instantie is er nood aan professionele begeleiding van de starters. Het gebeurt nog al te vaak dat mensen die een eigen onderneming willen starten, te onbezonnen te werk gaan. In hun ambitie en hun drang om hun droom te realiseren en zich te vestigen als zelfstandige, worden voorname details vergeten en is men vaak niet voldoende ingelicht. Starters hebben nood aan deskundigen die hen adviseren over alle aspecten van het bedrijfsvoeren en die hen bovendien wegwijs maken. Hier is een voorname taak weggelegd voor de boekhouders-fiscalisten als eerste-lijn-consulent. Startende bedrijven zijn in ons land goed voor 28 % van alle nieuwe banen. Nederlands onderzoek heeft uitgewezen dat zij bovendien verantwoordelijk zijn voor 1/3de van de groei van de arbeidsproductiviteit.

Uiteraard is deskundig advies en begeleiding ook onontbeerlijk voor de ervaren ondernemer. Een bekwame boekhouder is aan de zijde van de zelfstandige ondernemer van primordiaal belang. Het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten heeft dan ook een belangrijke rol te vervullen. Het is immers het instituut dat waakt over de naleving van het stagereglement en het reglement van plichtenleer.

Uw beroep was gereglementeerd bij koninklijk besluit, reglementering die vandaag is opgenomen in een Wet, deze van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en de fiscale beroepen. Het BIB is het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten geworden en huisvest nu ook de dragers van de beroepstitel "boekhouder-fiscalist". Deze dienen te voldoen aan een hoger niveau van beroepskennis inzake fiscaliteit, een stage te volbrengen en te slagen in een praktisch bekwaamheidsexamen. Deze belangrijke uitbreiding van uw bevoegdheden is het beste bewijs van het vertrouwen van de wetgever in uw instituut, dat op het ogenblik van de inwerkingtreding van de Wet nog geen zes jaar bestond.

Bij deze wet werd eveneens een inter-institutencomité opgericht met het instituut van de accountants en de belastingconsulenten en het instituut der bedrijfsrevisoren. Dit comité is samengesteld uit de voorzitter en de ondervoorzitter van elk van deze instituten. Het comité vergadert twee maal per jaar om over alle aangelegenheden betreffende de verschillende instituten te beraadslagen. Het advies van het comité is vereist over elk ontwerp van wet of van koninklijk besluit dat raakt aan de specifieke opdrachten van de leden van de instituten. De wet bevestigt aldus het overleg dat reeds bestond tussen de personen die beroepsmatig met boekhouding en fiscaliteit bezig zijn, maar dat verder moet worden uitgebouwd. Die personen moeten steeds meer gaan samenwerken in het belang van de economie van ons land; dit echter met inachtneming van de eigenheid van elk van de instituten en in het bijzonder met die van uw instituut dat is toegespitst op de kleine en middelgrote ondernemingen en de zelfstandigen.

Aanverwante beroepen

Ook moet deze samenwerking worden uitgebreid tot aanverwante beroepen. In dit tijdperk van globalisering constateert men immers voor alle vrije en intellectuele beroepen een ontwikkeling in de zin van een multidisciplinaire dimensie. Deze evolutie moet echter wel degelijk worden omkaderd: er moet op worden toegezien dat deze ontwikkeling gebeurt met inachtneming van de deontologische voorschriften waarbij belangenconflicten worden vermeden, het beroepsgeheim wordt geëerbiedigd en geen afbreuk wordt gedaan aan de noodzakelijke onafhankelijkheid die - zoals terecht in uw reglement van plichtenleer vermeld is - kenmerkend is voor het vrije beroep.

Deze ontwikkeling is ook merkbaar op het vlak van de publiciteit, als gevolg van nieuwe trends die zich in Europa - en noodzakelijkerwijze dus ook in België (bijvoorbeeld de advocaten) - op dit punt voordoen. Nieuwe communicatietechnieken doen nieuwe vragen rijzen. We leven niet op een eiland en moeten daarmee dan ook rekening houden. Toch mogen wij onze hoofdbekommernis, nl. de kwaliteitsvolle dienstverlening aan de zelfstandige, niet uit het oog verliezen.

KMO-beleid

De zorg voor de zelfstandige en de ondernemers in dit land is een bekommernis die u en ik delen. Als Minister van Middenstand en KMO is het mijn taak toe te zien op het welzijn van de zelfstandige en de KMO’s. Zelfs wanneer maatregelen worden voorbereid bij andere departementen en Ministers, die mogelijke ook een invloed hebben op de KMO’s, grijp ik in om waar mogelijk specifieke KMO-accenten te leggen. We mogen immers niet vergeten dat KMO’s, zijnde ondernemingen met minder dan 50 werknemers, meer dan 97% van de Belgische ondernemingen uitmaken. Nog al te vaak zijn echter de grote ondernemingen de maatstaf voor het beleid.

Mijn leidraad hierin is dat de overheid zich moet onthouden van het opleggen of voorstellen van maatregelen, plichtplegingen en kosten die ontmoedigend werken voor de ondernemers en de zin voor initiatief zouden beknotten. Bestaande barrières moeten daar waar mogelijk worden weggewerkt.

Administratieve vereenvoudiging

Het administratieve kluwen, een spinnenweb dat door jaren van overreglementering een bron van ergernis en belangrijke tijdsbesteding is geworden van elke ondernemer, moet grondig en structureel vereenvoudigd worden. Een ondernemer kan beter zijn tijd gebruiken om zijn bedrijf te runnen, dan dat hij zich moet bezighouden met het doorworstelen van allerlei nutteloze en repetitieve formaliteiten.

Het summum voor de ondernemingen is uiteraard het realiseren van een uniek (virtueel) loket waar alle mogelijke formaliteiten gecentraliseerd worden. Er wordt al lang om gevraagd en deze regering heeft zich geëngageerd in het regeerakkoord hier eindelijk werk van te maken. Ze heeft een regeringscommissaris voor administratieve vereenvoudiging, Mevr. Anne-André LEONARD, belast met deze omvangrijke taak.

In afwachting van dit loket, werkt mijn kabinet op dit ogenblik aan een ontwerp van Koninklijk Besluit tot invoering van een KMO-impactfiche. Dit zal de verplichting meebrengen voor elke Minister in de federale overheid om - telkens als men nieuwe maatregelen, reglementen of controles wil invoeren die een administratieve impact kunnen hebben voor de KMO - op voorhand een soort effectenrapport op te maken die het dossier bij de beslissing in de Ministerraad moet vergezellen. Zodoende worden op voorhand mogelijke kwalijke effecten inzake administratieve overlast in kaart gebracht en zo mogelijk vermeden.

Omgevingsfactoren

Ook de andere omgevingsfactoren moeten geoptimaliseerd worden. De vermindering van de loonlasten was één van de eerste voornemens die de nieuwe Regering in effectieve maatregelen heeft omgezet. De patronale lasten - die de voornaamste oorzaak vormen van de veel te hoge loonlasten in ons land, en die op die manier de voornaamste rem waren op het scheppen van nieuwe banen ondanks een goede economische conjunctuur - zijn sedert 1 april 2000 met gemiddeld 32.000 BEF per werknemer en per jaar verminderd. Aldus heeft deze Regering de inspanningen ter zake, in vergelijking met de zwakke aanzet die de vorige regering had gegeven, méér dan verdubbeld. Het gemiddelde bedrag moet volgend jaar trouwens nog eens opklimmen tot 64.000 BEF, als blijkt dat de maatregel voldoende positieve effecten heeft geressorteerd op de tewerkstelling.

De verbetering van het sociaal statuut van de zelfstandigen is een maatregel waarvoor ik hard heb moeten strijden. De wijzigingen die werden goedgekeurd door de Ministerraad, worden op dit ogenblik in wetteksten en besluiten gegoten om ze zo snel mogelijk ingang te laten vinden. Met dit pakket van maatregelen wordt er na 20 jaar eindelijk werk gemaakt van een aantal grove discriminaties tussen het statuut van werknemers en zelfstandigen, die al die tijd lagen te bestoffen op de plank van de politieke besluitvorming. Het kindergeld voor het eerste of enige kind werd verhoogd met 600 BEF en er werden tal van verbeteringen aangebracht op vlak van de ziekte- en invaliditeitsverzekering. De faillissementsverzekering die tot nu toe bijna niet toegepast wordt, zal aangepast worden aan de werkelijke noden en behoeften.

De Regering heeft een werkgroep van leidende ambtenaren, academici en sociale partners aangesteld, die onder leiding van Professor Bea Cantillon de mogelijkheden zal onderzoeken naar een hervorming van de basisorganisatie van de sociale zekerheid, en o.m. naar een convergentie van de stelsels van werknemers en zelfstandigen.

Besluit

Ik weet dat de bekommernis voor de zelfstandigen prioritair is voor uw instituut en dat hoort ook zo. Dat wordt vandaag nogmaals bewezen met de uitreiking van de BIBF-prijzen. U kunt verder blijven rekenen op mijn steun bij de uitoefening van uw taak die erin bestaat, in het belang van de in ons land actieve zelfstandigen en KMO’s, toe te zien op de bekwaamheid en de ernst van onze boekhouders en fiscalisten.

***

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
Navigatie
  • TERUG