Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 80 - 15.07.00 - BTW teruggave

Editie nr 80 van 15 juli 2000

BTW-teruggave in geval van verlies van schuldvordering

1. Begrippen

Artikel 77, paragraaf 1, 7° van het BTW-Wetboek bepaalt dat de belasting op een levering van goederen of een dienstverrichting, vergoed wordt voor het vereiste bedrag in geval van volledig of gedeeltelijk verlies van de schuldvordering.

Die bepaling slaat op de volgende chronologische situatie:

  • een belastingplichtige belastinginner verricht een uitgaande dienst die onderworpen is aan de Belgische BTW;
  • de aldus verschuldigde BTW wordt door die belastingplichtige aan de Staat betaald;
  • de klant betaalt de prijs van die verrichting niet (volledig of gedeeltelijk);
  • de belastingplichtige wendt alle rechtsmiddelen aan om de betaling te bekomen;
  • het verlies van de vordering wordt een feit;
  • de belastingplichtige belastinginner vraagt de teruggave van de aanvankelijk betaalde belasting.

2. Het begrip "oninbare vordering"

De teruggave is voorzien in alle gevallen waarin de leverancier van het goed of de verrichter van de dienst op een zekere wijze bewijst dat hij noch gedeeltelijk noch volledig zal betaald worden.

De vraag op welk ogenblik het verlies als vaststaand kan beschouwd worden, hangt af van de feitelijke omstandigheden eigen aan elk geval.

In de praktijk betwist de administratie niet dat zulks het geval is wanneer de schuldeiser in staat is om via alle rechtsmiddelen en feitelijke middelen te bewijzen dat zijn vordering werkelijk oninbaar is.

Men dient een onderscheid te maken tussen twijfelachtige vorderingen en oninbare vorderingen. De eerste impliceren een twijfel met betrekking tot de vordering. De tweede zijn verloren vorderingen. Alleen de oninbare vorderingen geven recht op een BTW-teruggave.

3. Faillissement

In geval van een faillissement kan het verlies normaliter pas beschouwd worden als vaststaand op het ogenblik van het vonnis van afsluiting van de faillissementsverrichtingen.

Wanneer de schuldeiser evenwel in het bezit is van een attest van de curator waarin, voor de vorderingen opgenomen in de aanvraag, het bedrag wordt gepreciseerd dat met zekerheid kan beschouwd worden als "niet langer recupereerbaar", kan het verlies ten belope van dat bedrag, beschouwd worden als vaststaand op het ogenblik van het uitreiken van dat attest.

In geval van een faillissement dient de schuldeiser die de teruggave in kwestie vraagt, geen creditnota op te maken noch uit te reiken (cf. gerechtelijk akkoord onder 4.).

4. Gerechtelijk akkoord

De huidige wet met betrekking tot het gerechtelijk akkoord voorziet de uitwerking van een herstelplan door de schuldenaar.

Deze omvat de te nemen maatregelen om de schuldeisers schadeloos te stellen. Ze duidt namelijk de betalingstermijnen aan evenals de voorgestelde verminderingen van de vorderingen.

Na goedkeuring van de definitieve opschorting door de rechtbank, wordt de schuldenaar door de volledige uitvoering van het plan totaal en definitief bevrijd voor alle daarin vermelde schuldvorderingen.

De vermindering van schuldvordering vormt voor de schuldeiser in het akkoord waarop die van toepassing is, een verlies van schuldvordering dat aanleiding kan geven tot de teruggave in kwestie.

De datum van het vonnis waardoor de rechtbank de volledige uitvoering van het herstelplan vaststelt, kan beschouwd worden als bevestiging van het verlies van schuldvordering.

Het is slechts op dat ogenblik dat de belasting, geheven op de aanvankelijke verrichting, teruggeven kan worden ten bedrage van de vermindering.

In tegenstelling tot hetgeen voorzien is in geval van een faillissement (cf. 3 hierboven), dient de schuldeiser een creditnota op te maken.

De schuldenaar in het akkoord is op zijn beurt verplicht om aan de Staat de belasting terug te betalen waarvan zijn schuldeiser de terugbetaling bekomt, op voorwaarde dat hij aanvankelijk geopteerd had voor de aftrek van die BTW.

5. Taxatie van de winstmarge

Voor de tweedehandsgoederen is de BTW, met inachtneming van alle voorwaarden, verschuldigd op de winstmarge. Die wordt bepaald door het verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs.

Bij de aanvang van het jaar (aangifte van het eerste kwartaal of aangifte van de verrichtingen van de maand januari), wordt de stock aan het begin van het jaar evenwel gevoegd bij de aankopen voor de bepaling van de winstmarge.

Aan het einde van het jaar (aangifte van het vierde kwartaal of aangifte van de verrichtingen van de maand december), is de jaarlijkse marge gebaseerd op de verkoop en de aankoop afkomstig van de twaalf maanden van het jaar, rekening houdend met de variatie van de stock.

Wanneer een belastingplichtige het taxatiestelsel van de winstmarge toepast en hij een verlies van schuldvordering registreert, kan men zich de vraag stellen of de voornoemde teruggave van de BTW mogelijk was.

Omwille van het bijzondere karakter van het systeem, en rekening houdend met het feit dat in de regel de winstmarge wordt bepaald op basis van de totale waarden per maand, per kwartaal of per jaar, kan geen enkele teruggave van de BTW vervat in het verlies van schuldvordering gevraagd worden.

6. Opmaken van creditnota’s in geval van niet-betaling

Wanneer een belastingplichtige ernstige moeilijkheden ondervindt om de betaling van de hem verschuldigde bedragen te bekomen, gebeurt het dat deze ambtshalve creditnota’s opmaakt om zijn vordering te annuleren. Vervolgens vraagt hij de teruggave van de BTW die de aldus gecrediteerde schuld bezwaart.

Dat is geen correcte werkwijze.
Enerzijds druist de annulering van de schuldvordering door het opmaken van een creditnota in tegen de wetgeving.
Anderzijds kan de belastingplichtige geen enkele teruggave eisen op basis van de opgemaakte creditnota. Hij is immers verplicht om te bewijzen dat de schuldvordering oninbaar is. Daartoe dient hij, in principe, alle wettelijke rechtsmiddelen tegen zijn schuldenaar te hebben aangewend.

Bovendien kan de belastingplichtige de verrichting niet annuleren door het opmaken van een creditnota, zelfs al zouden alle bewijzen van het oninbare karakter van de schuldvordering zijn aangebracht.

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
Navigatie
  • TERUG