Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 79 - 30.06.00 - Bepaling van de winstmarge

Editie nr 79 van 30 juni 2000

Stelstel van de bepaling van de winstmarge: periodieke aangifte van de BTW

Sinds 1999 moeten BTW-plichtigen een nieuw formulier gebruiken voor de periodieke aangifte van de BTW.

Bij het invullen van dit formulier - wanneer zij handelingen moeten aangeven die onder het winstmargestelsel vallen - blijken in de praktijk enkele onduidelijkheden op te duiken. Sinds 1999 komen die handelingen inderdaad op een andere manier terecht in de vakjes van de BTW-aangifte.

Hieronder staat uitgelegd hoe men het formulier correct invult.

1. Gegevens

stock op 01.01.99

110.000 BEF

 

stock op 31.12.99

70.000 BEF

 

jaar 1999

aankoop

verkoop

Eerste kwartaal

100.000 BEF

190.000 BEF

Tweede kwartaal

200.000 BEF

290.000 BEF

Derde kwartaal

300.000 BEF

390.000 BEF

Vierde kwartaal

400.000 BEF

200.000 BEF

Totaal

1.000.000 BEF

1.070.000 BEF

2. Oplossingen

2.1. Eerste kwartaal

2.1.1. Bepaling van de marge in het begin van het jaar

Verkoop - (Aankoop + Stock 01.01.99)= Marge (±)
190 000 - (100 000 + 110 000) = -20 000

2.1.2. In te vullen vakken

    00 : blanco
    03 : blanco
    54 : blanco
    81 : 100.000

2.2. Tweede kwartaal

2.2.1. Bepaling van de marge in de loop van het jaar

Verkoop - (Aankoop + Overgedragen negatieve marge) = Marge (±)
290.000 - (200.000 + 20.000) = +70.000

2.2.2. In te vullen vakken

    00 : blanco
    03 : 57.851
    54 :12.149
    81 : 200.000

2.3. Derde kwartaal

2.3.1. Bepaling van de marge in de loop van het jaar

Verkoop - (Aankoop + Overgedragen negatieve marge) = Marge (±)
390.000 - (300.000 + 0) = +90.000

2.3.2. In te vullen vakken

    00 : blanco
    03 : 74.380
    54 :15.620
    81 : 300.000

2.4. Vierde kwartaal

2.4.1. Bepaling van de marge op het einde van het jaar

Verkoop van heel het jaar 1999 = 1.070.000 BEF
min (Aankopen jaar + Stock 01.01 - Stock 31.12)
(1.000 000 + 110.000 - 70.000 = 1.040.000)
min (Reeds aangegeven positieve marge = vakken 03 + 54)
(2de kwartaal: 70.000 + 3de kwartaal: 90.000 = 160.000) = Marge (±) van het 4de kwartaal = - 130 000

2.4.2. In te vullen vakken

    00 : Uitgegane aankopen - niet-overdraagbare neg. Marge (1.040.000 - 130.000 = 910.000)
    03 : blanco
    54 : blanco
    81 : 400.000

3. Opmerkingen

3.1. Maandelijkse aangiften

Wanneer de aangever maandelijkse aangiften moet indienen, worden de vakken volgens dezelfde voorwaarden ingevuld, met dien verstande dat de marge bij het begin van het jaar (zie punt 2.1.1.) gebaseerd is op de verkoop van januari en de aankopen van dezelfde periode. Bij die aankopen komt ook de stock op 1 januari.

3.2. Negatieve marge op het einde van het jaar

Indien de marge op het einde van het jaar negatief is, mag die absoluut niet naar het jaar 2000 worden overgedragen. Die marge is met andere woorden "verloren".

3.3. Het gebruik van vak 00

3.3.1. Bepaling van de marge door aankoop en verkoop in hun geheel te bekijken

Sinds 1999 wordt het vak 00 normaal gesproken niet meer ingevuld, noch bij het begin, noch in de loop van het jaar. Enkel de aangifte over het laatste kwartaal van het jaar of over de maand december bevat het vak 00, afhankelijk van hoe regelmatig de belastingplichtige een BTW-aangifte moet indienen. In dat vak komen de uitgegane aankopen (aankopen van het jaar + stock 01.01 - stock 31.12) min de negatieve marge, als die vervalt (zie punt 2.4.2.).

Die werkwijze veronderstelt dat men de winstmarge bepaalt door aankoop en verkoop in hun geheel te bekijken.

3.3.2. Bepaling van de marge levering per levering

Als de winstmarge echter goed per goed bepaald wordt (bij elke afzonderlijke verkoop), moet de waarde van de verkochte aankopen vermeld staan in het vak 00 van elke periodieke aangifte.

Voorbeeld

Aankopen van de periode : 3 goederen van elk 10.000 BEF
Verkopen van de periode : 1 van die 3 goederen voor 15.000 BEF
Marge : 15.000 - 10.000 = 5.000 BEF
Uitgegane aankopen : 10.000 BEF

In te vullen vakken :

    00 = 10.000
    03 = 4.132
    54 = 868
    81 = 30.000

3.4. Reconstructie van de omzet mét BTW

eerste kwartaal

(03 + 54)

nihil

tweede kwartaal

(03 + 54)

70.000

derde kwartaal

(03 + 54)

90.000

vierde kwartaal

(03 + 54 + 00)

910.000

Totaal

 

1.070.000

Voor de omzet zonder BTW geldt dezelfde berekening maar dan zonder de vakken 54 van het tweede en derde kwartaal: 1.070.000 - (12.149 + 15.520) = 1.042.231.

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00