Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 79 - 30.06.00 - neerlegging van de jaarrekening - een verplichting

Editie nr 79 van 30 juni 2000

Neerlegging van de jaarrekening : een niet te verwaarlozen verplichting van het bestuursorgaan!

    Auteur:
    Bart Verschelden

Het - vooral in het verleden - veel voorkomende wanbedrijf van niet-neerlegging van de jaarrekening krijgt momenteel veel aandacht. Er wordt paal en perk gesteld aan het verzuimen van deze belangrijke plicht die elk bestuursorgaan binnen een vennootschap heeft. De opvolging is streng, de sancties navenant. Redenen genoeg dus om deze bestuursdaad niet te verwaarlozen.

Feiten

We kunnen het niet ontkennen: tot voor kort had het niet-neerleggen of niet tijdig neerleggen van de jaarrekening weinig of geen gevolgen. Noch burgerrechtelijk, noch strafrechtelijk. De bestuursorganen die er weinig nut in zagen hun jaarrekening neer te leggen en dan ook snel doorhadden dat er geen haan naar kraaide, lagen niet wakker van de deadline.

Toch is de wet hier reeds lang zeer duidelijk over.

Het bestuursorgaan van de vennootschap moet elk jaar de inventaris en de jaarrekening opmaken. Zij dient die jaarrekening ter goedkeuring aan de algemene vergadering voor te leggen ter gelegenheid van de statutaire jaarvergadering. Ten laatste 30 dagen na de goedkeuring door de algemene vergadering dient het bestuursorgaan deze jaarrekening neer te leggen bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België.

Toch verzuimt menig bestuursorgaan aan het volgen van deze richtlijnen. Onder andere bij gebrek aan een consequent opvolgings- en sanctioneringbeleid.

Welke sancties bestaan er ?

Er bestaan verschillende sancties op het niet-nakomen van de neerleggingsverplichting. We onderscheiden volgende vier niveaus.

1. Strafrechtelijk

De bestuurders, zaakvoerders of vereffenaars van de ondernemingen die in België gevestigd zijn en de vertegenwoordigers in België van buitenlandse ondernemingen die hier een bijkantoor of een centrum van werkzaamheden hebben, kunnen worden gestraft met een geldboete van 247,9 tot 49.579 EUR (= 10.000 tot 2.000.000 BEF).
Erger nog : het kan zelfs tot een gevangenisstraf van één maand tot één jaar komen indien blijkt dat voormelde voorschriften met bedrieglijk opzet werden overtreden.

2. Burgerrechtelijk

Behoudens tegenbewijs wordt de door derden geleden schade aanzien als voortvloeiend uit voornoemd verzuim. Dit betekent concreet dat het bestuursorgaan het tegendeel moet bewijzen. Kan zij niet aantonen dat de geleden schade niets te maken heeft met de niet-voorlegging of de niet-neerlegging van de jaarrekening, dan zal zij de schade moeten vergoeden.

Dit vermoeden van aansprakelijkheid is nieuw sinds 1996 en heeft het aantal schadeclaims doen stijgen. Voordien was het aan de schuldeiser om aan te tonen dat er een oorzakelijk verband bestond tussen het niet-neerleggen van de jaarrekening en zijn geleden schade.

3. Gerechtelijke ontbinding

Op vraag van iedere belanghebbende (b.v. een minderheidsaandeelhouder) of van het openbaar ministerie en behoudens regularisatie van de toestand in de loop van het geding, kan de rechtbank de ontbinding van een vennootschap uitspreken als die vennootschap voor drie opeenvolgende boekjaren geen algemene vergadering heeft gehouden of haar jaarrekening niet heeft neergelegd (art. 177sexies , Vennootschappenwet).

4. Fiscale sanctie

Er kunnen fiscale boetes worden opgelegd, gaande van 24,79 tot 247,9 EUR (= 1 000 tot 10 000 BEF) per maand vertraging.

Deze sancties zijn niet nieuw. Ze werden in het verleden jammer genoeg té weinig toegepast. De parketten hebben in het verleden geen consequent vervolgingsbeleid gevoerd en hebben te late neerleggingen steeds door de vingers gezien.

Ook al waren er al die tijd voldoende middelen voor handen om het verzuim snel op te sporen.

Wie is bevoegd ?

Het is de Balanscentrale van de Nationale Bank van België die het meest met de neerlegging van de jaarrekening wordt vereenzelvigd. Vaak wordt dan ook de laksheid van opvolging in haar schoenen geschoven. Ten onrechte.

De Balanscentrale heeft immers enkel tot taak de jaarrekeningen van de publicatieplichtige ondernemingen in te zamelen en te verspreiden. De Balanscentrale heeft niet de bevoegdheid om overtredingen op te sporen of de voorziene sancties toe te passen. Daarvoor bestaan andere organen.

Strafrechtelijke sancties behoren tot de bevoegdheid van de gerechtelijke instanties. Indien de jaarrekening niet of laattijdig wordt neergelegd, moeten eventuele klachten worden gericht aan de Procureur des Konings bij de Rechtbank van Eerste Aanleg in wiens rechtsgebied de vennootschap haar maatschappelijke zetel heeft.

Het is de Rechtbank van Koophandel van hetzelfde gerechtelijk arrondissement die bevoegd is om de onderneming in kwestie gerechtelijk te ontbinden. De fiscale sanctie kan enkel door de Administratie van Registratie en Domeinen van het Ministerie van Financiën worden toegepast.

De realiteit

Het valt nog steeds te betreuren dat er heel wat bestuursorganen zijn die de wet naast zich neerleggen. Hierdoor wagen ze zich op het terrein van de concurrentievervalsing. De jaarrekening heeft in eerste instantie immers een informatieve bedoeling. Ze verstrekt informatie omtrent het getrouw en juist beeld van de onderneming, teneinde belanghebbende derden te beschermen.

Er is echter ook een positieve noot. Cijfermateriaal toont een opwaartse kentering. Meer en meer vennootschappen leggen hun jaarrekening op tijd neer.

De parketten voeren een strenger beleid in vergelijking met vroeger. Vennootschappen in overtreding worden hard aangepakt. Vennootschappen die gedurende drie jaren hun jaarrekening te laat hebben neergelegd worden onmiddellijk gedagvaard voor de Rechtbank van Koophandel met het oog op een eventuele gerechtelijke ontbinding. Vennootschappen die te laat zijn, worden strafrechtelijk gepenaliseerd en aangemaand om hun situatie zo snel mogelijk te regulariseren.

Zo werd via het Brusselse parket maar liefst 16 miljoen Belgische frank aan strafrechtelijke dading geïnd, wat ongetwijfeld het resultaat is van een betere opvolging.

Onthouden maar

Het neerleggen van de jaarrekening werd lang als een administratieve formaliteit aanzien. Gebeurde dit iets te laat, dan kwam het zelden voor dat hierop werd gereageerd. Bestuurders die hun taak ter harte namen, kwamen bedrogen uit. Zij gaven immers hun financiële informatie vrij aan concurrenten die dat helemaal niet deden en hun jaarrekening "vergaten" neer te leggen.

Een strenge beteugeling enerzijds en de algemene intrede van het principe van het behoorlijk bestuur anderzijds hebben het tij doen keren.

Het neerleggen van de jaarrekening en het daardoor op een tijdige wijze algemene informatie verstrekken aan de buitenwereld, wordt opnieuw au sérieux genomen en dat kan elke bedrijfsleider, die het goed voor heeft met onze economie, maar blij stemmen.

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
Navigatie
  • TERUG