Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 77 - 31.06.00 - Voorafbetalingen: verhoging vermijden

Editie van 31 mei 2000

Voorafbetalingen: verhoging vermijden
10 april en 10 juli zijn de belangrijkste data

    Auteur:
    Jos HAUSTRAETE
    lid Nationale Raad

1. Bestaansreden mechanisme

Het lijkt logisch dat een intrest te betalen is als de belasting pas na het jaar Y, waarin het inkomen effectief wordt gerealiseerd, moet worden betaald.

In Belgi wordt deze problematiek als volgt opgelost: elke zelfstandige inclusief de bedrijfsleiders hoewel op hun bezoldiging bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden en elke vennootschap krijgen steeds een verhoging, berekend over de belasting die verschuldigd is op het zelfstandig inkomen.

Deze verhoging kan door de belastingplichtige weggewerkt worden door vooraf te betalen. Hiervoor zijn er slechts vier data: 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december. Wordt er n dag te laat betaald, dan geeft men een renteloos krediet van een kwartaal aan de Schatkist.

In Nederland daarentegen moet men de belasting reeds betalen in het jaar Y en dit op basis van de verschuldigde belasting voor het jaar "Y-1". Een dergelijk systeem is ergens vergelijkbaar met het Belgische betaalsysteem bij B.T.W.-kwartaalaangiften. Betaalt de Nederlandse bedrijfsleider te weinig, dan volgt er geen enkele sanctie. Wordt er daarentegen teveel betaald, dan betaalt de Nederlandse Schatkist een intrest aan het betrokken bedrijf. Het is ook mogelijk af te wijken van dit betaalplan indien er een motivatie kan worden gebracht. In Duitsland bestaat er een vergelijkbaar systeem: betaling op basis van het verleden zonder sanctionering achteraf. Conclusie

De systemen in onze buurlanden staan in schril contrast met het Belgische: een rechtszeker stelsel zonder enige sanctie t.o.v. een ongeziene extra belasting en een rechtsonzeker regime in Belgi. Vooral voor de consulenten is het belangrijk dat zij geen zinloze tijd moeten spenderen aan de opvolging van de voorafbetaling in de loop van het jaar Y en ook in Y+1.

Het Belgische B.T.W.-regime werkt inzake B.T.W.-kwartaalaangiften perfect. Bij seizoengevoelige bedrijven worden de kwartalen, waarin moet betaald worden zonder dat er B.T.W. wordt ontvangen, gecompenseerd door kwartalen waarin er niet moet betaald worden terwijl er wel B.T.W. wordt ontvangen.

2. De kostprijs

2.1. Netto

De volgende percentages zijn bekend:

Inkomstenjaar

VA 1

VA 2

VA 3

VA 4

Gemiddelde

1994

24,00

20,00

16,00

12,00

18,00

1995

21,00

17,50

14,00

10,50

15,75

1996

15,00

12,50

10,00

7,50

11,25

1997

12,00

10,00

8,00

8,00

9,00

1998

12,00

10,00

8,00

6,00

9,00

1999

12,00

10,00

8,00

6,00

9,00

2000

12,00

10,00

8,00

6,00

9,00

De algemene formule luidt:

(VA1 * 12 %) + (VA2 * 10 %) + (VA3 * 8 %) + (VA4 * 6 %) - (VA * 9%) = 0

Behalve voor vennootschappen wordt de gemiddelde verhoging alsmede de voorafbetalingen beperkt tot 90 % (cf. infra) . De bonificatie blijft evenwel behouden op 100% m.a.w. 4,5% voor inkomsten 2000.

In het vervolg van de tekst rekenen wij met de percentages voor het jaar 2000 doch alle geciteerde principes blijven identiek behouden. Wij nemen ook aan dat wij menen 1.000 BEF belastingen verschuldigd te zullen zijn. In de praktijk lukt het evenwel zelden dat er juist gegokt wordt. Het is ook evident dat alle data aan te passen zijn in functie van de afsluitingsdatum indien deze zich niet op 31 december situeert.

2.2. In rele m.a.w. bruto-termen

De intrest, nl. de verhoging wegens onvoldoende voorafbetaling, is evenwel niet als beroepskost aftrekbaar. In die zin is het een netto-uitgave d.w.z. zij moet betaald worden met reeds belaste inkomsten. Bij een reel marginaal belastingtarief van 60 % (vb. niet-vennootschappen) betekent dit dat een intrest van 8,10 % (nl. 9 * 90 %) eigenlijk 20,25% (8,10% * 100/40) bedraagt en bij een marginaal tarief van 40 % (vb. vennootschappen) wordt geen 9 % doch wel 15,00 % intrest betaald. Indien gemiddeld na 15 maanden de belasting betaald wordt, is de werkelijke intrest nog steeds: 16,20 % en 12 %. Is dit een woekerintrest of is dit dan een extra-belasting? Beide zijn niet goed te praten maar wel een sinds jaren bestaande realiteit.

Tot de wet van 8 maart 1951 gaf men het kind, vandaag de verhoging wegens onvoldoende voorafbetaling genaamd, de juiste naam: de bedrijven betaalden inderdaad destijds een verhoogde belasting van 10 % wegens handelswinst. Destijds bestonden er dus twee verschillende baremas. Ons inziens bestaat deze discriminatie vandaag nog steeds maar zij is beter verpakt als een onzichtbare extra belasting.

3. Sancties

De minste afwijking wordt zwaar gesanctioneerd: wordt te weinig en/of op de foutieve momenten betaald, dan geldt de geciteerde buitensporige rente. Wordt er daarentegen teveel betaald, dan is de situatie eigenlijk nog erger: de belastingplichtige geeft een renteloos krediet aan de Schatkist van veelal gemiddeld 24 maanden !

Teveel terugvragen of overboeken is uiteindelijk een hele ramp: alhoewel er wel degelijk werd voorafbetaald, wordt achteraf de volle intrest aangerekend, alsof er nooit iets werd betaald !

Zowel de bedrijven als de eerstelijnsconsulenten spenderen permanent nutteloos energie aan de opvolging en bijsturing van de voorafbetalingen om de hoge sancties te vermijden. Veelal moet er zelfs in de glazen bol van Madame Soleil gekeken worden: wie kan het resultaat voorspellen van een winkel in speelgoed, van een vastgoedmakelaar ... waarvan het niet uitgesloten is dat het resultaat pas in de laatste maand van het boekjaar wordt gerealiseerd. Bovendien verschenen in het verleden tal van fiscale maatregelen pas nadat het boekjaar was verstreken. Het voorafbetalen is in die zin frequent een ware gok.

Er zijn slechts vier data inzake voorafbetaling. Geschiedt een betaling n dag te laat, dan is er terug een renteloos krediet van drie maanden. Is dit geen fiscale spitstechnologie van de fiscale wetgever in een tijd waarin intresten berekend worden om de minuut? Alhoewel vandaag quasi alle consulenten georganiseerd zijn binnen een Instituut alwaar deontologische regels gelden - wordt door de betrokken dienst toch om een gelegaliseerde volmacht gevraagd van zodra een voorafbetaling geheel of gedeeltelijk wordt teruggevraagd. Op die manier stapelen de dagen renteloos krediet zich inderdaad steeds verder op. Het is m.a.w. aan te bevelen dat dergelijke briefwisseling door de bedrijfsleider zelf wordt ondertekend.

De belastingplichtige heeft daarentegen maar n voordeel: hij kan hij moet dus niet voorafbetalen. Hij betaalt evenwel een zware prijs voor deze mogelijkheid. Waarom deze faciliteit niet prijsgeven en iedereen gelijk behandelen: er moet betaald worden en achteraf volgt de afrekening.

4. De bonificatie

Ervoor zorgen dat de creditintrest groter is dan de debetintrest ware uitermate interessant: zowel de grootte van de intrest als de niet-belastbaarheid zou ervoor zorgen dat men een rendement van 16,20 % of 12 % netto vandaag zou realiseren. Deze "belegging" is totaal uitgesloten voor vennootschappen. Voor particulieren daarentegen wordt er een bonificatie nl. een creditintrest, gelijk aan de helft van de principile verhoging m.a.w. 4,5 % voor inkomsten 1997 tot 2000 toegekend voor het bedrag van de voorafbetaling dat hoger is dan de som, die nodig is om de verhoging weg te werken. Wegens het interessante rendement is het ook hier uitgesloten in de voorafbetalingen te beleggen: deze bonificatie geldt slechts tot het bedrag van de effectief verschuldigde belasting. Ter info: indien een bonificatie kan worden genoten, is de voorafbetaling voorzover deze exact zou bekend zijn, hetgeen een utopie is te verminderen met deze bonificatie.

5. Conclusies:

- Alle niet-zelfstandigen genieten van deze bonificatie indien er voorafbetaald wordt. Gezien voor grensarbeiders geen frank bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden, wordt hun belasting met 4,5 % verminderd indien zij hun belasting integraal voorafbetalen ! Dit is n van de discriminatoire gevolgen van het feit dat het stelsel van de verhoging wegens onvoldoende voorafbetaling niet voor alle Belgen geldt.

- Voor zelfstandigen geldt de bonificatie slechts voor een deel van de voorafbetaling.

Een voorbeeld illustreert dit best:
er wordt 1.000 BEF voorafbetaald op 9 april 2000:

  • principile verhoging: 1.000 * 9% * 90% = 81
  • credit-intrest: VA 1: 750 * 12% * 90% = - 81
  • verhoging = 0

Via het eerste gedeelte ten bedrage van 750 BEF wordt de verhoging geannuleerd. De rest, nl. 250, geeft recht op een bonificatie: 250 * 4,5 % = 11,25 BEF.

Worden de punten op de puntloze is gezet, dan wordt best voorafbetaald: 1.000 - 11,25 = 990. In de praktijk is de geciteerde 1.000 BEF veelal een groot vraagteken.

- Gezien vennootschappen niet kunnen genieten van de bonificatie is het voor hen aangewezen uiterlijk op 10 april slechts 75 % van het vermoedelijk bedrag als voorafbetaling te storten. Achteraf kan een aanpassing relatief vlot geschieden (cfr. infra).

6. Quid met de B.V. en de voorafbetaling van bedrijfsleiders

Ondanks dat voor bedrijfsleiders bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden gelden de regels van de voorafbetaling ook voor hen. Ook hier zien wij ongeziene extra belastingen ontstaan gezien de ingehouden B.V. meestal niet overeenstemt met de uiteindelijk verschuldigde belasting. Om die reden wordt er aanbevolen om per einde december voor deze bedrijfsleiders een berekening te maken en eventueel extra bedrijfsvoorheffing te storten of uiterlijk op 20 december vooraf te betalen. Dit laatste geeft evenwel slechts een rendement van 5,4 % terwijl de ingehouden bedrijfsvoorheffing 8,10 % corrigeert.

7. Suggesties ter oplossing voor de wetgever:

7.1. De Belgische belastingplichtige zelfstandige heeft maar n voordeel: hij kan hij "moet" dus niet voorafbetalen. Hij betaalt evenwel een zware prijs zowel in centen als in energie voor deze mogelijkheid. Waarom die faciliteit niet prijsgeven en iedereen gelijk behandelen ? In het Nederlandse en Duitse model moet iedereen betalen doch er zijn geen sancties en er is rechtszekerheid. Zowel voor de bedrijven als voor de consulenten vervalt hopeloos opvolgingswerk alsmede de onmogelijkheid om uiterlijk begin april de exacte belasting over inkomsten Y-1 te berekenen en in de glazen bol te zien tegen 10 april voor de inkomsten van het lopende jaar Y !

7.2. Er is een tweede mogelijkheid: confronteer alle Belgen eens met de allesbehalve aantrekkelijke formule. Tot vandaag gaan werknemers 100 % vrijuit: er is honderd procent zekerheid en geen enkele sanctie indien achteraf moet bijbetaald worden. Het grensarbeiderstatuut is terzake een schoolvoorbeeld van fiscale luxe.

7.3. De berekening zou op zijn minst moeten gebeuren van dag tot dag i.p.v. elke drie maanden. Alleen de Belgische dienst van de voorafbetalingen slaagt er blijkbaar niet in zich te organiseren op een manier zoals dit reeds jaren bij de financile instellingen het geval is. Vandaag zou het best mogelijk moeten zijn voor alle belastingplichtigen de intrest uit te rekenen in de veronderstelling bijvoorbeeld dat de belasting voor iedereen verschuldigd is op 30 juni van het inkomstenjaar. Alle betalingen ervr geven recht op een credit-intrest en alle betalingen na 30 juni doen een debetintrest ontstaan.

8. Wijziging voorafbetaling

Gezien de voorafbetaling geen verplichting maar een mogelijkheid is, kan de belastingplichtige de bestemming ervan wijzigen te allen tijde zolang het rekeninguittreksel niet werd verzonden. Stort men op 9 april vb. 1.000.000 BEF vooraf en is er een tegenslag (vb. ongeval in juli), dan kan men reeds in juli 2000 de voorafbetaling op 9 april 2000 geheel of gedeeltelijk terugvragen. De fiscale wet voorziet evenwel slechts in het volgende: binnen de twee maanden na het boekjaar kan de belastingplichtige de bestemming van een voorafbetaling wijzigen zonder dat die termijn korter mag zijn dan n maand na verzending van het rekeninguittreksel van de voorafbetalingen. Nog nooit is de dienst van de voorafbetalingen erin geslaagd reeds in januari de uittreksels te versturen. Vanaf dit jaar is hier gelukkig enige verandering in gekomen: de verzendingsdatum voor dit jaar is 6 maart 2000. Dit betekent dat uiterlijk op 6 april 2000 de wijziging van de bestemming van de voorafbetaling moet aangevraagd zijn.

9. De vergissingsmarge t.o.v. aanpassingsmarge

De wetgever realiseerde zich ooit dat het bijzonder moeilijk is om de voorafbetaling te ramen. Om die reden werd de principile verhoging voor inkomsten 1999 en 2000 in feite 9 % te verlagen met 10 %: in de personenbelasting geldt m.a.w. een verhoging van 8,10 % en creditintresten van 10,80 % - 9,00 % - 7,20 % en 5,40 %.

Voor vennootschappen daarentegen blijft de 9 % gehandhaafd: van enige tolerantie is er dus geen sprake alhoewel de problematiek voor iedereen juist dezelfde is.

Tot uiterlijk 10 april 2000 was het mogelijk de eerste voorafbetaling voor het jaar 2000 te verrichten. Deze voorafbetaling is zeer belangrijk om de volgende twee redenen: de bonificatie en de vergissingsmarge.

    a. De bonificatie: niet-vennootschappen kunnen inderdaad een belastingvrije bonificatie incasseren op 25 % van de gedane voorafbetaling (zelfstandigen) en 100 % van de gedane voorafbetaling (voor niet-zelfstandigen) begrensd tot de verschuldigde belasting: cf. supra.

    b. De vergissingsmarge: voor zelfstandigen is er een tweede motief: bij integrale voorafbetaling vr 10 april is er een vergissingsmarge van 33,33%., nl. 12 % / 9 % = 133,33 %.
    Wie vr 10 april 2000 dus 1.000 BEF voorafbetaalt en achteraf blijkt dat 1.333 BEF belasting verschuldigd is, wordt geen verhoging aangerekend. Blijkt uiteindelijk toch maar 1.000 BEF belasting verschuldigd te zijn dan wordt voor zelfstandigen op 250 een belastingvrije bonificatie toegekend.
    Vennootschappen passeren die interessante kassa nooit! Om die reden is het voor vennootschappen aangewezen uiterlijk op 10 april slechts 75 % te storten van de door hen geraamde vennootschapsbelasting voor het boekjaar 2000. De volgende kwartalen is opvolging vereist en moet er permanent bijgestuurd worden. Via de 75 % storting loopt men evenwel op een smalle koord gezien de minste afwijking de bron is van een extra belasting.

- Voor elke betaling vr 10 juli daalt de vergissingsmarge: 11,11%, nl. 10 % / 9 % = 111,11. Moet er uiteindelijk 1.111 BEF betaald worden, dan is er nog steeds geen verhoging.

Inderdaad: principile verhoging = 1.111 * 9 % * 90 % = 90,00
creditintrest = 1.000 * 10 % * 90 % = 90,00

- Vanaf de derde voorafbetaling is er geen vergissingsmarge meer maar wel een aanpassingsmarge: indien hetzij vr 10 april, hetzij vr 10 juli voorafbetaald werd, kan er via de derde en de vierde voorafbetaling vlotter doch niet steeds integraal bijgepast worden zodat er uiteindelijk geen verhoging ontstaat. Het volstaat om de berekening te maken volgens bovenstaande formule.

Werd er uiterlijk 10 april en 10 juli niets voorafbetaald dan kan een verhoging alleen worden weggewerkt door een bedrag te betalen dat groter is dan de theoretisch verschuldigde voorafbetaling. Deze laatste fiscale politiek is te alle kosten te vermijden behoudens in situaties waarin er ook niet-zelfstandige inkomsten bestaan.

Voorbeeld: is er naast een betrekking in loondienst ook nog een zelfstandige nevenactiviteit, die 500.000 BEF genereert dan is vb. 250.000 BEF belasting verschuldigd wegens de taxatie van de 500.000 BEF aan het marginale belastingtarief. Worden deze 500.000 BEF evenwel afzonderlijk en op zichzelf beschouwd dan is de belasting slechts 20.000 BEF. Conclusie: alhoewel er theoretisch slechts 20.000 BEF vooraf te betalen is, kan er gerust teveel voorafbetaald worden, gezien er tot 250.000 BEF een bonificatie geldt.

- Voor bedrijven is er nog een derde argument om uiterlijk op 10 april 100 % van het geraamde bedrag te storten: blijkt het resultaat toch bokkensprongen lees: meer dan 33 % boven de verwachting te liggen te nemen en de marge van 33 % te overschrijden dan kan er "gemakkelijk" bijgepast worden via de derde en zelfs via de vierde voorafbetaling. Is de bokkensprong er n in de verkeerde richting, dan kan te allen tijde de te hoge voorafbetaling in het boekjaar zelf nog teruggevraagd worden.

Voorbeeld: voor 100 % zelfstandigen en vennootschappen: op 9.7.2000 wordt er 1.000 BEF voorafbetaald gezien men ervan overtuigd is dat het uiteindelijk saldo ongeveer 1.000 BEF zal bedragen. Achteraf blijft dat uiteindelijk 1.200 BEF belasting te betalen is (d.w.z. er is een afwijking van 20 % terwijl de betaling vr 10 juli slechts een vergissingsmarge van 11,11 % toelaat). Wat wordt er optimaal uiterlijk 10 oktober 2000 betaald ?

Bovenstaande formule: (1.000 * 10 %) + (VA 3 * 8 % ) - (1.200 * 9%) = 0
100 + (VA 3 * 8%) 108 = 0
VA 3 * 8/100 = 108 100
VA 3 = 8 * 100/8 = 100

Conclusie: als VA 2 gelijk is aan 1000 en VA 3 gelijk aan 100 dan is er nog steeds geen verhoging ondanks dat er uiteindelijk nog 100 bij te betalen is.

Inderdaad: principile verhoging:1.200 * 9 % = 108
creditintresten: VA 2: 1.000 * 10% = 100
VA 3: 100 * 8% = 8
Totaal = 108

CONCLUSIES - TIPS

1. 10 april en 10 juli zijn uitermate belangrijke data voor de bedrijven en hun consulenten: de belastingplichtige mag zich vergissen en achteraf is meestal een correctie vlot mogelijk, indien zoveel mogelijk vr die data werd voorafbetaald.

2. Personen met zelfstandige en niet-zelfstandige inkomsten hebben alle luxe: zij mogen zich vergissen en meer betalen dan er, strikt gezien, nodig is om de verhoging te vermijden.

3. Particulieren betalen best 100 % uiterlijk op 10 april: 75 % wordt gebruikt in het kader van de vermijding van de verhoging en voor de resterende 25 % geldt er een bonificatie.

4. Vennootschappen betalen best 75 % van het geraamde bedrag uiterlijk op 10 april;

5. Voor iedereen is er de volgende kwartalen opvolging vereist en moet permanent bijgestuurd worden gezien de minste fout zwaar gesanctioneerd wordt Zowel de consulenten ergeren zich permanent aan dergelijk onproductief en vermijdbaar nl. via een efficintere wetgeving - werk.

6. Voor bedrijfsleiders is het aangewezen een controleberekening in december door te voeren en eventueel spontaan extra bedrijfsvoorheffing in te houden.

7. Er is n algemene regel: op voorwaarde dat de verhoging vermeden wordt heeft het teveel voorafbetalen meer nadelige gevolgen dan te weinig voorafbetalen. Eerder zwakke belastingplichtigen zien liever een tegoed op hun aanslagbiljet verschijnen. Dit is duidelijk ten onrechte: welke zin heeft het vandaag teveel te betalen om het misschien pas na 24 maanden renteloos terug te ontvangen ?

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
Navigatie
  • TERUG