Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 73 - 31.03.00 - boekhoudwetgeving: toepassing omvangciriteria

Editie nr 73 van 31 maart 2000

Nieuwe omvangcriteria voor de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening

    Auteur:
    Michel VANDER LINDEN,
    Bedrijfsrevisor

De Boekhoudwet van 17 juli 1975 voorziet in omvangcriteria ter onderscheid van middelgrote en grote ondernemingen. Deze criteria zijn bepalend voor verschillende verplichtingen uit de Boekhoudwet en de Vennootschappenwet. Een Koninklijk Besluit van 17 februari 2000 dat deze criteria wijzigt, is verschenen in het Staatsblad van 23 maart. De nieuwe criteria hebben gevolgen voor het opstellen van een jaarrekening en jaarverslag en voor het aanstellen van een commissaris revisor.

Let op ! Wordt de jaarrekening goedgekeurd voor publicatie van dit Koninklijk Besluit in het Staatsblad, dan moet u de regeling zoals die vandaag is, toepassen. Valt de datum van goedkeuring van de jaarrekening na de datum van publicatie in het Staatsblad, dan mag u de regeling gebruiken zoals uiteengezet in dit artikel.

Enkelvoudige jaarrekening: volledig of verkort schema?

De Wet op de boekhouding van 17 juli 1975 bepaalt in artikel 12 dat de ondernemingen die voldoen aan de criteria die ze vermeldt, hun jaarrekening kunnen opmaken, voorleggen en openbaar maken volgens een verkort schema.

Deze bepaling is van toepassing op de ondernemingen die niet meer dan één van de criteria opgesomd in artikel 12, § 2 overschrijden. De nieuwe criteria zullen er als volgt uitzien voor jaarrekeningen die afgesloten worden vanaf 31 december 1999 :

  • jaargemiddelde van het personeelsbestand, 50 (blijft gelijk);
  • jaaromzet (excl. B.T.W.), 6.250.000 EUR (t.o.v. 200 miljoen BEF vroeger);
  • balanstotaal, 3.125.000 EUR (t.o.v. 100 miljoen BEF), tenzij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt.

Wanneer overschakelen?

Normaal gezien kan men pas overstappen van een volledig naar een verkort schema (en vice versa) als voor de tweede keer op rij meer dan één criterium overschreden is (artikel 11 § 2 van het Koninklijk Besluit van 12 september 1983).

In het Koninklijk Besluit van 17 februari 2000 wordt deze regel expliciet buiten werking gesteld. Deze regel is voor één keer niet van toepassing op de opstelling en openbaarmaking van de jaarrekeningen die de onderneming vanaf 31 december 1999 afsluit. Voor die afsluiting wordt enkel rekening gehouden met de verhoogde bedragen voor de jaaromzet en het balanstotaal van het betrokken boekjaar. De criteria mogen dus onmiddellijk toegepast worden.

Geconsolideerde jaarrekening of niet ?

Tot 31 december 1998 golden volgende "tijdelijke" omvangcriteria:

  • jaargemiddelde van het personeelsbestand : 500;
  • jaaromzet : 2.000 miljoen BEF;
  • balanstotaal : 1.000 miljoen BEF.

Deze "tijdelijke" criteria moeten twee keer overschreden worden om tot consolidatieplicht te leiden.

De "tijdelijke" criteria worden met één jaar verlengd tot 31 december 1999.

Vanaf 1 januari 2000 worden de "tijdelijke" criteria vervangen door deze "definitieve" criteria :

  • jaargemiddelde van het personeelsbestand: 500;
  • jaaromzet : 25 miljoen euro;
  • balanstotaal : 12,5 miljoen euro.

Deze "definitieve" criteria moeten twee keer overschreden worden vooraleer er consolidatieplicht is.

Concreet leidt dat er dus toe dat er met de overschrijdingen van de "definitieve" criteria voor 31 december 1999 geen rekening moet gehouden worden (CBN-Advies C 103/1 – Effect in de tijd van de verlaging van de vrijstellingscriteria – juni 1998).

Jaarverslag

Verplichting

De verplichting om een jaarverslag op te stellen vloeit voort uit artikel 77, lid 4 van de Vennootschappenwet. Ook bepaalde ondernemingen die niet aan de Vennootschappenwet onderworpen zijn, moeten een jaarverslag opstellen krachtens artikel 10, § 1 van het Uitvoeringsbesluit van de Boekhoudwet van 12 september 1983.

Vennootschappen en ondernemingen die beantwoorden aan de voornoemde criteria van artikel 12, § 2 van de Boekhoudwet zijn vrijgesteld van de verplichting om een jaarverslag op te stellen (art. 77 lid 8) en openbaar te maken (art. 80 lid 3).

Op geconsolideerde basis

Bewuste artikelen voorzien niets specifiek voor de berekening van de criteria. Men moet dus aannemen dat de berekening gebeurt zoals voorzien in de Boekhoudwet, inzonderheid de berekening op geconsolideerde basis voor verbonden ondernemingen.

Tijdstip

Voor het tijdstip van toepassing moet het vorig boekjaar in acht worden genomen. Wanneer het bestuursorgaan vaststelt dat het voor het vorig boekjaar dat het afsluit, niet voldoet aan de criteria, dan moet voor datzelfde boekjaar een jaarverslag worden opgesteld en openbaar gemaakt.

A contrario, wanneer het bestuursorgaan vaststelt dat voor het vorig boekjaar wordt voldaan aan de criteria, dan moet voor dat boekjaar geen jaarverslag worden opgesteld, noch openbaar gemaakt.

Benoeming commissaris

Verplichting

De benoeming van een commissaris wordt voorgeschreven door artikel 64 van de Vennootschappenwet, en voor bepaalde ondernemingen die niet aan de Vennootschappenwet onderworpen zijn, door artikel 10, § 1 van het Uitvoeringsbesluit van de Boekhoudwet van 12 september 1983.

Vennootschappen en ondernemingen die voor het laatst afgesloten boekjaar voldoen aan de criteria van artikel 12, § 2 van de Boekhoudwet zijn niet verplicht één of meer commissarissen te benoemen (art. 64 § 2).

Niet op geconsolideerde basis

Het artikel 64, § 3 van de Vennootschappenwet bepaalt dat met ingang van 1 juli 1996 voor de berekening van de criteria iedere vennootschap afzonderlijk moet worden beschouwd. Dit sluit dus de berekening op geconsolideerde basis uit voor de verbonden ondernemingen.

De wet voorziet wel drie uitzonderingen: de vennootschappen die deel uitmaken van een groep die consolidatieplichtig is, de portefeuillemaatschappijen en de op de beurs genoteerde vennootschappen. Voor hen blijft de berekening op geconsolideerde basis de regel.

Tijdstip

De verplichting een commissaris te benoemen gaat in vanaf het ogenblik dat het bestuursorgaan voor het laatste afgesloten boekjaar vaststelt dat men niet meer voldoet aan de gestelde criteria.

Dit geldt voor de vennootschap die overgaat van middelgroot naar groot.

In het tegengestelde geval, d.i. wanneer de grote vennootschap middelgroot wordt, moet de commissaris zijn wettelijke termijn van drie jaar uitdoen.

Voorbeeld

Vennootschap A gaat voor boekjaar N van groot naar middelgroot (en blijft middelgroot in N+1) en de commissaris moet zijn lopende termijn van drie jaar uitdoen :

Jaar N

Jaar N+1

Volledig schema

Verkort schema

Geen jaarverslag

Geen jaarverslag

Controleverslag

Controleverslag


Laatst gewijzigd op 29/11/2012 14:18:22