Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 70 - 15.02.00 - Toegang tot bestuursdocumenten

Editie nr 70 van 15 februari 2000

De rechten van de particulier inzake toegang tot bestuursdocumenten

    Auteur:
    Michel DELNOY,
    Advocaat aan de Balie van Luik, ,
    Advocatenvennootschap Bours & Associés

Inleiding

Talloze teksten bekrachtigen voortaan het recht van privé-personen (natuurlijke personen en rechtspersonen) om een bestuursdocument te raadplegen of een afschrift daarvan te krijgen of om toelichtingen te bekomen met betrekking tot een document. Dit wordt het recht op openbaarheid van bestuur genoemd.

Dat recht is bij het publiek waarschijnlijk nog te weinig bekend. Toch kan het ontegensprekelijke voordelen hebben en bestrijkt het een bijzonder ruim toepassingsgebied. We zijn dan ook verbaasd over het beperkte karakter van de praktische toepassing ervan in een maatschappij waarin informatie geldt als een onontbeerlijke sleutel tot succes.

Een gedetailleerde analyse van al de teksten valt uiteraard buiten dit bestek. We zullen ons bijgevolg beperken tot enkele principes die aan de basis liggen van deze materie, in de hoop bij diegenen die zich wensen te "informeren", de reflex te ontwikkelen om dat bij het bestuur te doen;

Strikte interpretatie van de uitzonderingen op het recht op openbaarheid van bestuur

Het recht op openbaarheid van bestuur wordt bekrachtigd door artikel 32 van de Grondwet dat zegt: “Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald door de wet, het decreet of (de ordonnantie).”

Daaruit vloeit het volgende belangrijke gevolg voort: dat recht vormt het principe en de uitzonderingen op dat principe moeten strikt worden geïnterpreteerd.

De bestuurlijke overheid heeft maar al te vaak de neiging om dit te vergeten. De particulier van zijn kant, zou er vaker moeten aan denken en er zich rekenschap van geven dat, in de regel, elke onwettige houding van de overheid een fout is die aanleiding kan geven tot een sanctie.

Gebruik van de gekregen gegevens en documenten In principe mogen bestuursdocumenten noch verspreid noch gebruikt worden voor handelsdoeleinden. De interpretatie van die regel is niet eenvoudig wanneer de particulier die gebruik maakt van het recht op openbaarheid van bestuur, een handelaar, een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is. Wanneer die immers naar een document vraagt, is dat, per definitie, in het kader van zijn handelsactiviteit. Er dient bijgevolg een logische interpretatie gegeven te worden aan die regel door deze slechts een beperkte draagwijdte toe te kennen.

Een massa wetteksten

In de Franstalige regio kunnen we onthouden dat de modaliteiten van het recht op openbaarheid van bestuur voornamelijk door vier wetteksten worden bepaald, afhankelijk van het betrokken bestuur: federaal, gewestelijk, communautair, gemeentelijk en provinciaal.

Het betreft de wet van 11 april 1994 houdende de openbaarheid van bestuur, het decreet van de Waalse Gewestraad van 30 maart 1995 houdende de openbaarheid van bestuur, de wet van 12 november 1997 houdende de openbaarheid van bestuur in de provincies en de gemeenten en het decreet van de Franse Gemeenschapsraad van 14 december 1994 houdende de openbaarheid van bestuur.

Ook andere wettelijke bepalingen bevatten normen inzake de openbaarheid van bestuur maar op een meer sporadische wijze. Bij wijze van voorbeeld, artikel 444 van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium dat iedere geïnteresseerde persoon toelaat om op het gemeentehuis kennis te nemen van de afgeleverde bouwvergunningen en verkavelingvergunningen. Voor het Waals Gewest citeren we eveneens het belangrijke decreet van 13 juni 1991 betreffende de vrije toegang van de burgers tot de informatie met betrekking tot het milieu, die, onder bepaalde voorwaarden, de mogelijkheid biedt om aan de gemeentelijke, provinciale en gewestelijke overheden elk gegeven te vragen, feitelijk of juridisch, met betrekking tot de stedenbouw of het milieu (plannen, reglementen, vergunningen en toestemmingen, gegevensbanken, etc.)

In het kader van deze bijdrage is het uiteraard onmogelijk om een gedetailleerde analyse te maken van de vier basiswetteksten en nog minder van de andere teksten waarvan sprake. Daarom hebben we besloten, met het oog op een gemakkelijke lectuur, om op een zeer schematische wijze te antwoorden op vijf basisvragen en ons hoofdzakelijk te beperken tot het aangeven van de gemeenschappelijke elementen van de vier wetgevingen.

Betrokken bestuur

In hoofdzaak betreft het elke willekeurige bestuurlijke overheid, met name de federale overheid (wet van 11 april 1994), de gewestelijke overheden (decreet van 30 maart 1995), de provinciale en gemeentelijke overheden (wet van 12 november 1997) en de communautaire overheden (decreet van 14 december 1994).

Betrokken documenten (raadpleging of afschrift)

De documenten die geraadpleegd kunnen worden, waarover een toelichting kan bekomen worden en waarvan een afschrift kan worden gekregen, worden gedefinieerd als "elke informatie, ongeacht de vorm, waarover de overheid beschikt". Die definitie hoeft geen commentaar gezien het uitgebreide toepassingsgebied ervan.

Uitzonderingen die door het bestuur kunnen ingeroepen worden

De redenen die de overheid kan inroepen om het recht op openbaarheid van bestuur te weigeren, zijn legio, inzonderheid in het kader van de wet van 11 april 1994.

De meest voorkomende zijn de volgende: inbreuk op de privacy van een derde waarvan de naam vermeld wordt op het gevraagde document (die uitzondering is niet van toepassing indien de derde persoon zijn toestemming verleent voor de openbaarheid die aan het document wordt gegeven), het vertrouwelijke karakter van de informatie met betrekking tot een bedrijf of fabricage (voorbeeld: het gevraagde document bevat de samenstellingsformule van een gepatenteerd product), een duidelijk ongerechtvaardigde vraag (voorbeeld: de particulier vraagt een afschrift van alle socio-economische vergunningen die in België werden afgeleverd sinds het van kracht worden van de wet die zo’n vergunning instelt), bescherming van de auteursrechten (een document kan steeds geraadpleegd worden maar de overhandiging van een afschrift kan slechts mits de toestemming van de auteur).

Het gebeurt ook vaak dat de overheid weigert om een afschrift van een document te geven voordat ze zelf een beslissing dient te nemen (voorbeeld: vraag van een afschrift van een mening van een bestuurlijke instantie die gegeven werd voordat een andere overheid een beslissing dient te nemen), door zich te baseren op de volgende uitzondering: het document is niet voltooid of onvolledig en de verspreiding ervan zou tot vergissingen kunnen leiden. Noteer dat dat argument niet aanvaard kan worden indien de vraag geen betrekking heeft op de beslissing die dient genomen te worden, maar wel degelijk op een daaraan voorafgaand document dat wel volledig en voltooid is.

We verwijzen trouwens naar wat hierboven werd gezegd met betrekking tot de strikte interpretatie van de uitzonderingen op het recht van openbaarheid van bestuur.

Betrokken particulieren

In principe kan elke willekeurige persoon, natuurlijke persoon of rechtspersoon, een toelichting vragen, een document raadplegen of een afschrift krijgen.

Indien het betrokken document informatie bevat met een persoonlijk karakter (en in de veronderstelling dat de verspreiding van dat document geen inbreuk pleegt op de privacy van de betrokken persoon - zie hierboven), dient de particulier een belang aan te tonen: hij dient uitleg te verschaffen over de redenen die hem ertoe brengen het betrokken document te vragen.

Te volgen procedure

Zeer schematisch voorgesteld ziet de procedure er als volgt uit:

  • de vraag (om raadpleging, toelichting of afschrift) dient schriftelijk (liefst een aangetekend schrijven) en nauwkeurig (het gevraagde document dient door de overheid geïdentificeerd te kunnen worden; de betrokken materie dient duidelijk aangegeven te worden) te geschieden;

  • de vraag wordt gericht aan het bevoegde bestuur; als dat niet het geval is, dient het bestuur aan wie de vraag werd gericht, aan de particulier de gegevens van het bevoegde bestuur mede te delen;

  • het bestuur kan een vergoeding vragen a rato van de kostprijs;

  • het bestuur dient op de vraag te antwoorden binnen de dertig dagen;

  • na het verstrijken van die termijn wordt de vraag beschouwd als zijnde verworpen;

  • in geval van (expliciete of impliciete) verwerping, dient een procedure ingesteld te worden die leidt tot een nieuwe beslissing van het bestuur;

  • nadien kan een verzoek ingediend worden bij de Raad van State.

Conclusie

De uitzonderingen op het principe zijn ongetwijfeld talrijk en de procedure is vrij ondoeltreffend. Bovendien zijn de toepasbare wetteksten voor verbetering vatbaar.

Toch betekent het recht op openbaarheid van bestuur een belangrijke stap voorwaarts in de relatie tussen particulier en overheid. Verstandig toegepast, kan het recht op openbaarheid van bestuur voor de particulier een bron van niet te verwaarlozen informatie vormen. Het kan trouwens een nuttig instrument blijken bij het behandelen van een geschil tussen een particulier en een bestuurlijke overheid.

***

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
Navigatie
  • TERUG