Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 69 - 31.01.00 - De rentabiliteit van een onderneming

Editie van 31 januari 2000

De rentabiliteit van de onderneming

    Auteur:
    Georges HONORE
    Lid van de Nationale Raad

Wanneer een aandeelhouder in een onderneming investeert, wil hij weten wat dit hem zal opbrengen. Zo zal hij zich ervan moeten vergewissen dat de goede werking van de onderneming gehandhaafd blijft. Hij verricht daarvoor een aantal analyses.

1. FinanciŽle rentabiliteit

Rentabiliteitsratioís zijn bedoeld om de efficiŽntie te meten waarmee de onderneming de kapitalen gebruikt die haar door de aandeelhouders werden toevertrouwd. Ze geven aan wat 1 BEF door de eigenaars geÔnvesteerd kapitaal in de onderneming opbrengt. Men spreekt hier van de rentabiliteitsratio van het eigen vermogen of de financiŽle rentabiliteit.

FinanciŽle rentabiliteit = Te bestemmen resultaat van het boekjaar / Geplaatst kapitaal

Hierbij valt op te merken dat de aandeelhouders de verwezenlijkte winsten niet elk jaar afnemen en ze in de reserves opnemen. Deze reserves worden als verlengstuk van het kapitaal beschouwd. De financiŽle ratio kan dus ook als volgt worden bekeken :

FinanciŽle rentabiliteit = Te bestemmen resultaat van het boekjaar / Eigen vermogen

2. Rentabiliteit van de activiteit (rendement van het omzetcijfer)

Het rendement op het omzetcijfer is van groot belang omdat de omvang van de ontvangsten bepalend is voor de winsten die nodig zijn om het kapitaal te vergoeden. De activiteit van de onderneming weerspiegelt zich doorgaans in het omzetcijfer. De ratio meet dus het rendement van het omzetcijfer en geeft de winst aan die de onderneming verwezenlijkt telkens wanneer zij 1 BEF omzet behaalt.

Rentabiliteit van de activiteit = Nettowinst / Omzetcijfer

Daarbij kan ook de rentabiliteit van de exploitatie worden onderzocht. De coŽfficiŽnt van de bedrijfsmarge (70/64) meet de efficiŽntie van de courante exploitatie van de onderneming. Het bedrijfsresultaat wordt bepaald vůůr belastingen, financiŽle en uitzonderlijke kosten.

Rentabiliteit van de exploitatie = Bedrijfsresultaten / Omzetcijfer

3. Rentabiliteit en Rotatie

De rentabiliteit van het eigen vermogen is gelijk aan het product van de winstmarge (nettowinst/omzetcijfer) met het rotatiepercentage van het eigen vermogen (omzetcijfer/eigen vermogen).

Voorbeeld

De onderneming Albert verkoopt haar product Z aan de prijs van 20.000 BEF en behaalt een nettowinst per stuk van 1.200 BEF.

Het eigen vermogen bedraagt 8.000.000 BEF
Het omzetcijfer voor 1999 is 25.000.000 BEF
De nettowinst 1.500.000 BEF.

1. Netto marge (%) = Nettowinst / Omzetcijfer

    1.500.000 / 25.000.000 = 0,06

2. Omloopsnelheid (rotatie) van het eigen vermogen = Omzetcijfer / Eigen vermogen

    25.000.000 / 8.000.000 = 3,125

3. Rentabiliteit van het eigen vermogen =

Nettowinst / Eigen vermogen =
Nettowinst / Omzetcijfer (netto marge) * omzetcijfer / Eigen vermogen (omloopsnelheid)

    1.500.000/25.000.000 * 25.000.000/8.000 = 0,06*3,125 = 0,1875

4. Rentabiliteit van het eigen vermogen = 18,75 %

Opmerking:

De rentabiliteit van het vermogen kan toenemen

  • hetzij door de stijging van de winstmarge:
    voorbeeld: 1.750.000 / 25.000.000 = 0,07*3,125 = 0,21875 = 21,875 %
  • hetzij door de stijging van de omloopsnelheid van het kapitaal:
    voorbeeld: Stijging van omzet tot 27.200.000 BEF met gelijke winstmarge
    0,06 * (27.200.00/8.000.000 =3,4) = 0,204 of 20,4 %

4. Economische rentabiliteit

Het onderzoek van de economische rentabiliteit is bedoeld om de efficiŽntie te meten van het geheel van de inkomsten (gebruikte kapitalen) die de onderneming in het kader van haar bedrijvigheid heeft verkregen. Deze coŽfficiŽnt toont aan wat 1 BEF aan in de onderneming geÔnvesteerde kapitalen opbrengt.

Economische rentabiliteit = (Nettowinst + Betaalde interesten) / (Inkomsten) Totaal passief = coŽfficiŽnt

Deze ratio moet de vergoeding van het eigen vermogen en de vergoeding van de geleende kapitalen kunnen dekken.

5. Inbreng van vers kapitaal of lening

Bij behoefte aan vers kapitaal, stellen de verantwoordelijken zich de vraag : moeten we het kapitaal verhogen door inbreng in geld of moeten we gaan lenen ?
In elk geval, moeten de regel van het financieel evenwicht en de solvabiliteitsregel nageleefd worden.

Indien de economische rentabiliteitscoŽfficiŽnt hoger is dan de financiŽle rentabiliteitscoŽfficiŽnt, dan kan men stellen dat de geleende kapitalen de globale rentabiliteit van de onderneming ten goede komen.

Indien

    - Nettowinst + Betaalde interesten / Totaal van het passief (economische rentabiliteit)
groter is dan
    - Nettowinst / Eigen vermogen (financiŽle rentabiliteit)
= positief hefboomeffect

Of eenvoudiger gesteld, zou men zich kunnen afvragen of de onderneming er voordeel bij heeft om kapitaalfondsen in te brengen of te lenen.

Het antwoord luidt: Wanneer het globaal rentabiliteitspercentage hoger is dan de rentevoet van de lening, dan kan men beter lenen.


Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
Navigatie
  • TERUG