Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 107 - 31.10.01 - Belastingsneutraliteit van de "afsplitsing"
Belastingneutraliteit

Editie nr 107 van 31 oktober 2001

Belastingneutraliteit van de "afsplitsing" - wettelijk geregeld !

    Auteur
    Raf Bogaerts

Vrij onverwacht - net voor het zomerreces van het Parlement - is in het Belgisch Staatsblad van 20 juli 2001 de wet verschenen die een belastingneutraal statuut invoert voor de "partiële splitsing" of "afsplitsing" (1).

Op die manier wordt het gamma aan belastingneutrale reorganisatietechnieken uitgebreid met een interessante variante. Interessant, omdat de techniek van de afsplitsing toelaat een aantal pijnpunten te ontwijken die optreden bij een "volledige" splitsing.

Waarover gaat het ?

Via de techniek van de afsplitsing kan een vennootschap A bepaalde activa (en passiva) aan een vennootschap B overdragen zonder dat vennootschapsbelasting dient betaald over de latente meerwaarden die op deze activa betrekking hebben. Eigen aan deze techniek is dat, anders dan bij een volledige splitsing, vennootschap A blijft bestaan en dat, in vergoeding voor de overdracht van activa (en passiva), aandelen van vennootschap B worden toegekend rechtstreeks aan de aandeelhouders van vennootschap A. Deze aandeelhouders behouden dus hun aandelen A en krijgen bijkomend aandelen B.

Ook voor de aandeelhouders is de verrichting neutraal : de verkregen aandelen B leiden niet tot een belastbare meerwaarde of tot een belastbaar dividend. Opmerkelijk is dat de activa (en passiva) die in het kader van een afsplitsing worden overgedragen geen "bedrijfstak" moeten uitmaken. Ook "losse" activa kunnen dus via deze techniek worden afgezonderd. In dit laatste geval geldt echter, in de huidige stand van de wetgeving, geen vrijstelling inzake registratierecht.

Wat zijn de aantrekkingspunten van de afsplit-sing in vergelijking met de "volledige" splitsing?

Doordat de "afsplitsende" vennootschap blijft bestaan, wordt vooreerst vermeden dat voor de niet-overgedragen activiteit(en) een nieuwe vennootschap dient opgericht.

Dit betekent een aanzienlijke besparing aan administratieve rompslomp en bijhorende kosten (o.m. aanvraag van nieuw handelsregister en van nieuw BTW-nummer, drukken van nieuw briefpapier, enz). Bijzonder interessant is verder dat voor de (niet-overgedragen) onroerende goederen geen bodemattesten moeten worden bekomen, dat voor het (niet-overgedragen) wagenpark de Belasting op de Inverkeerstelling (BIV) niet opnieuw moet betaald worden en dat voor de (niet-overgedragen) intuitu personae contracten geen bijzondere formaliteiten en demarches moeten ondernomen worden. Kortom, wat de niet-overgedragen activiteit(en) betreft, wijzigt er niets.

Volledigheidshalve wijzen we er op dat het belastingneutraal kader van de afsplitsing, evenzeer als dit van de andere begunstigde reorganisatietechnieken, afhankelijk is van het voorhanden zijn van "rechtmatige economische of financiële behoeften" (waarover vooraf een ruling kan worden aangevraagd) en dat de vennootschapsrechtelijke formaliteiten, analoog aan deze van een splitsing, strict moeten worden nageleefd.

De boekhoudwetgeving is vooralsnog niet aangepast aan de nieuwe techniek van de afsplitsing. Een wijziging ervan werd echter al aangekondigd, zodat de verrichting voortaan ook in boekhoudkundige continuïteit, d.i. met behoud van boekwaarden, zal kunnen worden verwerkt.

____________________

(1) Wet van 16 juli 2001 houdende wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen , en van het wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, B.BS, 20 Juli 2001, p. 24689-24691

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00
Navigatie
  • TERUG