Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 103 - 31.08.01 - Kleine landbouwondernemers
landbouwondernemers

Editie nr 103 van 31 augustus 2001

Kleine landbouwondernemers - forfaitaire compensatie - afschaffing administratieve tolerantie

1) Probleemstelling

Inzake BTW kunnen landbouwers genieten van de bijzondere regeling voor landbouwondernemers.

Deze regeling berust op artikel 57 van het WBTW en wordt nader bepaald door het K.B. nr. 22 van 15 september 1970. In de circulaire nr. 59 van 6 oktober 1970 worden de betreffende bepalingen toegelicht en besproken.

Deze circulaire voorziet in een administratieve tolerantie. In een nieuwe circulaire van 31 juli 2001 wordt deze tolerantie met ingang van 1 september 2001 opgeheven.

2) De bijzondere regeling voor landbouwondernemers

Volgens de bijzondere regeling voor landbouwondernemers moeten de landbouwers geen periodieke BTW-aangiften indienen.

De aftrek van de belasting op de gemaakte kosten wordt verkregen door een regeling van "forfaitaire compensatie".

In die zin verkrijgen de aan de bijzondere regeling onderworpen landbouwondernemers, bij de verkoop van de producten van hun onderneming en bij de levering van prestaties van landbouwdiensten, een "prijscomplement" wanneer de cliëntèle is samengesteld uit andere belastingplichtigen die in België NIET onderworpen zijn aan deze bijzondere landbouwregeling.

Dit "prijscomplement" bedraagt in principe 6 % van de maatstaf van heffing.

Voor de verkoop van hout ligt deze echter op 2 %.

Dit "prijscomplement" wordt door de landbouwondernemer behouden als "forfaitaire aftrek".

Voor de cliëntèle is het aldus aan de landbouwondernemer betaalde "prijssupplement" aftrekbare BTW.

Dankzij deze aftrekbaarheid wordt dit supplement dus gerecupereerd en verzwaart deze uiteindelijk de kostprijs niet.

3) Administratieve tolerantie

Circulaire nr. 59 van 1970 maakt "forfaitaire compensatie" mogelijk voor landbouwondernemers die de hoedanigheid van belastingplichtige NIET hebben.

Van deze mogelijkheid genoten met name, en onder bepaalde voorwaarden, de gemeenten voor wat de houtverkoop betreft, de personen die private of occasionele verkopen verrichtten van bomen of ruwhout, enz.

Uiteraard bestond de "forfaitaire compensatie" enkel indien de koper GEEN in België aan de bijzondere landbouwregeling onderworpen belastingplichtige was.

In de praktijk werd de "forfaitaire compensatie" met instemming van de administratie ook toegepast op de verkoop, door particulieren, van groenten en fruit in veilingen.

4) Afschaffing van de administratieve tolerantie

De administratieve tolerantie, op grond waarvan een "forfaitaire compensatie" kon worden toegekend aan NIET-belastingplichtige producenten, had een fiscale stroom tot gevolg die de normale werking van de BTW-regeling schade toebracht.

Bovendien werd op 1 januari 1993 de BTW-regeling van de nevenactiviteiten vervangen door de vrijstellingsregeling.

In dezelfde zin kregen vanaf 1 januari 1993 de personen die op zelfstandige wijze - door zich te integreren in een economisch productie- en verkoopscircuit of door diensten te leveren - een economische activiteit uitoefenen de hoedanigheid van BTW-plichtige indien zij deze activiteit geregeld uitoefenen.

Indien de aldus verrichte activiteiten beperkt zijn, kunnen de betreffende personen de vrijstellingsregeling vragen (jaaromzet van minder van 225 000 BEF (5 577,60 EUR en 5 580 EUR vanaf 1 januari 2002), excl. BTW).

In die context heeft de Administratie beslist de genoemde administratieve tolerantie met ingang van 1 september 2001 af te schaffen.

5) Samenvatting

Er zal geen enkele "forfaitaire compensatie" meer worden verleend voor de privé- of occasionele verkopen van landbouwproducten.

Personen die hun productie van groente, fruit, enz. verkopen of die gewoonlijk landbouwdiensten leveren in het kader van de uitoefening van een economische activiteit zijn BTW-plichtigen.

In die zin dienen zij een BTW-identificatienummer te hebben.

Hun belastingregeling kan als volgt zijn:

- de normale regeling (indiening van periodieke aangiften, verschuldigde BTW op de verrichtingen bij de output, aftrekbare BTW op de in dit kader gemaakte kosten), indien men geen van beide onderstaande regelingen wil (of kan) genieten;

- de vrijstellingsregeling (geen indiening van periodieke aangiften, geen verschuldigde BTW op de outputverrichtingen, geen aftrekbare BTW op de stroomopwaartse verrichtingen) wanneer de onderworpene dit wenst en indien hij aan de toelaatbaarheidsvoorwaarden voldoet (met name een jaaromzet van minder dan 225 000 BEF (5 577,60 EUR en 5 580 EUR vanaf 1 januari 2002), excl. BTW (zie K.B. nr. 19 van 29 december 1992));

- de bijzonder landbouwregeling (geen indiening van periodieke aangiften, geen verschuldige BTW op de outputverrichtingen, "forfaitaire compensatie" als forfaitaire aftrek naargelang de aard van de cliëntèle) indien de onderworpene deze regeling vraagt en voldoet aan de toelaatbaarheidsvoorwaarden (o.m. uitsluitend in zijn onderneming voortgebrachte goederen, geen leveringen op de groot- of detailmarkten, enz. (zie K.B. nr. 22 van 15 september 1970)).

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00