Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 102 - 15.07.01 - Het financieel plan en de wet van 22.04.99
finan plan

Edition n° 102 du 15 juli 2001

BIBF en het financieel plan in het licht van de wet van 22/04/1999

Artikel 51 tweede lid van de wet van 22/04/1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen bepaalt dat:

"...De Nationale Raad kan tevens de regels bepalen volgens dewelke de stagiair-boekhouders worden belast met de opstelling, ten kostelozen titel en onder toezicht van hun stagemeester, van een financieel plan zoals bedoeld bij artikel 29ter van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen* voor de ondernemers in het kader van hun eerste vestiging.

* art.440 van het Wetboek van Vennootschappen.

DOELSTELLING

De wet wil de stagiair-boekhouders belasten met

de kosteloze opstelling van een ontwerp van financieel plan

voor de ondernemers die zich voor de eerste keer vestigen. Die opdracht zou uitgevoerd moeten worden onder toezicht van de stagemeester.

De wet laat aan de Nationale Raad van het Instituut de zorg om de regels op te stellen die moeten worden gevolgd voor de organisatie van die kosteloze dienstverlening.

Interpretatie van de basiscriteria

Wat moet verstaan worden onder:

"ondernemers die zich voor de eerste keer vestigen" ?

De inhoud van die termen dient verduidelijkt te worden aangezien:

Het financieel plan zou kunnen worden opgevat in de strikte betekenis van artikel 440 van het Wetboek van Vennootschappen (oud art.29 ter van de GWHV) .

Bijgevolg zouden alle gevallen van een overstap naar een vennootschap bedoeld worden, zelfs indien de ondernemer reeds meerdere jaren gevestigd was als zelfstandige "natuurlijke persoon".

Maar de wet spreekt wel degelijk over "ondernemer" en over "eerste vestiging", zonder enige verwijzing naar het begrip vennootschap. Blijkbaar zijn dus veeleer de gevallen bedoeld van "personen die voordien nooit zelfstandig zijn geweest".

BASISVASTSTELLING

Die nieuwigheid omvat meerdere risico’s:

- Het creëren van een samenwerking tussen twee jonge professionals: de"starter" en de stagiair-boekhouder kan gevaarlijk zijn, gezien het gebrek aan terreinervaring van beiden.

- De betrokkenheid van de stagemeester bij het proces, via het toezicht op het werk van de stagiair, zal de taak en de verantwoordelijkheid van de stagemeester nog verzwaren. Die opdracht dreigt sommige kandidaten/stagemeesters te ontmoedigen.

Aangezien tot op heden geen enkele minimumanciënniteit werd vastgesteld om stagemeester te worden, zal niet elke stagemeester bovendien de vereiste ervaring bezitten om toezicht te doen op een ontwerp van financieel plan.

BIBF-VOORSTEL:
OPRICHTING VAN EEN "COMMISSIE- FINANCIEEL PLAN"

De bedoeling is het verwezenlijken van de doelstelling van de wetgever en daarbij de beide partijen een maximale zekerheid te bieden.

Bijgevolg heeft de Nationale Raad een "Commissie Financieel plan" opgericht die zal optreden op meerdere niveaus teneinde hulp en logistieke ondersteuning te bieden aan de stagiairs en hun stagemeesters.

Taak van de Commissie

Deze Commissie, die erop zal toezien dat een verzekering wordt afgesloten om haar tussenkomsten bij de stagiairs te dekken, zal als het ware de taak van hulpverlening en toezicht van de stagemeester vergemakkelijken en aanvullen.

1) Creëren van een gegevensbank:

De commissie zal trachten een gegevensbank te creëren waarin cijferwaarden worden verzameld betreffende verschillende activiteitendomeinen. Die waarden zullen vergelijkingspunten bieden met het oog op het verstrekken van nauwkeurigere evaluaties.

Om die informatie te verzamelen zou de Commissie informatieaanvragen kunnen richten tot de BIBF-leden via het Internet (mails).

2) Een werkmethode bieden aan de stagiairs:

De Commissie zal de stagiairs en stagemeesters bijstaan door hen een werkmethode aan te reiken samen met een checklist waarin alle basisinformatie werd opgenomen die ze bij de "starter" dienen te verzamelen, evenals de voorzorgsmaatregelen (briefwisseling ter bevestiging van de meegedeelde gegevens) die moeten genomen worden ten overstaan van de klant.

De betrouwbaarheid van het financieel plan zal immers in grote mate afhangen van de gegevens die door de klant worden meegedeeld.

3) Collegiale controle van het ontwerp van financieel plan opgesteld door de stagiair

Nadat het ontwerp door de stagiair werd opgesteld (in samenspraak met zijn stagemeester), zullen zij verzocht worden om het voor te leggen aan de commissie die zal overgaan tot een confraternele controle.

De commissie zal haar kalender opstellen naar rato van één vergadering om de twee weken en zal alleen beraadslagen over de ontwerpen die minstens zeven dagen vóór de vergadering, op een behoorlijke wijze aan het Instituut werden overgemaakt.

Het ontwerp van het financieel plan zal binnen de 2 dagen (3 d. in geval van een weekend) volgend op de ontvangst bij het BIBF voorgelegd worden aan de leden van de Commissie en de stagiair zal binnen dezelfde termijn een uitnodiging ontvangen.

Tijdens de vergadering zal een document dat voorafgaandelijk werd opgemaakt in twee originele exemplaren, ingevuld en ondertekend worden door de leden van de Commissie en door de stagiair, auteur van het ontwerp.

Dit document vermeldt:

Ofwel, dat er geen opmerkingen zijn

Ofwel, de nuttige opmerkingen met de aan te brengen aanpassingen en/of de te verzamelen bijkomende informatie.

Ter informatie bevat het document eveneens het volgende:

- de noodzaak voor de stagiair om zich in te dekken via een persoonlijke verzekering;

- het feit dat de verantwoordelijkheid van de stagiair geenszins die van de oprichters kan vervangen;

- dat het een ontwerp betreft dat alleen een financieel plan zal worden op voorwaarde dat het ondertekend werd door de oprichters;

- dat de stagiair geenszins bevoegd is om dat soort van document te ondertekenen, om het risico te vermijden dat hij persoonlijk aansprakelijk zou worden gesteld;

- dat het ontwerp wordt afgeleverd in het kader van artikel 51§ 2 van de wet van 22/04/99 zoals bekrachtigd door de Nationale Raad van het BIBF en op basis van de verklaring op eer van de klant, volgens welke hij voordien niet beschikte over enig BTW-nummer en/of handelsregisternummer, zowel in de hoedanigheid van natuurlijke persoon als in die van zaakvoerder van een rechtspersoon.

Structuur van de Commissie:

Om de Commissie samen te stellen, zal de Raad binnen haar organisatie 9 leden moeten benoemen (waaronder één Duitstalige).

Bij elke vergadering zal de Commissie moeten bestaan uit 4 leden die moeten worden uitgenodigd naargelang de taalrol waartoe de stagiair behoort.

* * * * *


Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:35:00