Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 101 - 30.06.01 - Degressieve afschrijvingen beÔnvloeden de kasmiddelen

Editie nr 101 van 30 juni 2001

Degressieve afschrijvingen beÔnvloeden de kasmiddelen

    Auteur:
    Georges Honorť
    Lid van de Nationale Raad

1. Boekhoudkundig principe

Art. 61 K.B. 30 januari 2001 (art. 28 ß 2. K.B. 8 oktober 1976) Voor materiŽle en immateriŽle vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt overgegaan tot afschrijvingen volgens een overeenkomstig artikel 15 opgesteld plan.

Er mag, overeenkomstig de fiscale bepalingen terzake, een versneld afschrijvingsplan voor worden toegepast.

Wanneer de toepassing van een plan voor versnelde afschrijving met zich meebrengt dat aanzienlijk vlugger wordt afgeschreven dan economisch verantwoord, wordt in de toelichting melding gemaakt van :
- het verschil tussen het gecumuleerd bedrag van de geboekte afschrijvingen en dat van de economisch verantwoorde afschrijvingen;
- de invloed van de tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren geboekte versnelde afschrijvingen op het bedrag van de afschrijvingen in de resultatenrekening van het boekjaar.

2. Opmerking

In de boekhoudreglementering is niets terug te vinden over een versneld afschrijvingsplan. Er wordt enkel verwezen naar de fiscale bepalingen daaromtrent.

Naast de lineaire afschrijving voorziet het artikel 61 WIB 1992 in een stelsel van splitsing van de lineaire afschrijvingen, een stelsel van degressieve afschrijving en de versnelde afschrijvingen ingevolge bijzondere economische omstandigheden.

De versnelde afschrijving waardoor het belastbaar inkomen tijdelijk kan worden verlaagd, is aanlokkelijk. Er moet echter rekening worden gehouden met de gevolgen : vanaf het ogenblik dat de investering volledig is afgeschreven, gaat het belastbaar inkomen terug omhoog.

3. Verdubbeling van de lineaire afschrijvingen

3.1. Regels

In de wetten betreffende de economische expansiepolitiek (Wet van 22 juli 1993, Wet van 30 december 1970, Wet van 4 augustus 1978) staan bepalingen inzake de toelating om op sommige vaste activa gedurende maximum drie opeenvolgende belastbare tijdperken een jaarlijkse afschrijving toe te passen gelijk aan het dubbele van de normale LINEAIRE afschrijvingsannuÔteit (deze stimulans is nu een volledig geregionaliseerde materie).

De toelating om de lineaire afschrijvingen te verdubbelen wordt gegeven door de gewestelijke instanties.

De verdubbeling van de lineaire afschrijving is alleen van toepassing op het materieel, op outillage en op de daarmee gelijkgestelde industriegebouwen die zijn verworven of samengesteld overeenkomstig de aanmoedigingsoperatie in de ontwikkelingszones van categorie Z.

De dubbele afschrijving wordt doorgaans toegepast vanaf het belastbare tijdperk dat volgt op de datum vastgesteld voor de voltooiing van het investeringsprogramma.

3.2. Boeking

De toelating die de vorm aanneemt van een beslissing ter uitvoering, verstuurd door de Administratie der directe belastingen, vermeldt onder meer :
- de belastbare tijdperken waarvoor de normale lineaire afschrijvingen mogen worden verdubbeld;
- het overzicht van de aangemoedigde investeringen.

Voorbeeld

Onderneming A heeft in materieel geÔnvesteerd voor een bedrag van 4.000,00 EUR, afschrijfbaar in 8 jaar, dus een lineaire afschrijving van 500,00 EUR.

De eerste drie jaar is het bedrag van de afschrijving gelijk aan 500,00* 2 = 1.000,00 EUR. De boeking op het einde van de jaren N + N1 + N2 gebeurt als volgt :

6302 Afschrijvingen op materiŽle vaste activa 500,00  
6602 Uitzonderlijke afschrijvingen op de materiŽle vaste activa 500,00  
2309 aan Installaties, machines en uitrusting
- geboekte afschrijvingen
  1.000,00

Voor de jaren N + 4 tot N + 8 is het jaarlijks bedrag van de lineaire afschrijving gelijk aan 4.000,00 - {(3 * 1.000) : 5} = 200,00 EUR

4. Degressieve afschrijvingen

4.1. Principe

Het keuzestelsel van degressieve afschrijving kan worden aangevraagd door alle belastingplichtigen onderworpen aan de PB of aan de Ven.B.

De maatregelen hebben voornamelijk een economisch doel door het investeringsrisico te verkleinen en aldus de groei van de ondernemingen te bevorderen door hogere afschrijvingen toe te staan voor sommige actiefbestanddelen tijdens de eerste gebruiksjaren.

4.2. Kenmerken

Het stelsel van degressieve afschrijvingen vertoont volgende kenmerken :
- Het is een keuzestelsel: de belastingplichtige die er niet voor kiest, mag alleen het stelsel van de lineaire afschrijvingen toepassen.
- Door dit stelsel toe te passen zal de afschrijvingsperiode korter worden dan de normale gebruiksduur van het goed. Het is een versnelde afschrijving.
- Het af te schrijven bedrag mag niet groter zijn dan de investeringswaarde of de kostprijs van de afschrijfbare elementen.
- De jaarlijkse degressieve afschrijving mag in geen geval meer dan 40 % van hun investeringswaarde of kostprijs bedragen.

4.3. Berekening van de degressieve afschrijvingen

Voor het belastbare tijdperk dat loopt bij de aanschaffing van het vaste goed, wordt het bedrag van de jaarlijkse degressieve afschrijving bepaald door op de investeringswaarde, ongeacht de datum, een percentage toe te passen dat niet meer dan het dubbele bedraagt van het lineaire afschrijvingspercentage dat overeenstemt met de normale gebruiksduur van dezelfde vaste activa.

Er moet als volgt worden gehandeld :
1į berekening van het lineaire afschrijvingspercentage op basis van de normale gebruiksduur van de afschrijfbare bestanddelen;
2į bepaling van het degressieve afschrijvingspercentage : maximum het dubbele van het lineaire percentage - het staat de belastingplichtige vrij het degressieve percentage van het eerste tijdperk te bepalen;
3į toepassing, voor het eerste boekjaar, van het percentage bepaald op de aanschaffingswaarde of de kostprijs;
4į toepassing voor ieder volgend jaar of boekjaar van het vastgestelde percentage op de boekwaarde van de afschrijfbare bestanddelen. De boekwaarde is gelijk aan de investeringswaarde verminderd met de verrichte en toegestane afschrijvingen.

4.4. Voorbeeld

Onderneming A heeft tijdens het boekjaar 1998 de volgens afschrijfbare goederen aangekocht :

februari : een vrachtwagen 1 800 euro afschrijfbaar op 5 jaar.

juni : een machine 1 500 euro afschrijfbaar op 7 jaar.

december : installatie 2 400 euro afschrijfbaar op 15 jaar.

De bedrijfsleider bepaalt de degressieve afschrijvingscoŽfficiŽnt op 1,5 maal het lineaire percentage voor de vrachtwagen en de machine en op twee maal het lineaire percentage voor de installatie.

  vrachtwagen (5 jaar) machine (7 jaar) installatie (15 jaar)
Aanschaffingswaarde   1.800,00   1.500,00   2.400,00
Afschrijving 1st boekjaar
1.800 * 30%
1.500 * 21%
2.400 * 14%
20 * 1,5 540,00
14 * 1,5

315,00

 
7 * 2

 
336,00
Boekwaarde   1.260,00   1.185,00   2.064,00
Afschrijving 2de boekjaar
1.260 * 30%
1.185 * 21%
2.064 * 14%
20 * 1,5 378,00
14 * 1,5

248,85

 
7 * 2

 
288,96
Restwaarde   882,00   936,15   1.775,04

4.5. Overgang van het degressieve stelsel naar de lineaire annuÔteit

Aangezien het niet logisch is de degressieve afschrijving toe te passen tot het normale einde van de gebruiksduur van het geÔnvesteerde goed, voorziet artikel 38 WIB 1992 in de mogelijkheid over te gaan van de degressieve afschrijving naar de lineaire afschrijving vanaf het boekjaar waarvoor de degressieve afschrijvingsannuÔteit kleiner is dan de lineaire annuÔteit.

4.6. Voorbeeld

We nemen opnieuw het voorbeeld hierboven voor de machines. Lineaire afschrijving 14 % = 210 / degressief 21 %.

afschrijfbare waarde afschrijving boekwaarde opmerking
1st boekjaar
2e boekjaar
3e boekjaar
4e boekjaar
5e boekjaar
6e boekjaar
7e boekjaar
21%
21% Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair
1.500,00
1.185,00
936,15
726,15
516,15
316,15
96,15
315,00
248,85
210,00
210,00
210,00
210,00
96,15
1.185,00
936,15
726,15
516,15
306,15
96,15
0
 * 21 %
936,15 * 21% =
196,59 <
1.500,00 * 14 % = 210,00 EUR

4.7. Boeking

In het advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen nr. 112.8 worden de fiscale bepalingen opgenomen die de afschrijving boven de economisch noodzakelijke afschrijving toelaten.

Dit advies legt evenwel niet de verplichting op het overschot van de fiscale afschrijvingen op de economische afschrijving te boeken onder de rubriek "6601 Uitzonderlijke afschrijvingen".

De boeking van het eerste boekjaar gebeurt als volgt :

6302 Dotaties aan de afschrijvingen op materiŽle vaste activa 315,00  
2309 aan Installaties, machines en uitrusting
- geboekte afschrijvingen
  315,00

4.8. De optie

De keuzemogelijkheid voor een boekjaar is beperkt tot de afschrijfbare bestanddelen die tijdens dit boekjaar werden verworven of samengesteld.

Deze keuze moet worden bekendgemaakt :
- door invulling van het formulier 328 K dat te verkrijgen is bij de fiscale administratie;
- dit formulier moet, ingevuld, binnen de voor de afgifte van de belastingaangifte gestelde termijn worden teruggestuurd;
- vergezeld van een overzicht met opgave van iedere groep van gelijkaardige bestanddelen afschrijfbaar tegen hetzelfde degressieve percentage.

4.9. Activa waarop geen degressieve afschrijvingen van toepassing zijn

Van de keuzemogelijkheid tot degressieve afschrijvingen zijn uitgesloten :
- de immateriŽle vaste activa met uitzondering van de investeringen in audiovisuele werken (art. 63 WIB 1992);
- auto’s, voertuigen voor dubbel gebruik en minibussen (art. 43 KB/WIB 1992);
- de vaste activa waarvan het gebruik aan derden is afgestaan door de belastingplichtige die de vaste activa afschrijft (art. 43 KB/WIB 1992);
- de bij de aankoop bijkomende kosten wanneer ze afzonderlijk van de aankoopprijs worden afgeschreven (art. 63 WIB 1992).

5. Versnelde afschrijvingen wegens bijzondere economische omstandigheden

5.1. Principe

Wanneer redelijkerwijs te voorzien is dat na een beperkt aantal jaren de welbepaalde investeringen geen bestaansreden meer zullen hebben, omdat de marktbehoeften, waarvoor ze werden gedaan, niet meer zullen bestaan, is er geen bezwaar dat ze worden afgeschreven op datzelfde beperkte aantal jaren.

5.2. Voorbeeld

Een aannemer koopt een speciale kraan aan voor een reeks werken waarvan hij weet dat ze na afloop hiervan geen nut meer zal hebben.

Om onder het speciale afschrijvingsstelsel te vallen, moet de onderneming een aanvraag daartoe richten aan de hoofdcontroleur en moet hij alle nuttige verantwoordingen indienen.

5.3. Boeking

Hoewel het een versnelde afschrijving door uitzonderlijke omstandigheden betreft, dient de last hiervan volledig op de normale afschrijvingsrekening te worden geboekt.

6302 Afschrijvingen op materiŽle vaste activa    
2309 aan Installaties, machines en uitrusting - geboekte afschrijvingen    

6. Financieel aspect

6.1. Principe

Daar de jaarlijkse afschrijving kasmiddelen genereert, heeft de gekozen afschrijvingsmethode een weerslag op de financiŽle situatie van de onderneming.

Er kunnen verschillende methoden worden toegepast, maar ze hebben elk een verschillende impact op de kostprijs, de kasmiddelen, het resultaat en de belasting.

De keuze van de afschrijvingsmethode is dus belangrijk. We zullen ons beperken tot een vergelijking tussen de lineaire en de degressieve afschrijving.

Bij de lineaire of constante afschrijving vermindert de waarde van het goed ieder jaar met een zelfde bedrag. Het toepasselijke percentage wordt bepaald volgens de geraamde levensduur van het goed.

Bij degressieve afschrijvingen wordt een vast percentage op de boekwaarde toegepast. Dit percentage is over het algemeen het dubbele van het lineaire afschrijvingspercentage.

6.2. Te investeren kapitaal

In een bedrijf gaan de investerings- en de financieringspolitiek samen.

Het kapitaal dat kan worden geÔnvesteerd, moet worden onderzocht op basis van :
- de omvang van de beschikbare eigen middelen enerzijds;
- de grootte en de duur van de aan te vragen lening anderzijds.

Tussen het eigen vermogen van de onderneming (nl. kapitaal en reserves) en de fondsen van derden dient een ratio te worden in acht genomen volgens de solvabiliteitsregel. De investering mag geen nefaste invloed hebben op deze verhouding van financiŽle onafhankelijkheid, wat een investeringspolitiek aanzienlijk bemoeilijkt.

6.3. Principes

Het gebruik van een afschrijvingsmethode moet gebaseerd zijn op een financiŽle noodzaak. De afschrijving en de terugbetalingspolitiek moeten gebaseerd zijn op de levensduur van het aangekochte goed.

AANGEKOCHTE GOEDEREN   LEVENSDUUR VAN DE GOEDEREN  
  <<------ | ------>>
  DUUR VAN DE AFSCHRIJVING   DUUR VAN DE TERUGBETALING VAN DE LENING

6.4. Voorbeeld

De vennootschap A koopt materieel ter waarde van 2.400 euro waarvan de gebruiksduur wordt geraamd op 8 jaar.

Er zijn verschillende hypothesen :

Eerste hypothese : maximum lening terug te betalen op 8 jaar.
- De vennootschap heeft te weinig beschikbare middelen. Ze vraagt en krijgt van de financiŽle instelling een lening voor de volledige kostprijs van het materieel - zijnde 2.400 euro - terug te betalen in 8 jaar.
- Door de toegepaste lineaire afschrijving wordt ieder jaar 2.400 : 8 = 300 euro aan de cash flow toegevoegd.
- Dit bedrag dient voor de terugbetaling van de leningsschijf voor hetzelfde bedrag.
- De financiŽle situatie van de onderneming lijdt hier niet onder.

Tweede hypothese : maximum lening terug te betalen op 5 jaar
- De vennootschap leent 2.400 euro, maar terug te betalen in 5 jaar.
- De lineaire afschrijving in 8 jaar is gelijk aan 300 euro.
- De jaarlijkse terugbetalingsschijf bedraagt 2.400 : 5 = 480 euro.
- Er ontbreekt dus 180 euro die zullen moeten onttrokken worden aan de onontbeerlijke fondsen voor de exploitatie-cyclus (aankopen goederen).
- De financiŽle situatie van de onderneming wordt hierdoor verstoord.

Derde hypothese : toegestane lening van 1. 600 euro (2/3) terug te betalen op 8 jaar.
- De vennootschap vraagt een lening van 2.400 euro, maar krijgt van de financiŽle instelling slechts 1.600 euro, terug te betalen in 8 jaar.
- Het saldo van 800 euro wordt gefinancierd door eigen middelen.
- De lineaire afschrijving bedraagt nog altijd 2.400 : 8 = 300 euro.
- De terugbetalingsschijf bedraagt 1.600 : 8 = 200 euro
- Het overschot op de kasmiddelen van 100 euro dient voor de samenstelling van het eigen kapitaal geÔnvesteerd in de operatie.

Vierde hypothese : toegestane lening van 2.000 euro, terug te betalen op 5 jaar.
- De vennootschap krijgt van de financiŽle instelling een lening voor een bedrag van 2.000 euro, terug te betalen in 5 jaar.
- De lineaire afschrijving bedraagt 2.400 : 8 = 300 euro
- De terugbetalingsschijf is gelijk aan 2.000 : 5 = 400 euro.
Daar het lineaire afschrijvingsbedrag van 300 euro niet voldoende is om de terugbetalingsschijf van de lening te dekken, noch om eigen middelen weder samen te stellen, zullen deze laatste pas kunnen worden samengesteld na de volledige terugbetaling van de lening (in 5 jaar). Door de degressieve afschrijvingsmethode te gebruiken kan de situatie worden rechtgezet. Percentage 12,5 % * 2 = 25 %.

    afschrijving
in EUR
terugbetaling van de lening weder-samenstelling kapitaal reserve tekort
1st jaar
2e jaar
3e jaar
4e jaar
5e jaar
6e jaar
7e jaar
25%
25%
25%
Lineair
Lineair
Lineair
Lineair
600,00
450,00
337,50
300,00
300,00
300,00
112,50
400,00
400,00
400,00
400,00
400,00
-
-
200,00
50,00
(62,50)
(100)
(100)
300,00
112,50
200,00
50,00
 
 
 
300,00
112,50
 
 
(62,50)
(100,00)
(100,00)
 
 
Totaal 2.400,00 2.000,00 400,00 662,50 262,50

Let wel

Het gebruik van de degressieve methode is hier ingegeven door een onevenwichtige financiŽle situatie en niet noodzakelijk door fiscale overwegingen. Het oneigenlijke gebruik van de degressieve methode kan op zijn beurt leiden tot financiŽle verstoringen ten gunste van fiscale besparingen.


Laatst gewijzigd op 19/04/2012 18:37:00