Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 100 - 15.06.01 - Facturatie van de verhuur van onroerende goederen

Editie n° 100 van 15 juni 2001

B.T.W. : facturering van de verhuur van onroerende goederen

1. Probleemstelling

In de regel is de belastingplichtige, BTW-ontvanger, met recht op aftrek, verplicht om een factuur af te leveren voor de leveringen van goederen en de dienstverleningen die hij verricht met klanten die geen natuurlijke personen zijn die uitsluitend handelen voor hun privé-gebruik.

Er zijn echter omstandigheden waarin de aflevering van een factuur steeds verplicht is, zelfs voor particulieren, met name het werk in onroerende staat.

Hoe zit het met de verhuur van onroerende goederen die vrijgesteld is van de belasting door toepassing van artikel 44, par. 3, 2° van het W.B.T.W.?

2. Principe

Wanneer een belastingplichtige, BTW-ontvanger, met recht op aftrek bovendien een verhuur van onroerende goederen verricht, is het afleveren van een factuur steeds verplicht wanneer de huurder geen natuurlijke persoon is die het gebouw voor privé-gebruik aanwendt.

Dat geldt ook voor iedere onderverhuur van onroerende goederen.

Het feit dat de verrichting door het voornoemde artikel 44 vrijgesteld is, heeft geen invloed, op voorwaarde dat de totaliteit van de uitgeoefende economische activiteit niet bestaat uit verrichtingen die allemaal vrijgesteld zijn door het voornoemde artikel (arts, advocaat, notaris, verzekeraar, etc.).

Voor een belastingplichtige die door het voornoemde artikel 44 volledig is vrijgesteld, verdwijnt de factureringsplicht immers voor het geheel.

Voorbeelden

Voor zover het een verhuur van onroerende goederen betreft, dienen de volgende verrichtingen vastgesteld te worden door een factuur opgemaakt door een belastingplichtige, BTW-ontvanger, met recht op aftrek:

  • de verhuur van een winkel, al dan niet in een winkelgalerij;
  • de verhuur van een gebouw dat bestemd is voor de exploitatie van een drankgelegenheid, een restaurant, een kapsalon, een verbruikzaal, een frituur, etc.
  • de verhuur van een kantoorgebouw voor om het even welk vrij beroep (arts, advocaat, architect, etc.);
  • de verhuur van een onroerend goed dat bestaat uit een opslagplaats;
  • de verhuur van een benzinestation bestemd voor de verkoop van brandstoffen;
  • de exclusieve verhuur van een sportinrichting (autocircuit, zwembad, sportterrein, etc.);
  • de verhuur van bouwland;
  • de huur van een expositiezaal.

3. Administratieve tolerantie

3.1. Noties

Voor wat betreft de verhuur van onroerende goederen die door artikel 44 van het W.B.T.W. is vrijgesteld, staat de belastingadministratie toe om de belastingplichtige te ontslaan van zijn plicht om een factuur af te leveren, wanneer gelijktijdig voldaan wordt aan de twee volgende voorwaarden.

3.2. Eerste voorwaarde

De verhuur van onroerende goederen mag geen deel uitmaken van een specifieke economische activiteit, hoofdzakelijk of aanvullend, van onroerende aard, vanwege de verhuurder.

Specifieke activiteiten van onroerende aard zijn met name de projectontwikkelaars en de immobiliënkantoren.

3.3. Tweede voorwaarde

Er dient verplicht een geregistreerde huurovereenkomst te bestaan.

4.Periodieke btw-aangifte

De bij artikel 44 van het W.B.T.W. vrijgestelde verhuur van onroerende goederen wordt niet vermeld in de maandelijkse of driemaandelijkse aangifte die door de belastingplichtige moet worden ingediend.

5.Jaarlijkse listing van de klanten- belastingplichtigen

Wanneer een belastingplichtige verplicht moet factureren, meer bepaald omdat hij de vrijstelling niet toepast of omdat hij niet in aanmerking komt voor een vrijstelling, moet de verhuur van onroerende goederen opgenomen worden in de jaarlijkse listing.

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:34:00
Navigatie
  • TERUG