Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 99 - 31.05.01 - De fiscale aangifte
fiscale aagifte

Edition n° 99 du 31 mei 2001

De fiscale aangifte

    Auteur:
    Georges Honoré
    Lid van de Nationale Raad

1. Wie moet een aangifte indienen bij de Administratie

Volgens artikel 305 van het W.I.B. 1992 moeten belastingplichtigen die zijn onderworpen aan de P.B. (personenbelasting), aan de Ven.B. (vennootschapsbelasting), aan de B.N.I. (belasting van niet-inwoners) of aan de R.P.B. (rechtspersonenbelasting) ieder jaar bij de Administratie der directe belastingen een aangifte indienen die voldoet aan de vorm- en termijnvoorwaarden.

Uit dit wetsartikel leiden we de volgende belangrijke aspecten af :


- het gaat om belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de belasting;
- ze moeten een aangifte indienen;
- die verplichting is jaarlijks;
- de aangifte moet voldoen aan vorm- en termijnvoorwaarden.

1.1. Natuurlijke personen

De natuurlijke personen die een aangifte moeten indienen, kunnen worden onderverdeeld in:

A. Rijksinwoners (formulier 276.1)

1. Personen die in België hun woonplaats of de zetel van hun fortuin hebben gevestigd.

2. Leden van de Belgische diplomatieke zendingen en consulaire posten.

3. Personen die in het buitenland verblijven omwille van de uitoefening van een betrekking bij een internationale instelling (of een dienstzending als militair).

B. Niet-rijksinwoners (B.N.I.-P.B.) (formulier 276.2)

Dit zijn de natuurlijke personen die geen Belgisch rijksinwoner zijn,

1. die gedurende het volledig belastbaar tijdperk een "tehuis" in België hebben behouden. De aangifte moet worden ingediend in de Belgische gemeente waar dat "tehuis" is gelegen;

2. die niet gedurende het volledig belastbaar tijdperk een "tehuis" in België hebben behouden en die de aangifte moeten indienen: 2a) hetzij op het C.T.K. Brussel "Buitenland"; 2b) hetzij op het C.T.K. Antwerpen, Brussel, Gent, Luik of Namen "Buitenland" indien de belastingplichtige in België over één of meer industriële, handels- of landbouwinrichtingen beschikt.

Voorbeeld

Niet-rijksinwoners die in België bezoldigingen van bestuurder ontvangen van een binnenlandse of buitenlandse kapitaalvennootschap (art. 30, 2e en art. 32 W.I.B. 1992) vallen onder de Controle "Buitenland" waarvan de Belgische gemeente afhangt waarin zich hetzij de maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of van beheer van de binnenlandse vennootschap, hetzij de enige of voornaamste inrichting van de buitenlandse vennootschap bevindt.

Toestand van echtgenoten

Gehuwde belastingplichtigen moeten een gezamenlijke aangifte indienen vanaf het belastbaar tijdperk dat volgt op het tijdperk waarin ze in het huwelijk zijn getreden. Ze moeten elk afzonderlijk een aangifte indienen, waarin ze hun inkomsten van het volledige jaar vermelden:

1. voor het jaar van het huwelijk

Voorbeeld: het huwelijk vindt plaats op 28 augustus 1999. Voor het aanslagjaar 2000 (ink. 1999) dienen ze geen gezamenlijke aangifte in. De echtgenoten worden fiscaal als alleenstaanden beschouwd.

2. voor het jaar van de ontbinding van het huwelijk

3. voor het jaar waarin de scheiding van tafel en bed heeft plaatsgevonden, zolang de echtgenoten zich niet terug hebben verzoend.

4. vanaf het jaar na dat waarin een duurzame feitelijke scheiding heeft plaatsgevonden.

Voorbeeld

De feitelijke scheiding vindt plaats op 15 oktober 1999. Voor het aanslagjaar 2000 (ink. 1999) moeten de echtgenoten nog een gezamenlijke belastingaangifte indienen. Doordat een dergelijke verplichting tot relatieproblemen leidt, aanvaardt de Administratie om de echtgenoten twee afzonderlijke belastingaangiften te sturen. Het belastbaar resultaat van het gezin wordt tijdens het jaar 1999 echter nog samengevoegd.

Bijzondere situaties

1. Overleden belastingplichtige

Als een belastingplichtige is overleden, valt het invullen van de aangifte onder de nalatenschap. De aangifteplicht wordt dan overgedragen aan zijn wettelijke erfgenamen, begiftigden of algemene legatarissen. Vaak gaat het om de langstlevende echtgenoot. Die echtgenoot moet zijn eigen inkomsten aangeven in een afzonderlijke aangifte.

2. Zieke belastingplichtige

In principe vormt ziekte geen overmacht die kan rechtvaardigen dat geen aangifte wordt ingediend.

3. Wettelijk onbekwame belastingplichtige (minderjarig, enz.)

De aangifteplicht geldt dan voor de wettelijke vertegenwoordiger (ouders, langstlevende ouder, voogd, enz.). Een belastingplichtige die niet kan lezen of schrijven, kan zijn aangifte laten invullen door een personeelslid van de taxatiedienst waar de aangifte moet worden ingeleverd.

4. Gefailleerde belastingplichtige

Het faillissement heeft niet tot gevolg dat de gefailleerde zijn hoedanigheid van belastingplichtige verliest. De curator van het faillissement beschikt over een gerechtelijk mandaat. Hij heeft echter niet de wettelijke verplichting om de aangifte van de gefailleerde in te dienen. Die verplichting rust bij de gefailleerde.

5. De belastingplichtige geeft een volmacht

De aangifte kan worden ingediend door een lasthebber, die dan van de lastgeving krachtens dewelke hij optreedt moet doen blijken, behalve indien de aangifte door een advocaat is opgesteld.

De lastgeving kan mondeling gegeven worden, maar moet worden bewezen of ten minste ingeroepen, zodat de Administratie de lasthebber kan ondervragen over het bestaan en de draagwijdte van de lastgeving.

Een aangifte die wordt ingevuld door een derde persoon, zonder geldige volmacht, wordt als onbestaande beschouwd. Wanneer de volmacht ontbreekt, wordt de aangifte nietig beschouwd en wordt de belastingplichtige gelijkgesteld met een niet-aangever.

6. Waarde van een aangifte die door een natuurlijke persoon wordt ingediend

De aangifte die de belastingplichtige heeft ingediend wordt vermoed juist te zijn. Een dergelijke aangifte heeft bewijskracht tot het bewijs van het tegendeel is geleverd.

1.2. Vennootschappen en andere rechtspersonen

Hiermee bedoelen we zij die onderworpen zijn aan de Ven.B., B.N.I en de R.P.B.

De toestand op de dag na balansdatum bepaalt de plaats van aangifte en aanslag.

Het gaat om :

1. binnenlandse vennootschappen die onderworpen zijn aan de Ven.B. en die de aangifte moeten opstellen op het formulier 276.1, alsook de gemeentespaarkassen;

2. rechtspersonen die onderworpen zijn aan de R.P.B. en niet aan de Ven.B. en die de aangifte moeten opstellen op het formulier 276.5;

3. buitenlandse vennootschappen die onderworpen zijn aan de B.N.I.-vennootschappen en die hun aangifte moeten opstellen op het formulier 275.2.

Om geldig te zijn, moet die aangifte worden verricht op het daartoe toegezonden formulier.

Burgerlijke vennootschappen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid die hun maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting, zetel van bestuur of beheer in België hebben, hoeven geen belastingaangifte in te dienen, evenmin als de illegaal opgerichte handelsvennootschappen, de landbouwvennootschappen die niet voor de Ven.B. opteren en de ESV en EESV.

Vaak is het regime van de bevrijdende voorheffing van toepassing. Ze zijn vrijgesteld van het indienen van een aangifte maar moeten toch een bewijskrachtige boekhouding voeren.

Vennootschappen in vereffening

Vennootschappen in vereffening blijven verplicht een aangifte in te dienen tot aan de sluiting van de vereffening.

De aangifteplicht rust bij de vereffenaars.

Deze verplichting geldt eveneens voor VZW’s en andere rechtspersonen die aan de R.P.B. zijn onderworpen en in vereffening werden gesteld.

Verschilt de datum van invereffeningstelling van de afsluitdatum van de rekeningen die in de statuten werd vastgesteld, dan moet een aangifte 275.1 worden opgesteld voor het belastbaar tijdperk dat loopt van de eerste dag die volgt op het vorig belastbaar tijdperk tot de datum van invereffeningstelling die kan worden aangetoond aan de hand van een uittreksel uit het Belgisch Staatsblad.

Gefailleerde vennootschappen

Na het vonnis van faillietverklaring blijft de juridische entiteit bestaan en kan ze nog belastbare inkomsten behalen. De aangifte wordt opgesteld door de vennootschap.

2. Wie moet de aangifte ondertekenen?

2.1. Personenbelasting

De aangifte moet worden ondertekend door de belastingplichtige of door een gevolmachtigde. Gehuwden moeten allebei het aangifteformulier ondertekenen. Deze regel is eveneens van toepassing wanneer slechts één van de echtgenoten belastbare inkomsten heeft behaald.

Het indienen van een aangifte met wezenlijke vormgebreken (bijvoorbeeld het ontbreken van de handtekening van de echtgenoot) wordt als een niet-aangifte beschouwd.

2.2. Vennootschapsbelasting

Het aangifteformulier moet worden gewaarmerkt, gedagtekend en ondertekend. Wordt de aangifte ondertekend door een lasthebber, dan moet hij doen blijken van de algemene of bijzondere lastgeving krachtens welke hij optreedt.

De aangifte kan echter alleen als ongeldig worden verklaard (vormgebreken) indien de belastingplichtige nalaat om ze binnen een termijn van 8 dagen geldig op te stellen. Die termijn wordt verleend door de Administratie wanneer ze de aangifte samen met een bericht 332C terugstuurt naar de belastingplichtige.

Plaats van indiening

Op te merken valt dat de maatschappelijke zetel vaak meer schijn is dan werkelijkheid.

In principe moet de aangifte ingediend worden bij de taxatiedienst van de plaats waar de maatschappelijke zetel is gelegen. Bevindt de maatschappelijke zetel zich echter niet op de plaats van de voornaamste inrichting, dan is die laatste bepalend voor de plaats van aangifte en aanslag.

De datum

Op de aangifte dient bij de handtekening de datum te worden vermeld.

Het ontbreken van een datum kan ertoe leiden dat de aangifte van gener waarde wordt beschouwd.

3. Welke bijlagen toevoegen?

3.1. Personenbelasting

De documenten waarvan in het formulier wordt gevraagd om ze toe te voegen, maken deel uit van de aangifte (b.v. betalingsattest van een levensverzekering, enz.).

Indien bepaalde documenten ontbreken, betekent dit niet dat de aangifte als ongeldig kan worden beschouwd.

Gaat het om kopieën, dan moeten ze eensluidend worden verklaard met het origineel. De andere bijlagen bij de aangifte moeten gewaarmerkt, gedateerd en ondertekend worden, tenzij ze uitgaan van derden.

3.2. Vennootschapsbelasting

De stukken, documenten, opgaven en inlichtingen die bij de aangifte moeten worden gevoegd, maken er deel van uit en zijn:

- de jaarrekening;
- het jaarverslag van het bestuursorgaan (indien verplicht);
- het controleverslag van de commissarissen (indien er zijn);
- de notulen van de algemene vergadering;
- de toepassing van de degressieve afschrijvingen (optie - formulier 328 K);
- de toepassing van de vrijgestelde waardeverminderingen op vorderingen en van de voorzieningen voor risico’s en kosten (staat 204.3);
- het formulier "Investeringsaftrek".

De afschriften van de jaarrekening, de verslagen en de notulen moeten eensluidend worden verklaard. De andere stukken (204.3 en 328 K) moeten worden gewaarmerkt, gedagtekend en ondertekend. Wanneer andere stukken dan de hiervoor vermelde ontbreken, wordt de aangifte niet als volledig en dus ongeldig beschouwd. De Administratie zal dan later de ontbrekende documenten opvragen in een "vraag om inlichtingen".

4. Termijn van indiening

4.1. Personenbelasting

De gewone termijn

De termijn van indiening van de belastingaangifte in de personenbelasting mag niet korter zijn dan een maand te rekenen vanaf de verzending van het formulier door de Administratie.

In principe is de uiterste datum waarop de belastingaangifte op de taxatiedienst moet aankomen, op het formulier vermeld.

De aangiftes kunnen :
- in een gefrankeerde omslag als een gewone brief verstuurd worden naar de taxatiedienst die op het formulier is vermeld;
- overhandigd worden op de taxatiedienst of aan de ambtenaar die met de ontvangst is belast.

Ongeldige aangiften die binnen de termijn werden ingediend, worden onmiddellijk teruggezonden naar de belastingplichtige, zodat hij ze kan verbeteren en tijdig terugsturen. Eventueel kan een bijkomende termijn van 8 dagen worden toegekend.

Geen enkele wetsbepaling staat toe dat na de gestelde termijn een aanvullende aangifte kan worden ingediend.

Wijzigingen die na de uiterste datum van indiening worden aangebracht aan de aangifte, worden beschouwd als een spontane rechtzetting van een aangifte waarvan de belastingplichtige impliciet erkent dat ze onjuist is.

Bijzondere termijnen

Overlijden van de belastingplichtige

Als de belastingplichtige overlijdt en de termijn die op het aangifteformulier is vermeld, niet is verlopen op de datum van het overlijden, gaat een nieuwe termijn van 5 maanden in vanaf die datum (zelfde termijn als op het stuk van de successierechten).

Wegvallen van de gronden van belastbaarheid

Belastingplichtigen waarvoor de gronden van belastbaarheid inzake P.B. of inzake B.N.I.-P.B. vóór 31 december zijn weggevallen, moeten aan de taxatiedienst waarvan ze afhangen een aangifteformulier aanvragen voor het gedeelte van het jaar vanaf 1 januari tot de datum waarop de gronden van belastbaarheid zijn weggevallen. Ze beschikken over een termijn van drie maanden.

Voorbeeld 1

Op 15 maart 2001 verlaat de heer Pieters België definitief. Hij behoudt geen enkele fiscale band met ons land. Voor het belastbaar tijdperk van 1 januari 2000 tot 31 december moet hij een gewone aangifte a.j. 2001 invullen. Voor het belastbaar tijdperk van 1 januari 2001 tot 31 maart 2001, moet hij een bijzondere aangifte 2001 invullen (die hij binnen drie maanden moet indienen). Aangezien hij geen enkele band meer heeft met België, is hij niet onderworpen aan de B.N.I.-P.B.

Voorbeeld 2

De situatie is dezelfde maar de heer Pieters behoudt een fiscale band met België. Hij vult de twee hogervermelde aangiftes in en wordt onderworpen aan de B.N.I.-P.B.

4.2. Vennootschapsbelasting

Algemene termijn - maximum 6 maanden

De termijn voor de terugzending van de belastingaangifte naar de taxatiedienst mag niet korter zijn dan één maand vanaf de datum waarop hetzij de jaarrekening, hetzij de rekening der ontvangsten en uitgaven is goedgekeurd. De termijn mag echter niet langer zijn dan zes maanden vanaf de datum waarop het boekjaar is afgesloten.

Voorbeeld

- Maatschappelijk boekjaar van 1.1.2000 tot 31.12.2000 - aanslagjaar 2001: de aangifte moet uiterlijk op 30 juni 2001 zijn ingediend;
- Maatschappelijk boekjaar van 1.10.1999 tot 30.9.2000 - aanslagjaar 2000 - de aangifte moet uiterlijk op 30 maart 2001 zijn ingediend.

Opdat de aangifte als tijdig ingediend zou worden beschouwd, is het niet voldoende dat ze binnen de wettelijke termijn wordt verstuurd. Ze moet ook binnen de gestelde termijn daadwerkelijk zijn aangekomen bij de bevoegde taxatiedienst.

Wat als de laatste dag van de termijn van indiening een zaterdag, zondag of feestdag is? De rechtsleer neemt over deze vraag geen unaniem standpunt in. Maar over het algemeen aanvaardt de Administratie om de termijn van indiening te verlengen tot de eerstvolgende werkdag.

Verlenging van de termijn om ernstige redenen

De taxatiedienst (hoofdinspecteur) kan een verlenging van de termijn toestaan om ernstige redenen (wanneer documenten verdwenen zijn door diefstal of brand, bij ernstige ziekte of bij overmacht).

Collectieve aanvragen tot verlenging van de termijn

Personen of vennootschappen die gespecialiseerd zijn in het invullen van aangiften van derden (erkende boekhouders (-fiscalisten), belastingconsulenten, accountants, enz.) kunnen aangiften indienen na de wettelijk termijn, wanneer het gaat om vennootschappen, of na de algemene termijn die de Administratie voor natuurlijke personen heeft vastgesteld, onder de hierna volgende voorwaarden :

- de vennootschap moet voorafbetalingen hebben verricht (ten minste 75 % van de Ven.B. die verschuldigd was voor het vorig aanslagjaar);
- de aanvrager en de belastingplichtigen mogen geen overtredingen hebben begaan tijdens de twee vorige aanslagjaren;
- het uitstel moet redelijk zijn en de uiterste datum mag niet na 30 september vallen;
- de aanvraag moet worden ingediend binnen de aanvankelijk vastgestelde termijn voor het indienen van de aangiften;
- de aanvraag moet in drievoud worden opgesteld volgens een bepaald model - en per taxatiedienst.

Laattijdige aangifte

Een aangifte kan laattijdig worden verklaard:
- wanneer ze werd verstuurd op de laatste dag van de termijn en de volgende dag is aangekomen;
- wanneer ze tijdig bij de post werd ingeleverd, maar laattijdig is aangekomen door vertraging bij de post.


Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:34:00
Navigatie
  • TERUG