Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 99 - 31.05.01 - Kapitaal vennootschap verhogen ofwel omzetting naar BVBA
Kapitaal nv

Edition n 99 du 31 mei 2001

Uiterlijk 30 juni 2001 : kapitaal NV naar 2.500.000 BEF of omzetting naar BVBA (1)

    Auteur:
    Jos Haustraete
    Lid van de Nationale Raad

Enkel in Belgi hebben naamloze vennootschappen bijzonder veel succes. In onze buurlanden daarentegen hecht men veel meer belang aan de vennootschapsvorm die het best past bij het type onderneming. Vr 1992 werd in kapitaalvennootschappen (b.v. NV) de vergoeding van de leningen, toegestaan door de aandeelhouders of bestuurder, inderdaad als een "intrest" belast zoals de inkomsten uit kasbons, obligaties, spaarboekjes, enz. zoals voor de meerderheid van de Belgen.

Voor diezelfde soort leningen werden daarentegen bij personenvennootschappen (b.v. V.O.F., BVBA, Comm.V) steeds twee belastingen (nl. vennootschapsbelasting en roerende voorheffing) gend, zoals dit vandaag nog steeds het geval is met dividenden, betaald door personen- en/of kapitaalvennootschappen.

Sinds 27 maart 1992 is de discriminatie tussen personen- en kapitaalvennootschappen op dit gebied weggewerkt. Het fundamentele, nog bestaande verschil, nl. de naamloosheid van de aandelen, blijkt een zogenaamd pluspunt, dat ons inziens eigenlijk binnen de meeste KMO’s eerder negatief werkt. Vergeten wij niet dat in Belgi 98 % van de ondernemingen tot de KMO’s behoort en dat dit percentage zelfs tot 99 % stijgt in de Verenigde Staten.

Frequent wordt de mogelijke naamloosheid van de aandelen geciteerd als pro-argument. Evenwel toch enkele bedenkingen :

  • Indien het kapitaal aangepast wordt naar 2.500.000 BEF of (wellicht) 61.500 EUR, heeft men slechts aan zijn minimale verplichting voldaan. Deze bedragen zijn m.a.w. geen indicator voor de ernst waarmee de betrokken bedrijfsleiding de vennootschap in optimale banen wil leiden. De vorm van de naamloze vennootschap is immers voorbehouden aan grotere concerns, die zich meestal zouden schamen met een dergelijk laag kapitaal.
  • De problematiek lijkt typisch Belgisch : in Nederland ziet men vooral de BV (Besloten Vennootschap, die in Belgi BVBA heet) en in Duitsland de GmbH (Gesellschaft mit beschrnkter Haftung) en eerder uitzonderlijk de NV of de AG (Aktiengesellschaft).
  • Zowel de rechtsleer als de fiscale rechtspraak (nl. Brussel, 23 mei 1996) is niet zo enthousiast over de zgn. "spookaandelen" : ondanks dat slechts een minderheid van de aandelen jaarlijks op de algemene vergadering verschijnt en dat steeds dezelfde bestuurders actief blijven, is het niet zo evident dat een onbekende meerderheid van aandeelhouders nooit en nergens te zien is of ageert.
  • Een uitgebreider formalisme is eigen aan grote vennootschappen : jaarlijkse oproeping voor de algemene vergadering via de media. Bij een statutenwijziging, die alle vennootschappen moeten doorstaan hetzij vr 30 juni 2001, hetzij vr 6 februari 2004 zijn de formaliteiten soms nog uitgebreider.

  • Indien men aan de NV, een typisch "open" vennootschap, toch een besloten karakter wenst te geven, zijn nauwkeurig geredigeerde nevencontracten een noodzaak.
  • Er is meldingsplicht, nl. een voorafgaande controle voor concentraties met een zekere dimensie. Het verwerven van een controleparticipatie door grote ondernemingen is aldus onderworpen aan het toezicht van de Belgische Raad voor Mededinging en de Europese Commissie.
  • Het feit dat aandelen op naam de kwalificatie als "eigen goed" toelaten, is in de praktijk soms zeer praktisch.
  • Waar elders ter wereld dan in Belgi kan een controlerende aandeelhouder zomaar in de anonimiteit verdwijnen?
  • Impliceert de mogelijkheid van twee bestuurders indien er slechts twee aandeelhouders zijn niet dat alle aandelen moeten bekend zijn?
  • Een vennootschap leeft via haar organen, die ook moeten "werken". Binnen de NV zijn dit de raad van bestuur en de algemene vergadering terwijl in de meeste BVBA’s een algemene vergadering volstaat. Des te minder aandeelhouders des te minder de neiging bestaat om de raad van bestuur bijeen te roepen en van dit gebeuren een verslag te maken met de mogelijke gevolgen van dien.
  • Vergeten wij tenslotte niet dat vanaf 6 februari 2001 alle KMO-naamloze vennootschappen melding moeten maken van de tegenstrijdige belangen in een stuk, dat samen met de jaarrekening moet worden neergelegd. Behoudens in de eenhoofdige BVBA en de BVBA met een college van zaakvoerders, geldt dit niet voor die BVBA’s die in de praktijk wel het meest voorkomen : een BVBA zonder college van zaakvoerders.

    Ook de evolutie binnen de fiscale wet gaat in een duidelijke richting. Wij citeren :

    • Bepaalde vennootschappen kunnen genieten van verlaagde tarieven, indien de meerderheid van de aandeelhouders natuurlijke personen zijn. Wordt de naamloosheid van de aandelen hier niet aangetast, alhoewel de bewijslast hiervan wel bij de fiscus ligt?
    • Inzake investeringsaftrek moet de belastingplichtige daarentegen bewijzen dat meer dan 50 % van de aandelen eigendom is van de natuurlijke personen.
    • In het kader van "tekenen en indicin" gelden, sinds 1 januari 1991, alleen de aan- en verkoopborderellen op naam als tegenbewijs voor de fiscale administratie.
    • Bij de BVBA is het verlaagd registratierecht van 1 % mogelijk (mits bepaalde voorwaarden), indien de vennootschap geliquideerd wordt en er onroerende goederen aanwezig zijn, terwijl dit toch 12,50 % betreft voor een NV.
    • De roerende voorheffing van 25 % wordt verlaagd naar 15 % enkel en alleen voor kapitalen die gestort zijn na 1 januari 1994 en indien de aandelen op naam zijn.

    Conclusie

    Personenvennootschappen, nl. de V.O.F., Comm.V en BVBA, hebben, vooral binnen de KMO-sfeer, zeker hun waarde. Naast het voorgaande is er bovendien rekening te houden met volgende positieve punten :

    • De principile verplichting tot pluraliteit in het bestuur van een NV t.o.v. een mogelijk eenhoofdig bestuursorgaan in de BVBA : de mogelijkheid van n zaakvoerder, die voor onbepaalde duur of in de statuten zelfs voor het leven kan worden benoemd.
    • De wettelijke regels i.v.m. het besloten karakter, nl. de (on)overdraagbaarheid van de aandelen. Naast het bezit kan ook het beleid van de vennootschap vooraf in perfecte banen worden geleid.
    • Het minimumkapitaal is beperkt tot 750.000 BEF. Ons inziens getuigt het van een meer gemotiveerde keuze indien het kapitaal van een BVBA gesteld wordt op bijvoorbeeld 1.500.000 BEF. Een kapitaal van 2.500.000 BEF bij de NV wijst er enkel op dat men slechts bereid was om de minimumprijs te betalen.
    • De BVBA is bovendien de enige vennootschapsvorm waarbij het desnoods mogelijk is om met n vennoot actief te zijn.

    Onze conclusie is duidelijk : in plaats van gedwee het kapitaal te verhogen naar 61.500 euro getuigt het ons inziens van een meer alerte visie indien volgende initiatieven op korte termijn genomen worden : omzetting van NV naar BVBA, een "aanzienlijke" verhoging van het kapitaal uit de reserves, omzetting naar euro en aanpassing van de statuten aan het nieuwe Wetboek van Vennootschappen. Lazen wij niet dat n van de grootste Belgische ondernemingen recentelijk de BVBA-vorm aannam? Worden dochters van Amerikaanse moeders niet frequent als BVBA opgericht? Waarom blijven bepaalde Belgische KMO’s daarentegen liefst waarde hechten aan een vorm, die eigenlijk niet bij hun onderneming past?

    Het is een kwestie van snel wezen want de omzetting vereist een tussentijdse staat daterend van maximum drie maanden en bovendien is een notaris te zoeken, die de akte vr 30 juni 2001 kan verlijden indien het kapitaal van de NV nog niet op 2.500.000 BEF werd gebracht.

    ______________

    (1) De bovenstaande ideen werden overgenomen in het artikel "Tijd is rijp voor omvorming NV naar BVBA" in de Financieel Economische Tijd van 20 april 2001 geredigeerd door de heer Kris Barrezeele.

    Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:34:00