Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 97 - 30.04.01 - Investeringsgoederen voor gemengd gebruik ...
Investeringsgoederen

Editie n° 97 van 30 april 2001

Investeringgoederen voor gemengd gebruik buiten de BTW-sfeer - Arrest BAKSCI

1. Probleemstelling

Een belastingplichtige, onderworpen aan de BTW en met recht tot aftrek, koopt een investeringsgoed dat bestemd is voor beroepsgebruik ten belope van 70 % en voor privé-gebruik ten belope van 30 %.

Daarbij rijzen verscheidene vragen.

1.1. Welk recht op aftrek kan de belastingplichtige laten gelden op de BTW die geheven wordt op de verwerving?

1.2. Wat is de verschuldigde en/of aftrekbare BTW voor het beroeps- en privé-gebruik van dat investeringsgoed?

1.3. Mag het investeringsgoed voor gemengd gebruik volledig ten privaten titel afgehouden worden? Zo ja, wat zijn daarvan de implicaties?

1.4. Wat zijn de belastbare grondslagen bij de wederverkoop van dat investeringsgoed?

1.5. Zijn er varianten wanneer de belastingplichtige bij de verwerving van het investeringsgoed geen recht op aftrek heeft doordat hij het goed aankocht bij een particulier?

Deze problematiek inzake BTW wordt geanalyseerd in het licht van een recent arrest (Bakcsi) van het Europees Hof van Justitie van 8 maart 2001.

We vermelden dat dit arrest betrekking heeft op de toepassing van de zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde - uniforme grondslag (PB L 145 p. 1)

Zij is van rechtswege van toepassing op de Belgische wetgeving.

2. Herinnering van de fundamentele regels

2.1. Belastingplichtige "als zodanig"

2.1.1. Een belastingplichtige moet "als zodanig" handelen opdat een handeling zou kunnen onderworpen worden aan de BTW.

2.1.2. Een belastingplichtige die een handeling verricht ten private titel handelt niet "in de hoedanigheid van belastingplichtige".

2.1.3. Een handeling die ten private titel wordt verricht door een belastingplichtige is niet onderworpen aan de BTW.

2.2. Privé-vermogen en beroepsvermogen

2.2.1. Een belastingplichtige die een deel van een goed wil behouden in zijn privé-vermogen kan dit uit de BTW-sfeer houden. De belastingplichtige heeft de keuze om het deel van een goed dat bestemd is voor privé-gebruik al dan niet in zijn onderneming in te brengen.

2.2.2. Deze keuzemogelijkheid doet geen afbreuk aan de regel volgens dewelke de investeringsgoederen, die nu eens voor beroepsdoeleinden en dan eens voor privé-doeleinden worden gebruikt, niettemin mogen worden behandeld als bedrijfsgoederen, waarop de BTW in principe volledig aftrekbaar is.

2.2.3. Een belastingplichtige die een investeringsgoed verwerft om het afwisselend voor beroepsdoeleinden en voor privé-doeleinden te gebruiken, kan het volledig in zijn privé-vermogen behouden en het aldus volledig uit het BTW-systeem sluiten.

2.2.4. De keuze voor een belastingplichtige tussen de bestemming voor het privé-vermogen en de volledige of gedeeltelijke bestemming voor het beroepsvermogen, kan gebaseerd zijn op verscheidene elementen, waaronder het feit dat hij in ieder geval niet gerechtigd is om de BTW af te trekken ingeval van een aankoop bij een particulier.

2.2.5. De vraag of de belastingplichtige het investeringsgoed ook effectief gebruikt hetzij voor professionele hetzij voor privé-doeleinden, dient slechts in aanmerking te worden genomen om de bestemming van dit investeringsgoed te bepalen wanneer de belastingplichtige het recht opeist om geheel of gedeeltelijk de BTW af te trekken die hij op de aankoop heeft betaald. In dergelijk geval dient te worden bepaald of de belastingplichtige het goed ten minste gedeeltelijk "als zodanig" heeft verworven, d.w.z. ten behoeve van zijn economische activiteit.

Dit is een feitenkwestie die moet worden beoordeeld in het licht van alle gegevens van het geval, waaronder de aard van de goederen en hun gebruik voor de economische activiteiten van de belastingplichtige.

2.2.6. Een goed voor gemengd gebruik (in dit geval 70 procent voor professioneel gebruik en 30 procent voor privé-gebruik) kan door een belastingplichtige volledig worden bestemd voor zijn privé-vermogen.

2.2.7. De keuze van de belastingplichtige om een goed, dat werd gekocht van een particulier en waarvan de verwerving dus geen recht op aftrek geeft, te bestemmen voor zijn beroepsvermogen, kan niet resulteren uit het feit dat hij het recht uitoefent op aftrek van de BTW die wordt geheven op de aan dit goed verbonden uitgaven, zoals de herstellingen. Immers, de bestemming van een investeringsgoed bepaalt de toepassing van het BTW-systeem op het voorgaande goed zelf, en niet op de goederen en diensten die worden gebruikt voor de exploitatie en het onderhoud ervan.

2.2.8. Het recht op aftrek van de BTW op de goederen en diensten in het kader van de exploitatie en het onderhoud van het investeringsgoed, is een afzonderlijke kwestie. Dat recht hangt namelijk af van de band tussen deze goederen en diensten en de belaste handelingen van de belastingplichtige.

Daaruit volgt dat het fiscale regime, dat toepasselijk is op de levering van een investeringsgoed, moet losgekoppeld worden van dat van de belastbare uitgaven die worden gedaan met het oog op de exploitatie en het onderhoud ervan.

2.3. Aftrekbaarheid van de BTW - professioneel en privé-gebruik

2.3.1. Wanneer een belastingplichtige beslist om een investeringsgoed, ondanks het gemengd gebruik (beroeps- en privé-doeleinden), volledig in zijn privé-vermogen te houden, is geen enkel deel van de BTW op de verwerving aftrekbaar.

2.3.2. Wanneer een goed dat bestemd is voor de onderneming recht heeft gegeven op volledige of gedeeltelijke aftrek van BTW, wordt het gebruik ervan voor privé-doeleinden van de belastingplichtige of van zijn personeel of voor doeleinden die vreemd zijn aan de onderneming, gelijkgesteld met een levering van diensten ten bezwarende titel. Het wordt belast op basis van het bedrag van de verschuldigde uitgaven voor de prestatie van de diensten.

2.3.3. Indien daarentegen een belastingplichtige heeft gekozen om een investeringsgoed volledig in zijn privé-vermogen te houden en dus niet het recht heeft gehad op aftrek van de BTW die werd betaald op de aankoop, is het gebruik van dat goed ten behoeve van zijn onderneming niet onderworpen aan de BTW.

2.4. Latere verkoop van het investeringsgoed

2.4.1. De belastingplichtige die een goed dat bestemd is voor de onderneming verkoopt, handelt beroepsmatig en bijgevolg "in de hoedanigheid van belastingplichtige".

2.4.2. Wanneer een belastingplichtige heeft gekozen om een investeringsgoed, dat hij afwisselend voor beroepsdoeleinden en privé-doeleinden gebruikt, volledig in zijn beroepsvermogen te houden, is de verkoop van dit goed volledig onderworpen aan de BTW.

Dat geldt onafhankelijk van het feit dat de belastingplichtige de BTW op de verwerving van dat goed niet heeft kunnen aftrekken omdat het werd gekocht van een particulier.

2.4.3. Wanneer de belastingplichtige slechts het deel van het goed dat voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt, heeft bestemd voor zijn beroepsvermogen, is uitsluitend de verkoop van dat deel onderworpen aan de BTW.

2.4.4. Het feit dat het goed tweedehands werd gekocht van een niet-belastingplichtige en dat de belastingplichtige koper niet gerechtigd was om de daarop geheven "overblijvende" BTW af te trekken, is niet relevant. Als het een goed betreft dat volledig of gedeeltelijk voor de onderneming is bestemd, is de verkoop een belastbare levering ten belope van het beroepsgedeelte.

2.5. Onttrekking van een investeringsgoed voor privé-doeleinden of voor de privé-doeleinden van zijn personeel of voor doeleinden die vreemd zijn aan de onderneming

2.5.1. De belastingplichtige kan het goed onttrekken voor deze doeleinden.

Deze onttrekking is gelijkgesteld met een levering ten bezwarende titel, wanneer het goed recht heeft gegeven op de volledige of gedeeltelijke aftrek van de BTW.

Het doel van deze aanslag bestaat namelijk in het verzekeren van de gelijkheid tussen de belastingplichtige die een goed onttrekt aan zijn onderneming en de niet-belastingplichtige die hetzelfde goed koopt.

Deze bepaling verhindert dat een belastingplichtige, die de BTW op de aankoop van een goed bestemd voor zijn onderneming heeft kunnen aftrekken, ontsnapt aan de betaling van BTW wanneer hij dat goed onttrekt aan zijn beroepsvermogen ten gunste van zijn privé-vermogen. Anders zou hij een onrechtmatig voordeel genieten in vergelijking met de koper, die geen recht op aftrek heeft en hetzelfde goed verwerft met BTW.

2.5.2. Wanneer de belastingplichtig aldus een goed heeft onttrokken aan zijn onderneming en, in voorkomend geval, de BTW op de onttrekking heeft betaald omdat het goed recht heeft gegeven op een volledige of gedeeltelijke aftrek van de BTW, kan deze belastingplichtige naar believen en vrij over dit goed beschikken.

2.5.3. Wanneer de belastingplichtige niet gerechtigd was om de "overblijvende" BTW op het goed van de onderneming af te trekken, omdat het tweedehands werd gekocht van een niet-belastingplichtige, moet dat goed worden beschouwd alsof het geen recht op aftrek van BTW heeft gegeven. De bovenvermelde onttrekking wordt buiten beschouwing gelaten en de heffing is uitgesloten.

2.5.4. In de veronderstelling dat de belastingplichtige vervolgens het goed verkoopt, verricht hij een handeling ten privaten titel en niet "in de hoedanigheid van belastingplichtige".

Deze verkoop is uit het BTW-systeem gesloten en bijgevolg niet belastbaar.

Deze stelling stemt overeen met de doelstelling van gelijkheid van behandeling die wordt nagestreefd door de bovenvermelde onttrekking (zie 2.5.1.).

Tegenovergesteld zou de taxatie van het goed als gevolg van de vroegere verkoop een dubbele aanslag meebrengen die in strijd is met het principe van de fiscale neutraliteit dat eigen is aan het gemeenschappelijk BTW-regime.

3. Overzicht van de aftrekken en gebruiken Investeringsgoed :

70 % beroepsgebruik en 30 % privé-gebruik

100 % BEROEPS-VERMOGEN
(! 30 % privé)
100 % PRIVE-VERMOGEN
(! 70 % beroeps)
GEMENGD
70% beroeps
30 % privé
AFTREK BTW OP VERWERVING (principe)
JA
(1)
NEEN
(2)
NEEN
(1)
NEEN
(2)
JA
(1)
NEEN
(2)
TOTAAL
(3)
GEEN GEEN GEEN 70 %
(3)
GEEN
AFTREK BTW OP KOSTEN VOOR EXPLOITATIE, ONDERHOUD, enz.
TOTAAL
(3) (4)
70 %
(3) (5)
70 %
(3) (5)
AANSLAG VOOR PRIVE GEBRUIK (zie 2.3.2)
BTW OP VERSCHULDIGDE
UITGAVEN (6)
GEEN AANSLAG
(7)
GEEN AANSLAG
(8)

(1) Recht op totale of gedeeltelijke aftrek van de BTW geheven op de verwerving in de mate van de bestemming voor het beroepsvermogen. Geen aftrek in de mate van een bestemming voor het privé-vermogen. (Zie 2.2.1. tot 2.2.8.)

(2) Geen recht op aftrek van de "overblijvende" BTW (verkoop door een niet-belastingplichtige, belasting in het marginale regime, enz.)

(3) Voor auto’s blijft de aftrekbeperking van 50 % in België behouden.

(4) De totaliteit van de exploitatiekosten (verbruik, onderhoud, enz.) is aftrekbaar, inbegrepen het deel dat betrekking heeft op het privé-gebruik (zie 2.3.2.)

(5) De aftrekbaarheid geldt voor alle exploitatiekosten in het raam van het beroepsgebruik. De kosten voor het privé-gebruik worden vanaf de verwerving geheel of gedeeltelijk uit de aftrek gesloten in de mate van de bestemming voor privé-gebruik

(6) De maatstaf van heffing bestaat uit de verschuldigde uitgaven die worden gemaakt om de prestatie voor privé-doeleinden te kunnen leveren.

(7) De belasting op beroepsgebruik is niet voorzien door de BTW-wetgeving. De aanslag op het privé-gebruik is uitgesloten wanneer het goed geen recht op aftrek heeft verleend bij de verwerving (volledige bestemming voor het privé-patrimonium).

(8) Indien de aftrek uitsluitend op het beroepsgedeelte betrekking heeft gehad, is geen enkele uitgave verschuldigd voor privé-gebruik.

4. Overzicht van de onttrekkingen en latere verkopen

Zelfde bestemming : 70 % beroepsgebruik en 30 % privé-gebruik

100 % BEROEPS-VERMOGEN
(! 30 % privé)
100 % PRIVE-VERMOGEN
(! 70 % beroeps)
GEMENGD
70% beroeps
30 % privé
AFTREK BTW OP VERWERVING (principe) idem tabel 3
JA
(1)
NEEN
(2)
NEEN
(1)
NEEN
(2)
JA
(1)
NEEN
(2)
TOTAAL
(3)
GEEN GEEN GEEN 70 %
(3)
GEEN
TOTALE ONTTREKKING VOOR PRIVE-GEBRUIK (zie 2.5)
B.T.W. OP TOTALE WAARDE OP OGENBLIK VAN ONTTREKKING
(4) (7)
GEEN BTW
(5) (7)
BTW OP BEROEPS-GEDEELTE VAN 70%
(6) (7)
VERKOOP ZONDER VROEGERE TOTALE ONTREKKING VOOR PRIVE-DOELEINDEN
BTW OP TOTALE PRIJS
(8)
GEEN BTW
(9)
BTW OP DE BEROEPS-GEDEELTE VAN 70%
(10)

(1) Recht op totale of gedeeltelijke aftrek van de BTW geheven op de verwerving in de mate van de bestemming voor het beroepsvermogen. Geen aftrek in de mate van een bestemming voor het privé-vermogen. (Zie 2.2.1. tot 2.2.8.)

(2) Geen recht op aftrek van de "overblijvende" BTW (verkoop door een niet-belastingplichtige, belasting in het marginale regime, enz.)

(3) Voor auto’s blijft de aftrekbeperking in België behouden.

(4) Aangezien het goed volledig werd bestemd voor het beroepsvermogen heeft het normaliter recht gegeven op een totale aftrek.

In de mate de aftrek beperkt zou geweest zijn (b.v. 50 % voor auto’s) moet de taxatie enkel de BTW-heffing herberekenen die ten laste zou zijn gevallen van een persoon zonder recht op aftrek.

In België is dan de belastbare grondslag verminderd met de helft, in de mate dat deze beperking van de aftrek van toepassing was op het ogenblik van de verwerving. Als het goed geen enkel recht op aftrek heeft verleend (aankoop van een particulier, enz.) is heffing volledig uitgesloten.

(5) Aangezien het goed zich reeds volledig in het privé-vermogen bevindt, is geen enkele heffing mogelijk.

(6) De belastingplichtige handelt "als zodanig" enkel voor het beroepsgedeelte, hetzij 70 %, terwijl de 30 % reeds privé waren en dus ook blijven.

In België dient, wanneer het goed voor beroepsdoeleinden maar voor de helft recht op aftrek heeft gegeven, de aanslag beperkt te worden tot de helft (zie 2.5.).

(7) Bij een latere herverkoop is de verkoper geen belastingplichtige "als zodanig". Bijgevolg ontsnapt deze wederverkoop in het geheel aan de BTW

(8) Aangezien het een belastingplichtige "als zodanig" betreft voor de totaliteit van het goed, wordt de BTW geheven op de totaliteit. Het feit dat een beperking op de aftrek werd toegepast of dat geen enkele aftrek mogelijk is geweest wegens de aankoop bij een particulier, heeft geen invloed.

(9) Het goed maakt niet deel uit van het beroepsvermogen. De verkoop is dus geen handeling van een belastingplichtige "als zodanig" maar wel een handeling van een particulier.

(10) De belastingplichtige handelt slechts "als zodanig" voor de 70 % beroepsgedeelte. Alleen dat gedeelte is belastbaar.

***


Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:34:00
Navigatie
  • TERUG