Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 96 - 15.04.01 - De BTW in Belgische frank en euro

Editie nr 96 du 15 april 2001

BTW in Belgische frank en euro

In 2002 zal de EURO definitief de Belgische frank vervangen.
Sommige verplichtingen en toepassingsmodaliteiten van de B.T.W. zijn gebonden aan bedragen in geld.
Op dit ogenblik zijn deze bedragen opgesteld in Belgische frank.
Bij de overgang naar de EURO, zullen de in Belgische frank uitgedrukte waarden niet automatisch worden omgezet in de waarde van 1 EURO = 40,3399 BEF.

In de tabel hieronder vermelden wij de meest courante EURO-waarden, die in 2002 van toepassing zijn (Belgisch Staatsblad van 31 augustus 2001).

De verwijzingen geven een korte commentaar van de toepasselijke wetgeving.

B.T.W.-WETGEVING BEDRAGEN VOOR 01.01.2002
IN BEF
BEDRAGEN OP 01.01.2002
IN EUR
Intracommunautaire
Aankopen groep van vier
Drempel in België (1)
450.000 11.200,00
Geschenken van lage waarde
Aftrek(2)
500 12,50
Belastingskrediet
Minimum terug te betalen bedrag op het eind van het jaar(3)
10.000 245,00
Belastingskrediet
Minimum terug te betalen bedrag in de loop van het jaar
Driemaandelijkse aangiften (4)
25.000 615,00
Belastingskrediet
Minimum terug te betalen bedrag in de loop van het jaar
Maandelijkse aangiften (5)
60.000 1.485,00
Belastingskrediet
Minimum terug te betalen bedrag elke maand
Maandelijkse aangiften (6) (7)
(6) 10.000
(7) 500.000
245,00
12.390,00
Driemaandelijkse aangiften
Maximum jaarlijks omzetcijfer (8)
20.000.000 500.000,00
Factuur
Aflevering verplicht
Automobielsector(9)
2.500 62,00
Forfait
Maximaal jaarlijks omzetcijfer (10)
20.000.000 500.000,00
Franchise
Maximum jaarlijks omzetcijfer (11)
225.000 5.580,00
Ontvangstenboek
Aparte inschrijving (12)
10.000 250,00
televerkoop
Drempel in België (13)
1.500.000 35.000,00

(1) De niet-belastingplichtige rechtspersonen, de belastingplichtigen die vrijgesteld zijn door artikel 44 van het W.B.T.W., de landbouwexploitanten die onderworpen zijn aan het bijzonder regime van hun sector, en de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan het regime van de franchise vormen de groep van vier.
Deze personen zijn Belgische B.T.W. verschuldigd wanneer zij bepaalde intracommunautaire aankopen doen in België, voorbij deze drempel, exclusief B.T.W., jaarlijks.
Zodra deze drempel overschreden is, moeten zij bijzondere driemaandelijkse periodieke aangiften indienen om de (verschuldigde en niet-aftrekbare) Belgische B.T.W. te vereffenen op hun intracommunautaire aankopen, voor de rest van het lopende kalenderjaar bij overschrijding van deze drempel, alsook elk volledig kalenderjaar dat volgt.

(2) Elke aftrek van B.T.W. moet opgeheven worden voor het geschenk dat deze waarde bereikt, exclusief B.T.W.

(3) Als alle andere voorwaarden vervuld zijn (inzake deposito, betaling, aanvraag in de aangifte, enz.), wordt het belastingkrediet dat door een belastingplichtige wordt vrijgemaakt die periodieke, maandelijkse of driemaandelijkse aangiften indient, op het eind van het jaar slechts terugbetaald indien het belastingkrediet het bedrag bereikt dat bepaald is na afloop van de aangifte van de maand december of van het vierde trimester van het jaar.

(4) Als alle andere voorwaarden vervuld zijn (inzake deposito, betaling, aanvraag in de aangifte, enz.) wordt aan een belastingplichtige die driemaandelijkse aangiften indient het krediet van de vrijgemaakte belasting terugbetaald, bij de aangiften met betrekking tot de eerste drie trimesters, wanneer het belastingkrediet het bedrag bereikt dat na afloop van elk van de trimesters beoordeeld wordt.

(5) Als alle andere voorwaarden vervuld zijn, wordt aan een belastingplichtige die maandelijkse aangiften indient, het vrijgemaakte belastingkrediet terugbetaald bij de gecombineerde aangiften van het trimester (januari + februari + maart), (april + mei + juni), (juli + augustus + september), wanneer het belastingkrediet dat bedrag bereikt na afloop van elk van de eerste drie trimesters van het jaar.

(6) (7) Mits zij bijzondere toestemming verkrijgen, kunnen de belastingplichtigen die maandelijkse aangiften indienen, wanneer zij verrichtingen realiseren met betrekking tot het omzetcijfer die vrijgesteld zijn door de artikels 39, 39bis, 39ter, 39 quater, 40, 41, en 42 van het W.B.T.W. (uitvoer, intracommunautaire leveringen, internationale goederentransporten, enz.) voor minstens 30 % van hun omzet, maandelijks de terugbetaling verkrijgen van hun belastingkredieten.

Daarbij moet evenwel het bedrag van het belastingkrediet op het eind van elke maand de minimumwaarde bereiken die vermeld is onder (6) en moet de belastingplichtige bovendien wegens de vrijgestelde verrichtingen een jaarlijks belastingoverschot te zijnen gunste genoten hebben van minstens de waarde onder (7).

(8) Wanneer het jaarlijkse omzetcijfer exclusief B.T.W. dit bedrag niet overschrijdt, kan de belastingplichtige het indienen van periodieke driemaandelijkse aangiften aanvragen.

(9) Er moet altijd een factuur afgeleverd worden voor leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrusting voor voertuigen te land met motor, boten en vliegtuigen zoals beschreven in art. 1, par. 2, 1°, van K.B. nr. 1, wanneer de prijs dit bedrag overschrijdt, B.T.W. inbegrepen.

Zo is ook, voor de uitvoering van werkzaamheden aan deze goederen (onderhoud, herstelling, enz.), het afleveren van een factuur altijd verplicht wanneer de prijs ook het bedrag overschrijdt.

(10) Zodra deze jaarlijkse omzet, exclusief B.T.W. overschreden is, moet het forfaitaire stelsel verlaten worden ten gunste van het normale stelsel.

(11) De belastingplichtigen waarvan het jaarlijkse omzetcijfer, exclusief B.T.W., deze waarde niet bereikt, kunnen de toepassing eisen van het franchisestelsel.

(12) In het ontvangstenboek is een aparte inschrijving, dagelijks en per percentage verplicht, met vermelding van de aard van de verkochte goederen, voor de ontvangsten afkomstig uit de levering van goederen waarvan de prijs, per gebruikelijke handelseenheid, dit bedrag overschrijdt, B.T.W. inbegrepen.

(13) De televerkopen komen hier overeen met die welke gerealiseerd werden door een verkoper die niet in België gevestigd is, voor zover hij in ons land goederen levert die niet aan accijnzen onderworpen zijn, ten gunste van klanten die geen Belgische B.T.W. verschuldigd zijn op hun intracommunautaire aankopen (hoofdzakelijk de particulieren en de groep van vier waarvan sprake onder (1).
In principe veronderstellen deze televerkopen een transport door de verkoper in de Lidstaat van de klant.
Wanneer de verkoper deze jaarlijkse drempel bereikt van televerkopen in België moet hij de Belgische B.T.W. op deze verrichtingen vereffenen.

Daartoe moet hij de toekenning aanvragen van een B.T.W.-identificatienummer in België.
Deze drempel wordt exclusief B.T.W. per kalenderjaar geschat.
Deze verkoper is Belgische B.T.W. verschuldigd tijdens de rest van het jaar dat de drempel overschreden wordt, alsook het volledig kalenderjaar dat erop volgt.
Bij afwezigheid van overschrijding van de drempel of heffing van optie, is de B.T.W. verschuldigd in de Lidstaat van de verkoper.

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:34:00