Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 92 - 15.02.01 - BIBF info

Editie nr 92 van 15 februari 2001

Het BIBF houdt U op de hoogte

Werkvergadering op het kabinet van de Heer Alain ZENNER, regeringscommissaris belast met de vereenvoudiging van de fiscale procedures en de strijd tegen de fiscale fraude

Op 21 december 2000 werden de Voorzitter en de Algemeen directeur van het BIBF ontvangen op het kabinet van de heer ZENNER voor een eerste kennismaking met de sinds kort benoemde regeringscommissaris. De heer ZENNER lichtte zijn beleidsopties toe voor de komende jaren. Deze omvatten onder meer:

  • een strijd tegen de georganiseerde fiscale fraude op grote schaal
  • een vereenvoudiging, waar mogelijk, van de fiscale procedure
  • het bevorderen van de relatie tussen de belastingplichtige en de fiscale administratie.

Wat dit derde punt betreft, deelde de heer ZENNER mee dat reeds een concreet protocol werd uitgewerkt dat verspreid zal worden naar alle fiscale ambtenaren. Van zodra dit definitief is, zullen wij U hieromtrent informeren.

Verder bepleitten de vertegenwoordigers van het Beroepsinstituut voornamelijk 2 heikele punten die de beroepsbeoefenaars nauw aan het hart liggen:

1. een vereenvoudiging van de aanvraagprocedure inzake de uitstelregeling voor directe belastingen door boekhoudkantoren. Een concreet voorstel werd overgemaakt aan de regeringscommissaris die ons toezegde dit in overweging te nemen in het kader van de politiek van fiscale vereenvoudiging, die de regering wenst door te voeren. De bedoeling van dit voorstel is een automatisch en gespreid uitstel te bekomen tot het einde van elk aanslagjaar, waarbij maandelijks een bepaald percentage aangiftes moet worden ingediend vanaf 31/06 tot 31/12.

2. het herbekijken van de huidige reglementering inzake bezwaarprocedures en dan voornamelijk de korte bezwaartermijn van 3 maanden. Rekening houdend met de vele praktijkervaringen die ons werden meegedeeld, pleitte het BIBF voor een verlenging van deze termijn.

***

Onderhoud met de Heer Jean-Paul SERVAIS, Voorzitter van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen, Adjunct-Kabinetschef van de Minister van Financiën.

De heer SERVAIS werd onlangs benoemd tot nieuwe voorzitter van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen (HREB) in opvolging van de heer Koen GEENS. Tijdens een onderhoud op het Instituut gaf de nieuwe voorzitter ons zijn visie over de toekomst van de economische beroepsbeoefenaars en de rol die de Hoge Raad daarbij wenst te vervullen. De belangrijkste krachtlijnen in het beleid van de Hoge Raad voor de toekomst zijn:

  • bij te dragen tot een betere profilering van de economische beroepsbeoefenaars. Dit kan onder meer gerealiseerd worden via een doorgedreven ondersteuning van het wetenschappelijk onderzoek inzake de materies die de beroepsbeoefenaars rechtstreeks aanbelangen;
  • de Instituten (BIBF, IAB en IBR) via aanbevelingen en adviezen bij te staan op het vlak van deontologie alsook inzake de opdrachten van de beroepsbeoefenaars, en dit zonder "de schoonmoeder" te willen spelen van deze Instituten.

Dit alles in een open dialoog met de Instituten en rekening houdend met de eigenheid van elk beroep. De Heer SERVAIS zal trachten een juist evenwicht te vinden tussen een wettelijk en reglementair kader enerzijds en zelfregulering anderzijds.

De heer SERVAIS wenst beide doelstellingen onder meer te realiseren via werkgroepen bestaande uit vertegenwoordigers van de Hoge Raad en de drie Instituten. Volgende thema’s zouden bijvoorbeeld aan bod kunnen komen: anti-witwaswetgeving, de draagwijdte van het beroepsgeheim, de invoering van de IAS normen en "corporate governance".

Deze werkgroepen kunnen bovendien mede de verdere toenadering van de drie Instituten ondersteunen en stimuleren, zoals beoogd in de wet van 22 april 1999.

***

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 4 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap

De Voorzitter van het BIBF werd gecontacteerd door senator Olivier DE CLIPPELE aangaande dit wetsvoorstel, dat de senator indiende samen met zijn collega’s senatoren de Heren Didier RAMOUDT en Vincent VAN QUICKENBORNE. Een persconferentie, waarop het Instituut aanwezig was, vond plaats op 11 januari 2001 in de Senaat.

De bedoeling van dit wetsvoorstel is om via een wijziging in de bovenvermelde programmawet (inzake de vestigingsvoorschriften) te komen tot een alternatief voor het getuigschrift inzake de kennis van het bedrijfsbeheer (zoals afgeleverd door de Kamers van Ambachten en Neringen), noodzakelijk voor het opstarten van een zelfstandige activiteit (zie ook Pacioli 27).

Momenteel moet elke startende onderneming een getuigschrift inzake basiskennis over bedrijfsbeheer kunnen voorleggen alvorens een zelfstandige activiteit te kunnen aanvatten. De wetgever voerde deze wijziging door om zo het aantal falende "starters" terug te dringen.

De senatoren willen de startende ondernemingen die dergelijk getuigschrift niet kunnen voorleggen een alternatief bieden. Zij zouden toch hun zelfstandige activiteiten (als natuurlijke persoon of rechtspersoon) kunnen opstarten, en zich inschrijven in het handelsregister om ambachtsregister, indien zij minstens gedurende de eerste 3 boekjaren van hun activiteit een beroep doen op de diensten van:

  • ofwel een boekhouder, een natuurlijke persoon die als zelfstandige of namens een rechtspersoon optreedt, en die ingeschreven is op het tableau van het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten.
  • Ofwel een accountant, een natuurlijke persoon die als zelfstandige of namens een rechtspersoon optreedt en die ingeschreven is op het tableau van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten.
  • Ofwel een lid (natuurlijke- of rechtspersoon) van het Instituut der Bedrijfsrevisoren.

Het bewijs van dit engagement zou gebeuren via een schriftelijke verklaring van bovenvermelde boekhoudkundige beroepsbeoefenaars waaruit blijkt dat zij hun opdracht hebben aanvaard.

Deze diensten omvatten: de hulp bij het organiseren van de boekhouding alsook het bijhouden van de bij de wet vereiste boeken, de fiscale en sociale aangiften en het voorbereiden van de jaarrekeningen, de balans en de bijlagen bij de balans voor de rechtspersonen.

Ook zal er hulp geboden worden bij het in gebruik nemen van doelmatige boekhoudkundige instrumenten (bv. situatieoverzichten bedoeld om het financieel beheer van de onderneming te controleren).

Het BIBF steunt dit wetsvoorstel, dat ten volle de bekwaamheden en de belangrijke maatschappelijk rol van de economische beroepsbeoefenaars bevestigt.

In dezelfde optiek suggereerde het BIBF aan senator DE CLIPPELE om gelijkaardige garanties in te bouwen bij het opstellen van een financieel plan in het kader van de oprichting van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Deze problematiek wordt tevens aangehaald in de toelichting bij het wetsvoorstel.

Het Instituut suggereerde om in het kader van een wetsontwerp of wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de Vennootschappen een bepaling op te nemen die in een opwaardering van het financieel plan voorziet en waarin bepaald zou worden dat dit plan "zou opgemaakt worden in samenspraak met een erkend boekhouder, accountant of bedrijfsrevisor"

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:34:00
Navigatie
  • TERUG