Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 91 - 31.01.01 - RevalorisatiecoŽfficiŽnt - aanslagjaar 2001

Editie nr 91 van 31 januari 2001

RevalorisatiecoŽfficiŽnt aj. 2001

De revalorisatiecoŽfficiŽnt steeg van 3,15 (aanslagjaar 2000) naar 3,19 (aanslagjaar 2001) (B.S. 12 december 2000).

Inzake onroerende inkomsten heeft dit gevolgen voor :

  • de kostenaftrek : begrenzing tot 2/3 van het gerevaloriseerd kadastraal inkomen (art. 13 WIB)
  • de herkwalificatie van de onroerende inkomsten : boven vijf derden van het gerevaloriseerd kadastraal inkomen (art. 32 WIB).

Deze mysterieuze formules refereren eigenlijk naar de definitie van het kadastraal inkomen : de bruto-huur verminderd met veertig procent kosten geeft de netto-huur zijnde het kadastraal inkomen, m.a.w. 100 Ė 40 = 60.

Met deze wetenschap is het veel eenvoudiger het hoger geciteerde fiscale jargon te verstaan.

Inzake kostenaftrek betekent dit dat deze beperkt is tot K.I. * 40/60 (of 2/3) * 3,19 = K.I. * 2,126666.

Huur wordt geherkwalificeerd in bezoldiging vanaf: K.I. * 100/60 (of 5/3) * 3,19 = K.I. * 5,316666.

Voor inkomsten 1999 (aanslagjaar 2000) bedroegen deze coŽfficiŽnten : 2,10 en 5,25.

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:34:00